Terwijl Rusland Oekraïne bombardeert en de Amerikaanse politiek grillig blijft, onderhandelen delegaties op een top van de jarige Navo over schrijnende problemen. Het ontbreekt de Europeanen aan militaire middelen om de Navo ‘Trump-proof’ te maken.
Achter de retoriek over de grote verdiensten van de Navo de afgelopen 75 jaar, die dinsdag klonk in Washington, schuilt een sobere, sombere sfeer. Die werd nog vergroot door de Russische aanval van maandag op onder meer een kinderziekenhuis in Kyiv, een van de grootste aanvallen op burgerdoelen sinds het begin van de oorlog in Oekraïne.
‘De formele en informele discussies zullen worden gedomineerd door het groeiende besef dat de veiligheid van de alliantie in toenemende mate afhangt van een land dat geen lid is, Oekraïne’, schrijft Ivo Daalder, die van 2009 tot 2013 de Amerikaanse permanente vertegenwoordiger was bij de Navo.
Als Poetin slaagt in Oekraïne, zei president Joe Biden, is de veiligheid van Navo-landen in gevaar.
Over de auteur
Arnout Brouwers schrijft voor de Volkskrant over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
‘Helaas zijn er weinig indicaties dat Navo-leiders volledig begrijpen wat dit betekent’, meent Daalder. Hoe groot de steun tot dusver ook was, ‘het was ontoereikend gemeten naar wat er op het spel staat’. Het gaat niet alleen om ‘zolang als nodig is’, maar ook om ‘met zoveel middelen als nodig zijn’.
Het is een van de twee schrijnende problemen die vooral de Europeanen zal bezighouden tussen de festiviteiten voor het 75-jarige bestaan van de Navo. De Europese politieke wil om Oekraïne te steunen wordt steeds meer van binnenuit ondermijnd door de opkomst van partijen die hiertegen zijn (of de steun willen beperken).
De meeste Europese landen lijken nog steeds onwillig of onmachtig om eerlijk de gevolgen onder ogen te zien van ontwikkelingen in de Amerikaanse buitenlandse politiek. Ook als de Democraten de verkiezingen winnen, dwingen die gevolgen tot veel drastischer stappen om de Europese defensiecapaciteit en wapenproductie (vooral van munitie en raketten) op te krikken. Voor de verdediging van Oekraïne, maar ook voor die van de bondgenoten.
Dit houdt verband met het tweede grote probleem: de blijvende afwezigheid van een heldere Oekraïne-strategie. Het land moet een ‘brug naar Navo-lidmaatschap’ krijgen op de top. Een jaar geleden kreeg president Volodymyr Zelensky in Vilnius een woede-uitbarsting, toen hij erachter kwam dat zijn land de facto geen millimeter dichterbij dit doel was gekomen. Oekraïne beschouwt het Navo-lidmaatschap, samen met een EU-lidmaatschap, als enige veilige haven.
Ditmaal zijn de Oekraïense verwachtingen van tevoren waarschijnlijk al genoeg getemperd om een herhaling van zo’n diplomatieke rel te voorkomen. De troostprijs is dus die ‘brug’, die bestaat uit vijf componenten. De Navo neemt de coördinatie en planning van de hulp van bondgenoten aan Oekraïne over, en doet een financiële ‘belofte’ dat de Navo-landen jaarlijks circa 40 miljard euro uitgeven aan die steun (het niveau van dit jaar).
Daarnaast wordt de materiële hulp opgevoerd, inclusief steun op het gebied van luchtverdediging. Er zijn al bilaterale veiligheidsovereenkomsten tussen Navo-landen en Oekraïne, en er komen nieuwe programma’s om de Oekraïense krijgsmacht beter te laten samenwerken met die van bondgenoten.
De brug oogt wankel. Van de ‘belofte’ van 100 miljard euro steun aan Oekraïne, waarover Navo-chef Jens Stoltenberg eerder sprak, is niets meer vernomen. Het enige echt nieuwe element bestaat uit de overname door de Navo van de planning en coördinatie van de steun. Dit kan helpen omdat, zoals een betrokkene het omschreef, ‘het beleid er tot nu toe min of meer uit bestond om duizend bloemen te laten bloeien’.
Toch blijft het een brug naar Nergenshuizen, omdat grote landen als de VS en Duitsland niet bereid zijn zich uit te laten over concrete voorwaarden waaronder Oekraïne kan toetreden, en – minstens zo cruciaal – op welk moment precies, nadat de kanonnen zwijgen.
Over de formuleringen over toetreding waarmee Oekraïne uit Washington naar huis wordt gestuurd zijn nog onderhandelingen gaande, zegt Stoltenberg. Maar ook als Oekraïnes pad naar de Navo als ‘onomkeerbaar’ wordt aangemerkt, is het verschil niet groot met de formulering uit 2008. Toen werd uitgesproken dat Oekraïne ‘lid zal worden van de Navo’.
Vanwege die uitspraak, vanwege de ernst van de Russische aanvallen en van de Amerikaanse politieke grillen dringt eigenlijk maar één vraag zich op. Wat doen de Europese bondgenoten concreet om hun defensie-inspanningen te vergroten om Oekraïne en zichzelf te helpen?
Nederland is uit de bezemwagen gekropen en geeft nu 2 procent van zijn nationaal inkomen uit aan defensie. Maar nog altijd zijn er negen bondgenoten (waarvan twee in de Benelux) die tien jaar na de Navo-afspraken van Wales niet voldoen aan deze eis.
Die 2 procent geldt nu als absoluut minimum. Als Europa een groter aandeel van zijn eigen defensie moet gaan bekostigen, bijvoorbeeld door dwangmaatregelen van een eventueel herkozen Donald Trump, stijgt dit percentage al snel tot boven de 3 procent. Europese politici hebben het gesprek over zo’n verhoging nog niet gevoerd met hun kiezers.
Dat er geen ruimte is voor tevreden achteroverleunen, bleek in Oekraïne toen Amerikaanse steun een half jaar uitbleef. Op veel belangrijke terreinen beschikken Europeanen niet over de middelen van de Amerikanen. Zelfs met lege opslagplaatsen zijn er nog te veel barrières om de wapenproductie te versnellen. Er woedt een grote oorlog in Europa, maar de defensie-inspanningen en nationale wetgeving blijven op het niveau van vredestijd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant