Van de halve finalisten scoorde Spanje het meest en Frankrijk het minst. De aanvallers van de oerdegelijke ploeg van Didier Deschamps creëren toch flink wat kansen.
‘De opluchting is groot’, twitterde verdediger Jules Koundé afgelopen weekend. Het had over de kwartfinale van vrijdag tegen Portugal kunnen gaan, die pas na verlenging en strafschoppen werd gewonnen, maar de Franse ploeg heeft op dit toernooi meer en wellicht belangrijkere zaken om voor te strijden dan alleen een EK-titel.
De rechtsback van Barcelona feliciteerde na de linkse overwinning bij de parlementsverkiezingen op zondag alle Fransen die ervoor hadden gezorgd dat ‘dit prachtige land niet door extreemrechts wordt geregeerd’. En hij was zeker niet de enige international die dat feestje openlijk meevierde.
Over de auteur
Dirk Jacob Nieuwboer is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal.
Die overwinning is dus alvast binnen voor de ploeg die buiten het veld vooralsnog voor aanzienlijk meer opwinding zorgt dan erop. Dinsdag is in München de halve finale Spanje de tegenstander, voor velen dé smaakmaker van het toernooi en in ieder geval de ploeg die met elf doelpunten het meest op schot is. Dat de Fransen zelf net zo ver zijn gekomen is op zich een knappe prestatie, want het lukte ze nog niet om zelf een velddoelpunt te maken.
Sowieso maakte het team van bondscoach Didier Deschamps tot nu toe slechts drie doelpunten in vijf wedstrijden. Van die goals viel er een uit een strafschop en bij de andere twee gaven de tegenstanders het laatste zetje. Het zou uniek zijn, Europees kampioen worden zonder zelf een velddoelpunt te maken, schreef l’Equipe al, maar volgens de Franse sportkrant werkt de ploeg heus aan verbetering.
Wie Deschamps soms hoort praten, zou daar aan kunnen gaan twijfelen, want de bondscoach lijkt er bijna eer in te scheppen om het publiek weg te jagen met zijn oerdegelijke voetbal. ‘Als ze het niet leuk vinden, kunnen ze naar een ander kanaal kijken’, zei hij al na de 0-0 tegen Nederland in de groepsfase.
Winnen is het enige dat telt voor deze coach, en dat lukt hem ook vaak, maar juist daarom beseft hij dat het wel handig zou zijn als er iets meer wordt gescoord. Onder hem heeft Frankrijk zelden spectaculair gespeeld, maar het verschil met eerdere succesvolle toernooien is dat zijn aanvallers veel minder effectief zijn.
De bondscoach houdt zich vast aan de statistieken, die laten zien dat het offensief minder dramatisch is dan het lijkt. Frankrijk creëerde nog best wat kansen, de ploeg kwam dit toernooi tot 7,8 expected goals. Die statistiek laat zien hoeveel doelpunten een ploeg had kunnen maken op basis van de kwaliteit van de kansen.
Ter vergelijking: Spanje voert het lijstje aan met 10,5 verwachte doelpunten, Nederland zit op 7,6 (en maakte er 9) en Engeland komt niet verder dan 4,7. Bij de Engelsen is dus het probleem dat er weinig gevaar wordt gesticht, bij de Fransen vooral dat de ballen er niet in worden geschoten. ‘Kylian Mbappé en Antoine Griezmann zijn niet in beste doen’, legde Deschamps de vinger op een van de zere plekken.
Vooral Mbappé is aan het tobben achter zijn masker die zijn gebroken neus moet beschermen. De ster van de ploeg lijkt toe aan vakantie, voordat hij bij Real Madrid aan de slag gaat. Vrijdag liet hij zich op eigen verzoek na de eerste helft van de verlenging wisselen, omdat hij te moe was.
Ook Spanje moest diep gaan om Duitsland te verslaan, wat in de slotfase van de verlenging nog lukte. Maar in die wedstrijd kregen verdedigers Robin Le Normand en Dani Carvajal wel kaarten, waardoor ze de halve finale moeten missen. Misschien helpt dat om de Franse aanvallers van hun doelpuntendroogte af te helpen. En zo niet, dan heeft Deschamps de oplossing al paraat. ‘Als je weinig scoort, kun je beter ook geen goals tegen krijgen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant