Daphne van Paassen beschreef in een essay haar ongemak over de populariteit van de vrije school, die zeer in trek is bij witte ouders én bij extreemrechts. Volkskrant-lezers reageren.
Na het zoveelste zure artikel over de vrije school, waarin dezelfde open deuren voor de zoveelste keer worden ingetrapt, is mijn chagrijn wakker. Als de woorden ‘extreemrechts’ en ‘nazi’s’ vallen, voel ik me geroepen om eens op mijn streep te gaan staan. Wat is het toch met de vrije school dat mensen er altijd weer hun haat en nijd over willen uitstorten?
Wordt het niet eens tijd om de andere kant van het verhaal uit te lichten en te onderzoeken waar het hem in zit dat dit onderwijs na 100 jaar nog steeds standhoudt en het aantal leerlingen blijft toenemen? Hoe het komt dat er zoveel kinderen van andere basisscholen naar de vrije school komen, omdat ze elders gepest werden of niet meekwamen, om op de vrije school binnen een jaar hun zelfvertrouwen terug te vinden om weer met plezier en goede resultaten naar school te gaan?
Dat de vrije school nog steeds een pionier blijkt te zijn binnen het onderwijs, als je weer eens ergens leest ‘dat uit onderzoek is gebleken dat het toch beter werkt om…zus en zo’ en dat dan blijkt dat dat op de vrije school al sinds jaar en dag zo gebeurt.
Ik ken behoorlijk wat (ex-)vrijeschoolleerlingen en zie stuk voor stuk graag geziene mensen die vriendelijk, open, tolerant, respectvol, geïnspireerd en zelfstandig denkend in het leven staan, en die zich veelal inzetten voor een gelijkwaardige samenleving en een blijvend leefbare planeet. Zullen we daar anders eens een mooi artikel aan wijden?
Natuurlijk zal je in alternatieve kringen - en dus ook binnen de antroposofie - in verhouding een groter aantal wappies en zwevers tegenkomen, net als dat je eerder radicaliserende gelovigen zult aantreffen op streng religieuze scholen en meer eenheidsworst in de massa. Moeten we ons daarover blijven verbazen?
Ja, er zijn ook zat negatieve verhalen te vinden, ja, er is op genoeg vlakken verbetering mogelijk, ja, het gebrek aan culturele diversiteit is een reëel probleem dat moet worden opgelost. Kunnen we onze energie daar dan alsjeblieft nu constructief voor gaan inzetten?
En aan de Volkskrant: wordt het geen tijd om je verantwoordelijkheid als krant binnen een sterk polariserende samenleving te nemen, de focus weer naar journalistiek te verleggen en de stemmingmakerij lekker aan de roddelbladen over te laten?
Bedankt voor deze ruimte om de haat en nijd eens terug over de schutting te gooien.
Lidewij Mahler, Amsterdam
Het is op z’n minst opmerkelijk dat vrijwel al ons doen en laten, alsook de dingen die tot stand zijn gebracht ideologisch worden geframed. Vele zaken worden nu in meerdere of mindere mate overgoten met een koloniaal of racistisch sausje en krijgen zo een ranzige bijsmaak. Nu ook weer afgelopen zaterdag de vrije school, het onderwijssysteem waaraan in het artikel nog steeds de al lang verworpen rassenideeën van oprichter Steiner wordt gehangen. En ja, via de christelijk en Germaans geïnspireerde seizoensfeesten kom je zomaar bij de benauwde witte wereld van Thierry Baudet uit. Het is maar net hoe je het opschrijft.
Voorlopig ben ik heel blij dat mijn kleinkinderen op de vrije school zitten. Ze gaan met veel plezier naar school, lezen als een tierelier, komen regelmatig met mooie handgeschreven verslagen naar huis. Iedereen is er welkom, ongeacht geloof of hoe je er uitziet. En de leraren die ik spreek, stemmen allemaal GroenLinks.
Kan toeval zijn.
Jan Zwetsloot, Spaarndam
Als trotse vader van een markante en weerbarstige dochter die nu naar het eindexamenjaar van de vrije school gaat, zou ik zo graag willen zeggen dat ik mij totaal niet herken in de kritische beschouwing die journalist en oud-vrijeschoolleerling Daphne van Paassen schrijft over de witte eurocentrische ideologie die in het vrije schoolonderwijs overheerst. Helaas moet ik erkennen dat de uitsluitingsdynamiek in het antroposofische onderwijs aanzienlijk schrijnender is dan Van Paassen beschrijft.
Dat vrije scholen witter zijn dan de meeste andere scholen, is maar een deel van het verhaal. Wat het vrije schoolonderwijs onvrijer maakt dan de meeste andere scholen is dat antroposofische leraren en pedagogen minder goed kunnen omgaan met leerlingen die, zoals gezegd, neurodivergent zijn. Ze kijken niet naar individuen en groepen, maar ze meten hun unieke groei en ontwikkeling af aan stadia, standaarden van universele groei en ontwikkeling.
Ouders van kinderen met add- en adhd-labels hoor ik te vaak klagen dat hun kinderen hopeloos vastlopen in het vrijeschoolonderwijs. De reden waarom ik mij daar bozer over maak dan wanneer ik mijn dochter naar een ‘normale school’ had laten gaan, is dat de woorden ‘vrijeschoolonderwijs’ iets anders suggereren. Nu maar hopen dat mijn afwijkende en weerbarstige dochter niet door het antroposofische regime van de vrije school geknakt wordt.
Martien Schreurs, Nijmegen
Er is veel discussie of vrije scholen wel inclusief zouden zijn. Feit is dat iedereen welkom is en er respect is voor een ander. Inclusiviteit wordt niet bereikt omdat de regenboogvlag daar wappert of door liedjes, sprookjes met oude wijsheden aan te passen of jaarfeesten een andere naam te geven, maar juist omdat iedereen vanuit vrije wil welkom is op een vrije school en we de ander respecteren en waarderen dat hij of zij anders is. Eenheid in verscheidenheid. Want dat is een belangrijke pijler van vrijeschoolonderwijs. Dat geven we de kinderen graag mee.
Voor ons als ouders: vrij worden in ons denken, terughoudend met oordelen en het positieve blijven zien in alles wat op ons pad komt. Alle door Rudolf Steiner aan ons meegegeven. Prachtig! Actueler kan het niet.
Sven Tulner, Hilversum
Halverwege de jaren negentig kwam ik eigenlijk voor het eerst in aanraking met de rassenleer van Rudolf Steiner. Er was binnen en buiten de antroposofen de nodige discussie over ontstaan en mij was gevraagd met een drietal hoge vrijeschoolbestuurders in gesprek te gaan. Het bleken hoogopgeleide lieden, eentje was zelfs hoogleraar. Wij (mijn geliefde en ik) hadden ons goed voorbereid en hadden een grote hoeveelheid Rudolf Steiner-citaten paraat, die wij racistisch vonden.
De schoolbestuurders hadden zich (en Steiner) kunnen verdedigen door te stellen dat zijn uitspraken in die tijd (hij leefde van 1861-1925) niet uniek waren. Maar dat deden ze niet: zij ontkenden in alle toonaarden dat de citaten racistisch waren, want Rudolf Steiner was geen racist, dus de citaten konden niet racistisch zijn, punt uit. Dat was een fraaie cirkelredenering en het bleef eigenlijk een gesprek tussen doven.
Het was wel duidelijk dat als je de grondlegger van je beweging als een heilige beschouwt, er van een inhoudelijke discussie geen sprake kan zijn.
David Barnouw, Amsterdam
De vrije school in onze stad staat midden in een islamitische wijk. Ik woon ernaast en ben nauw betrokken bij de school. Bijna 70 procent van de populatie van de flats die eromheen staan heeft een migratieachtergrond. Er is nog nooit iemand uit de wijk komen kijken of naar binnen geweest. De open beweging van de vrije school hier in de wijk wordt totaal genegeerd. En waarom? Omdat deze gezinnen hun kinderen liever op een Islamitische school doen en absoluut niet willen dat hun kinderen zich op school mengen met ‘ongelovigen’ en ‘zondaars’. Dat zei een 7-jarig meisje uit Marokko laatst tegen me, toen ik het haar vroeg.
Misschien moet Daphne van Paassen daar eens wat over schrijven. Of hier eens in de wijk komen kijken. Want als we het over sektarisch onderwijs hebben, denk ik dat ze tegen de verkeerde boom staat te blaffen.
Charlotte van der Veen, Zoetermeer
Tja, wat doe je, als je wordt geciteerd in een artikel waarin voor de zoveelste keer een karikaturaal en eenzijdig beeld wordt geschetst van de vrijeschoolwereld als een verzameling in zichzelf gekeerde, van de wereld losgezongen, biologisch-dynamische gekkies?
Wie denkt dat nu serieus? Vrijeschoolleerkrachten zijn net echte mensen, mensen die hun verantwoordelijkheid nemen, die zoeken naar wat in deze tijd, op deze plek, in deze maatschappij van belang is om onze kinderen mee te omringen en in op te voeden. Dat betekent dat het gesprek over het curriculum steeds weer wordt gevoerd, met respect voor alle andere ideeën van Rudolf Steiner die wel overeind zijn blijven staan in de loop van de tijd.
Dat gaat met horten en stoten; we kennen allemaal de weerbarstige realiteit van het erkennen van wit privilege, van witte blinde vlekken en van onbewust racisme. Die realiteit bestaat ook in de vrije school en we zijn er duidelijk nog niet. Maar net zo graag als ik wil vergeten hoe overtuigd ik mijn kinderen 15 jaar geleden een Zwarte Piet voorschotelde – me van geen kwaad bewust - zo graag zou ik ook willen dat de oude koeien over racistisch vrijeschoolonderwijs niet steeds weer uit de sloot worden gehaald.
Omdat ze allang achterhaald zijn. Omdat er met hart en ziel door heel veel vrijeschoolleerkrachten wordt gewerkt aan een inclusieve samenleving. Soms individueel in de beslotenheid van de klas en soms in team- of groter verband. Maar die zoektocht, dat taaie proces van proberen, van fouten maken en moeilijke gesprekken voeren is kennelijk niet zo spectaculair om over te schrijven.
Dus wat doe ik, nu dit stuk in de Volkskrant is verschenen? Ik zie rond in de wereld, ik lever mijn bijdrage aan een antiracistische samenleving en ik heb vertrouwen in de initiatieven die ik binnen en buiten de vrijeschoolwereld herken waarin gezocht wordt naar verbinding. In dit artikel herken ik dat niet.
Anna Vogel, docent pedagogiek aan de Vrijeschool Pabo, Leiden
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant