Nu de kruitdampen van Ketikoti zijn opgetrokken, verdient dit het om de balans op te maken. Want in verschillende opzichten was Ketikoti dit jaar een historisch moment.
Allereerst was het dit jaar het sluitstuk op het herdenkingsjaar slavernijverleden. Die herdenkingsagenda heeft er mede voor gezorgd dat het slavernijverleden inmiddels slavernijheden is geworden, een alledaags en onomkeerbaar vraagstuk van nationale identiteit en cultuur. Bovendien is Ketikoti nu een nationale herdenking van formaat met vieringen van Maastricht tot Groningen. Dat lijkt me pure winst.
Over de auteur
Mark van Ostaijen is bestuurssocioloog aan de Erasmus Universiteit. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Maar dit toegenomen belang gaat gepaard met een toegenomen politisering. Niet alleen met de incidentele verschuiving van de kabinetsinstallatie, maar ook met het intrekken van de uitnodiging aan Tweede Kamervoorzitter, op dit moment Martin Bosma. Dat is haast niemand ontgaan, daar was nogal wat om te doen. Zo ondertekenden 20 duizend mensen een petitie tegen Bosma’s aanwezigheid, stelde columnist Harriët Duurvoort dat deze ‘verschrikking ons bespaard moet blijven’ en sprak het Volkskrant-commentaar over een ‘provocatie’ van ‘de verkeerde man op de verkeerde plek’.
Uiteindelijk trok organisatie Ninsee de uitnodiging in en was Bosma niet meer gewenst. Ter plekke ‘heerste vooral opluchting dat deze politieke wind buiten was gehouden’, aldus Volkskrant-recensent Hassan Baharra. Ironisch genoeg stelde wintipriesteres Marian Markelo dat niemand in Nederland mag worden uitgesloten want ‘we hebben allemaal het recht om hier te zijn’.
Laat me helder zijn, de brede acceptatie van Ketikoti tot nationale aangelegenheid verdient niets dan lof. Het is wat mij betreft een kwestie van tijd dat Ketikoti, net als Bevrijdingsdag, wordt aangemerkt als volwaardige nationale vrije dag. Maar met het uitsluiten van onze Kamervoorzitter maakte de organisatie een kapitale historische vergissing. Het is namelijk anticonstitutioneel, discriminerend en zelf-ondermijnend.
Het niet uitnodigen van onze Kamervoorzitter biedt op korte termijn wellicht een gevoel van opluchting en trots, maar op de lange termijn zit die trots een bredere acceptatie van Ketikoti in de weg en schept het een gevaarlijk precedent. Begrijp me niet verkeerd, ik ben bekend met de abjecte uitspraken uit het verleden. Maar Bosma wordt niet uitgenodigd als PVV-politicus, maar als instituut, als democratisch gekozen parlementsvoorzitter.
Bovendien, met het uitsluiten van volksvertegenwoordigers in een democratische rechtsstaat verlaag je je tot het niveau van wat je je tegenstanders verwijt. In plaats van het herhalen van uitsluitingspolitiek, is het beter om de ander de wang toe te keren.
Oftewel, in de woorden van de Belgische politiek filosoof Chantal Mouffe: agonistische politiek, namelijk een politiek op basis van gerespecteerde tegenstanders, is altijd te prefereren boven antagonistische politiek, een politiek op basis van vijandschap. Het is beter om tegenstellingen op een respectvolle wijze hanteerbaar te maken dan ze te elimineren. De uitsluiting van Bosma kan alleen begrepen worden vanuit vijandschap, een vorm die te allen tijde moet worden voorkomen.
We zouden vreemd opkijken als PVV-wethouders de toegang wordt ontzegd tijdens de intocht van Sinterklaas met zijn regenboogpieten, een SGP-burgemeester niet mag komen bij een iftar en de leider van GroenLinks-PvdA wordt geweerd tijdens Koningsdag, want ja, zij willen het Koninklijk Huis afschaffen.
Nu toont sociaalwetenschappelijk onderzoek dat stedelijke en progressieve mensen minder tolerant zijn ten opzichte van andersdenkenden dan plattelands- en conservatieve mensen. Aangezien Ketikoti vooralsnog vooral een stedelijke aangelegenheid is, geeft dat te denken. Het weren van andersdenkenden uit eigen tradities ontneemt de kans tot identificeren of distantiëren, de kans om tegenstellingen hanteerbaar te maken. Zodoende is het intrekken van die uitnodiging niet meer dan een pyrrusoverwinning, een gemiste kans en vooral een historische vergissing.
Bovendien schept het een gevaarlijk precedent. Nu werd Ketikoti nog ‘gered’ door wel gewenste maar inmiddels voormalige ministers, dus dit werpt zijn schaduw op volgend jaar. Worden dan naast de Kamervoorzitter ook leden van dit rechts-radicale kabinet geweigerd of niet uitgenodigd?
Ik vrees dat die antagonistische houding op geen enkele mogelijke manier zal bijdragen aan een bredere acceptatie van Ketikoti, slavernijgeschiedenis en (anti-)kolonialisme. Want eliminatie, discriminatie en uitsluiting zijn nooit een legitiem argument. Zeker niet voor degenen die menen juist daar tegen te strijden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant