Home

In Eindhoven moeten ook de vrouwen van expats aan de slag: ‘Ik wil meer zijn dan een moeder’

Met de uitbreiding van ASML zal het aantal expats in de brainportregio bijna verdubbelen. Eindhovense onderwijsinstellingen proberen, in samenwerking met de gemeente, ook hun meereizende partners aan het werk te helpen. ‘Nadat mijn tweede zoon naar school ging, moést ik iets doen.’

‘Tsjoekke, tsjoekke’, vier volwassen vrouwen lopen giechelend achter elkaar aan door het klaslokaal. Hun armen draaien als wielen langs hun zij. Ondertussen zingen ze het liedje na dat docent Lieveke van Lier zojuist heeft voorgedaan – ‘daar gaat de trein stap in’. Hun accenten verraden dat dit een zeer internationaal treinstel is. Als ze na drie rondes gaan zitten kijkt Van Lier rond: ‘Wat denken jullie: is dit ook leuk om te doen met kinderen?’

Daar gaat het om tijdens deze muziekles op het Summa College. De veertien vrouwen, partners van expats, zijn hier om klaargestoomd te worden voor de functie van groepshulp in de kinderopvang. De Eindhovense onderwijsinstelling probeert zo, in samenwerking met de gemeente, twee vliegen in één klap te slaan: de personeelstekorten in de kinderopvang verlichten en het arbeidspotentieel van deze vrouwen aanboren.

Over de auteur
Marieke de Ruiter is economieredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over de arbeidsmarkt en sociale zekerheid.

Niet in contact met Nederlanders

Want terwijl recruiters van techbedrijven als ASML en NXP van Madrid tot Mumbai reizen om technisch talent te werven, is er minder oog voor de partners die met hen meekomen. Eenmaal in de hightech-hoofdstad zitten zij vaak werkloos thuis. Doodzonde, vindt projectleider Lara Poulson van het Summa College, die daarom deze opleiding voor hen opzette. ‘Want deze vrouwen zijn vaak goed opgeleid en enorm gedreven.’

Neem de Indiase Rama Balakrishna (34), die deze muziekles verantwoordelijk is voor het slagwerk. Toen haar man zeven jaar geleden een baan kreeg bij Philips in Nederland, moest zij afscheid nemen van de hare als docent. ‘Ineens bestonden mijn dagen uit koken, schoonmaken, boodschappen’, vertelt ze. ‘Ik wilde wel Nederlands leren en de cultuur leren kennen, maar ik kwam in mijn buurt helemaal niet in contact met Nederlanders.’

Het is een verhaal dat voor meer partners (vooral vrouwen) van internationals opgaat, weet Brainport-wethouder Stijn Steenbakkers. ‘Als zij hier komen, ligt de focus in eerste instantie op de baan van hun partner en op het hier gesetteld raken. Voordat ze zelf aan werken toekomen, zijn ze een jaar verder en is die drempel hoger en hoger geworden. En dan is er ook nog de taalbarrière.’ Dat betekent dat er nog een enorm arbeidspotentieel bij deze groep ligt.

Verdubbeling personeel

Een potentieel dat bovendien flink zal groeien: ASML is voornemens in omvang te verdubbelen. Dat leidt ook tot een verdubbeling van het aantal arbeidsplaatsen tot 40 duizend in 2030. ‘Die groei biedt kansen, maar ook maatschappelijke uitdagingen’, aldus Steenbakkers. ‘Want wat doet het met de huizenmarkt? Files? Het wordt steeds drukker, dus je moet in ieder geval zo efficiënt mogelijk omgaan met mensen die hier al zijn.’

De expatvrouwen willen ook graag participeren, weet projectleider Poulson. ‘Toen we met deze pilot begonnen, vroegen werkgevers of het niet zonde was om zulke hoogopgeleide vrouwen op te leiden tot groepshulp, maar ze willen gewoon ergens beginnen.’ Een blik in het klaslokaal tijdens de muziekles is genoeg om haar gelijk bevestigd te zien: met chirurgische precisie wordt door de voormalige psychologen, wetenschappers en docenten op triangels getikt en met sambaballen geschud.

De Indiase Debina Cox (37) had niet verwacht dat ze met haar diploma bedrijfskunde ooit in dit lokaal terecht zou komen. Maar dat was buiten haar man gerekend, die een baan kreeg bij een technologiebedrijf in Eindhoven. ‘Nadat mijn tweede zoon naar school ging, moést ik iets doen - iets bijdragen’, vertelt ze. ‘Want ik hou ervan om moeder te zijn, maar ik wil meer betekenen. Dit leek me een geweldige kans, want ik ben inmiddels een expert met kinderen.’

Naast de opleidingsdagen, die bestaan uit pedagogieklessen ’s ochtends en taallessen ’s middags, springen de vrouwen ook minimaal een dag per week bij als groepshulp bij een van de zes aangesloten Eindhovense kinderopvanglocaties. Ze helpen met fruithapjes maken, de was doen, voorlezen. Daarmee verlichten ze voor collega’s de werkdruk die juist door de komst van zoveel internationals en hun kinderen sterk is opgelopen.

Bietje Brabants

Een win-winsituatie noemt Poulson het. Want de talen die de vrouwen spreken – van Spaans tot Indiaas, Indonesisch en Turks – kunnen hen ook helpen in het contact met de buitenlandse ouders en kinderen. ‘Hoe fijn is het dat zij zo soms ook in hun eigen taal kunnen worden aangesproken?’, zegt ze. Al is de projectleider ook beslist: haar cursisten moeten coûte que coûte ook goed Nederlands leren.

Wethouder Steenbakkers gaat zelfs nog een stapje verder. ‘Ik zeg altijd: gij zult Nederlands leren en ’t liefst ‘n bietje Brabants ook nog’, grapt hij. ‘Want om ons economisch succes ook een maatschappelijk succes te laten zijn en draagvlak te behouden, moeten deze mensen zo snel mogelijk onderdeel worden van de maatschappij. Daarvoor is taal een randvoorwaarde.’

De wethouder ziet hierin ook een verantwoordelijkheid voor het bedrijfsleven. Dit jaar nog gaan hr-afdelingen in de regio welkomstpakketten aanbieden om hun internationale werknemers en partners wegwijs te maken. Het liefst zou Steenbakkers ook zien dat zij taallessen gaan verzorgen. In verplichte inburgering, zoals die voor veel andere migranten geldt, ziet hij niets: ‘We moeten elkaar gaan aanspreken op verantwoordelijkheden en niet alles in wetgeving vastleggen. Ik zie hier in de regio ook die goede wil om er samen een succes van te maken.’

In het klaslokaal van het Summa eindigt de muziekles met, hoe kan het ook anders, een liedje. Terwijl muziekdocent Van Lier appels, peren en aardbeien bezingt, moeten de vrouwen plaatjes van de fruitsoorten in de juiste volgorde leggen. ‘Hoe oud moeten kinderen denken jullie zijn voor dit spelletje?’, vraagt Van Lier. Het goede antwoord blijkt 11 tot 12. Maar aan de fanatieke gezichten te zien is het ook voor 30-plussers nog leuk.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next