Home

Eenvijfde van de Nederlanders gaat niet op vakantie vanwege geldnood, gebrekkige gezondheid of tegenzin

Eenvijfde van de Nederlanders ging in 2023 niet op vakantie, blijkt uit cijfers van het CBS. De reden die het vaakst genoemd werd voor het overslaan van een reis, was dat mensen liever thuis bleven. Ook het inkomen speelt een belangrijke rol in het al dan niet weggaan.

Ruim 19 procent van de Nederlanders bleef vorig jaar thuis tijdens de vakantie. Nog altijd zijn er minder mensen op vakantie dan in 2019, het laatste jaar voor corona. In 2020 gingen door de pandemie namelijk veel Nederlanders noodgedwongen niet op vakantie. Sindsdien gaan er weer steeds meer huishoudens op reis.

Nederlanders gingen in 2023 in totaal op 37,6 miljoen vakanties. Gemiddeld is dat 2,5 keer per Nederlander van 15 jaar en ouder. Ruim eenderde van de Nederlanders die niet op vakantie ging, noemde als reden dat zij liever thuisblijven. 30 procent van de Nederlanders die niet op vakantie gaat, blijft thuis uit gezondheidsoverwegingen of in verband met een lichamelijke beperking. Iets meer dan een kwart van de thuisblijvende Nederlanders heeft geen geld voor een vakantie. Dat komt neer op ruim 900 duizend mensen, 5 procent van de Nederlandse bevolking.

Een kleiner deel van de Nederlanders had in 2023 te weinig tijd om op vakantie te gaan, met als reden werk of studie (15,5 procent van thuisblijvers) of vanwege familieverplichtingen (8,5 procent). De minst genoemde reden om niet op vakantie te gaan, is vanwege veiligheid (3,6 procent).

Inkomen speelt een belangrijke rol in de keuze om niet op vakantie te gaan: van de Nederlanders uit de laagste inkomensgroep bleef ruim 38 procent thuis, tegenover slechts 8 procent van de hoogste inkomensgroep. Vooral mensen tot 45 jaar en in de laagste inkomensgroep gaan niet op vakantie vanwege te weinig financiële middelen. Ook gingen mensen uit eenpersoonshuishoudens of uit eenoudergezinnen vaker niet op vakantie.

Uit de laagste inkomensgroep gaf 44 procent geldgebrek als reden om thuis te blijven. In midden- en hoge inkomensgroepen is dit aandeel veel lager: ongeveer 20 procent.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next