Ronald Koeman (61) won het EK in 1988 als speler en is bondscoach van de ploeg die 36 jaar later in de halve finale staat tegen Engeland. ‘Depay is mijn spits.’
‘Ik geloof niet dat de aanpak van dertig jaar geleden nog zou functioneren. Dat harde van toen, bij leidinggevenden, kan soms nog wel, maar over het algemeen niet. Ik denk dat spelers weten dat ik duidelijk, hard en direct kan zijn. Bullebak, zeiden jullie toch? Dat ben ik bij momenten best, en als je uitlegt waarom, wordt dat geaccepteerd.
Over de auteur
Willem Vissers is voetbalverslaggever voor de Volkskrant. Dit is zijn zevende EK bij de mannen.
‘Na de nederlaag tegen Oostenrijk hebben vooral de jongens die al langer bij het Nederlands elftal zitten meer dan ooit dingen tegen elkaar gezegd. Dat heb ik niet eerder meegemaakt, zo direct en hard naar elkaar. Tegen iedereen. Het kan nog beter. Wij zeiden vroeger gewoon klootzak tegen elkaar, en na de wedstrijd was het klaar. Dat is nu moeilijker. Ze accepteren soms nog te veel en te makkelijk dingen van elkaar. Als iemand niet met zijn man meeloopt, of iets extra’s niet doet. Dat is van deze tijd. Ik probeer ze zaken mee te geven die voor ons normaal waren, maar besef dat het niet meer altijd zo gaat en kan.’
‘We hebben veel keuze op veel posities, en iedereen vult het anders in. Iedereen is fit. De keuze om in Wolfsburg te zitten, is perfect. De sfeer is goed. Hoe ze met elkaar alles doen en mindere fases overleven, is geweldig. Als je ziet hoe ze tegen Turkije voor ballen doken en met zijn allen probeerden de wedstrijd over de streep te trekken; daarvan geniet ik echt. We hebben in dat opzicht vaak naar andere landen gekeken en vonden het geweldig als er een verdedigende actie was waarvan een ander blij werd. Nu gebeurt dat ook bij ons.
‘Iedereen heeft een plaatje voor zich. Sommigen weten: als de trainer nu een opstelling maakt, sta ik daar niet bij. Maar er zijn momenten tijdens het toernooi dat je nog iets bespreekt. Want later hopen ze toch speeltijd te krijgen. Dat is niet gebeurd voor een aantal spelers, en voor een aantal wel. We hebben redelijk veel gewisseld. Dat houd ik ze elke dag voor: blijf fit, scherp. Je kunt één moment krijgen. Dat ligt aan het verloop van een wedstrijd, aan kaarten, aan blessures. Het kan dat iemand die nog geen minuten heeft gemaakt, woensdag nodig is.’
‘Als je Europees kampioen wil worden, heb je spelers nodig die iets extra’s hebben en dat laten zien in grote wedstrijden. Het kan beter met Depay. Maar dat ligt ook aan anderen. Hij is onderdeel van het team. Soms wordt hij in moeilijke situaties aangespeeld, al wil hij dat zelf ook in de drukte. Iedereen heeft zijn mening, iedereen roept wat. Ik ben degene die de spelers elke dag meemaakt. Hij verdient krediet. Dat hij in de tweede helft achter Weghorst speelde, kon tegen de Turken. We stonden achter, zij gingen terug. In principe is de opstelling met Weghorst en Depay niet de beginopstelling. Depay is mijn spits. Een voetballende spits. Natuurlijk vraag ik hem ook diep te blijven, niet alleen in te zakken en mee te voetballen.’
‘Nee, ik ben niet milder geworden. Ik ben keihard geweest voor Joey Veerman, door hem na een half uur te wisselen tegen Oostenrijk. Maar er is ook een menselijke kant. Je moet hem ook weer rechtop zetten en onderdeel van de groep maken, en niet als dood vogeltje drie weken bij de groep laten. Dan geef je hem weer een kans, want hij is een goede voetballer.’
‘Nee, met de spelers praat ik nooit over mijn loopbaan. Met de staf wel. Ik denk dat er een paar op de hoogte zijn. Met Matthijs de Ligt heb ik eens in een busje naar een persconferentie gezeten. Hij wist alles van mijn periode bij Barcelona, met Romario. Veel jongens weten dat niet. Ik weet zelf veel. Dat is interesse, liefhebber zijn. Ja, ze weten wel dat we kampioen zijn geworden in 1988.
‘Speler zijn is leuker dan trainer, maar ik geniet van dit toernooi. Duitsland, veel supporters, goede sfeer. We hebben een thuisgevoel met elkaar. Een superhotel. De mensen zijn ongelooflijk lief. Ze staan te klappen als we weggaan, en gelukkig hebben ze ook elke keer geklapt als we terugkomen.
‘We zijn twee wedstrijden van iets dat onwerkelijk is. De groep is superfit. We gaan ervoor. We waren kansloos, volgens de tendens. Het hield op bij de kwartfinale. We hoorden niet bij de favorieten Engeland, Duitsland, Spanje en Frankrijk. Ja, als je Engeland, Spanje en Duitsland achter elkaar had gekregen, was het een ander verhaal geweest. Maar het is zo gelopen. Het heeft niet tegengezeten. Wat is succes? Succes is als je het toernooi wint. Als je niet wint, zul je analyseren wat er fout is gegaan.
‘Ik zie niet dat ik dingen fout heb gedaan op basis van tactiek, of een plan. Met veel wissels hebben we dingen verbeterd. Of dan Pietje had moeten spelen of niet, weet je nooit. Je stelt de beste elf op, vanuit een proces. We hebben meerdere wapens en kunnen tegenstanders verrassen. Er zijn nog momenten dat we niet herkennen wat er wordt gevraagd, of dat nu aan de bal is of met het zetten van druk. We maken fouten waardoor je de controle kunt verliezen, maar dat heeft ook met de tegenstander te maken. Ik denk dat ook Engeland beter voetbal wil spelen. Dat is wat minder gelukt, het spel oogt moeizaam. Maar dat is de buitenkant.’
EK Voetbal 2024
Al het nieuws leest u in ons liveblog.
Welke ploeg speelt wanneer? Wie leidt de topscorerslijst? Wie krijgt de meeste gele kaarten? Hier vindt u alle statistieken.
Al onze verhalen over het EK 2024 vindt u op deze pagina.
Schrijf u ook in voor onze nieuwsbrief Sport.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant