De Tour de France van 2024 is tot dusver voor bijna iedereen geslaagd. Voor de organisatie die gokte en vier maal won, voor sprinters die wielergeschiedenis schreven en voor drie leden van de Grote Vier. Een tussenstand in drie delen.
De organisatie van de Tour de France schuwt het experiment niet: voor het eerst begon de belangrijkste koers van het jaar in Italië, de openingsrit was ongebruikelijk zwaar, het peloton beklom al in etappe vier een Alpenreus en de eerste Tour-week werd afgesloten met een primeur, een gravelrit.
Dat had allemaal fout kunnen aflopen. Thuisblijvende Italianen hadden hun neus op kunnen halen voor de ten opzichte van hun Giro inferieure Tour. In de eerste etappe had het hele sprintersgilde gediskwalificeerd kunnen worden, omdat ze te laat binnenkwamen. De vroege bergrit had de favorieten in hun schulp kunnen laten kruipen omdat de Tour nog zo lang is. En de controversiële graveletappe, de negende rit, kon eigenlijk alleen maar tegenvallen gezien de hype vooraf.
Over de auteur
Robert Giebels is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over wielrennen en Formule 1.
Het tegenovergestelde gebeurde. Het was voor, tijdens en na de eerste drie etappes in Italië aanzienlijk drukker dan in Frankrijk en het enthousiasme was groter. Na elke Italiaanse finish gingen de renners op in de juichende, respectvolle massa zoals dat in vroeger jaren doodnormaal was bij deze volkssport.
Het zware begin zorgde meteen voor strijd tussen de ploegen met klassementsambities. Vanaf de eerste kilometers dienden ze hun kaarten op tafel te leggen, verschuilen was niet mogelijk. Hypernerveuze etappes, eindigend met een massasprint, waren er niet. Gevolg: nauwelijks valpartijen – hoewel elke renner die valt er een te veel is – en slechts vier uitvallers na negen ritten, een laagterecord van de laatste jaren.
De grootste gok, rijden op onverharde wegen, pakte het gunstigst uit. Zondag hadden renners die excelleren in eendagskoersen de dag van hun leven. Slippen van links naar rechts over los grind: weer eens wat anders dan dat eeuwige asfalt dat soms slechter is dan gravel. Het cliché vooraf, klassementsrenners kunnen in dergelijke ritten niets winnen, alleen verliezen, bleek onzin: in de top van het klassement veranderde niets.
Na zo’n spectaculaire eerste week, kan de tweede alleen maar tegenvallen en op papier is dat ook zo. Geen experimenten meer tot en met het slotweekend. Het klassement komt pas weer zaterdag aan bod. Tot die tijd is het sprinten geblazen. ‘Sááái’, zei geletruidrager Tadej Pogacar, ‘voor mij alleen maar stress en geen strijd.’
Hij zag daarbij rit 11 op woensdag over het hoofd, een heuvel- en bergetappe in één. In het koersboek suggereert de organisatie met een grote foto wie de etappe van maar liefst 4.350 hoogtemeters gaat winnen. Het is klimmer Wout Poels, die vorig jaar – goeddeels buiten beeld – een vergelijkbare Tourrit won.
In de eerste week had bijna elke etappe een bijzondere afloop. Frank van den Broek werd in één klap een bekende Nederlandse renner toen hij in de openingsetappe zijn kopman Romain Bardet naar de eerste gele trui loodste. Met zijn tweeën lagen ze op kop en ze haalden het nét. Twee renners van één ploeg, het Nederlandse DSM-Firmenich-PostNL, vooruit, dat is een knappe teamprestatie. Gejuich en applaus van een paar honderd journalisten begeleidden het duo over de streep.
Twee dagen later won sprinter Biniam Girmay uit Eritrea als eerste zwarte Afrikaan een Touretappe, gevolgd door zijn tweede ritzege vijf dagen later. Hij heeft de groene trui van het sprintersklassement stevig om de schouders – ook een primeur die het Afrikaanse wielrennen op de kaart zet. Niet zonder belang, want volgend jaar zijn de WK in Rwanda.
Toen Girmay (24) won, gingen de gedachten uit naar zijn idool Mark Cavendish. De jonge ‘Bini’ zou de 39-jarige sprinter van het eiland Man wel eens zijn laatste kans hebben ontnomen om óók wielergeschiedenis te schrijven. Tot afgelopen woensdag deelde ‘Cav’ met Eddy Merckx het recordaantal van 34 gewonnen Touretappezeges. In het desolate dorp Saint-Vulbas kreeg de Brit het onverwacht alleen in handen.
De organisatie kan kiezen voor de spannendste experimenten, als het deelnemersveld niet aanspreekt, kijkt alsnog niemand. Actieve renners en oud-renners menen eensgezind dat de huidige wielerliefhebber gratis in een driesterrenrestaurant dineert. Want liefst zes van de beste coureurs ooit zijn tegelijk actief én stonden vorige week in een en dezelfde koers aan de start, de Tour.
Dagsuccessen van wereldkampioen Mathieu van der Poel en de van een zware val herstellende Wout van Aert bleven vooralsnog uit. De meeste aandacht trekken de vier topfavorieten voor de eindzege: Pogacar, Remco Evenepoel, Jonas Vingegaard en Primoz Roglic.
De Grote Vier is in de eerste week de Grote Drie gebleken: Roglic kan niet volgen als Pogacar en Vingegaard duelleren. Kalm blijven en vertrouwen op mijn ervaring, is het devies van de 34-jarige Roglic. ‘Op mijn leeftijd ben je te oud om nerveus te zijn.’
Evenepoel zit er wel steeds bij. De wereldkampioen tijdrijden weet dat hij de beste is in die discipline en dat deze Tour met een tijdrit eindigt. Evevenpoel won de eerste Tourtijdrit en behoort daarmee tot de slechts zestien renners dit in alledrie de grote ronden een race tegen de klok wonnen.
Pogacar snapt niet dat de ploeg van Vingegaard, Visma-Lease a bike, zich vooral op hemzelf richt. ‘Volgens mij onderschatten ze Remco.’
De Sloveen nam de koers in de eerste week stevig in handen. Aan hem is niet te merken dat hij in mei al de Giro won. ‘Dat is voor mij alweer heel lang geleden. Ik voel dit jaar in de Tour geen verschil met andere jaren.’ Hij maakt dan ook op geen enkele manier de indruk dat hij in de komende twee weken nog zal verslappen.
Voor Vingegaard geldt het tegenovergestelde. Onvermoeibaar zegt de Deen na elke etappe dat hij boven verwachting presteert. Dat hij Pogacar kon bijhouden in de tweede rit, dat hij slechts 50 seconden op de gele trui verloor in de eerste bergrit en 25 tellen in de tijdrit: allemaal meevallers. Zijn strategie totdat hij zijn topvorm weer te pakken heeft? ‘We zijn hier niet om tijd te winnen, maar om geen tijd te verliezen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant