Er was rommelmarkt. Rond de kerk stonden de kramen opgesteld, met vrijwilligers in oranje hesjes erbij. De opbrengst ging naar de kerk, net als ieder jaar, want met zo’n orgel of preekstoel is er blijkbaar altijd wel wat. In die typische rommelmarktlucht van vochtige zolder met een zweem oudevrouwtjesparfum en versgebakken wafels rommelden we wat tussen de boeken, puzzels en spelletjes, op zoek naar een schat.
En zowaar, ineens had ik hem in mijn handen: een dun crèmekleurig boek met een vreselijk lelijke tekening op het omslag: Klaasje Klautermuis en de andere dieren uit het Hakkebakkebos, over de avonturen van Klaasje en zijn dierenvriendjes.
In 1985 ging ik naar groep 1, samen met nog één ander kind, want zo groot was ons dorp niet. In de onderbouw van onze school zaten een stuk of acht kinderen, in de bovenbouw zaten er tien. De onderbouw had twee juffen en een ervan was juf Wilma. En juf Wilma las ons voor uit Klaasje Klautermuis. Er zijn maar een paar dingen die ik me van haar kan herinneren: haar kleine harde hand waar ik de mijne in legde als we naar de gymles in het verenigingsgebouw liepen, en dat ze heel goed kon voorlezen. Dan zaten we in een kring en vertelde ze zo mooi over het bakkerijtje van meesterbakker Hazeman dat we de notentaartjes en de verse koeken konden próéven. Ik herinner me de geur die in het bakkerijtje hing heel goed.
Op een dag was juf Wilma niet op school, ze was ziek. De dag erna ook. En daarna ook. Het boek van Klaasje Klautermuis bleef in het laatje van haar bureau.
Na een hele tijd mochten twee kinderen op ziekenbezoek, de achttien tekeningen brengen die we met de hele school voor haar hadden gemaakt. Ik was een van de gelukkigen. 6 jaar was ik, en ik weet alleen nog dat er heel veel grote koeken op een bord op tafel stonden. Geen notentaartjes van meesterbakker Hazemans, maar bolussen en kano’s. Of ze toen al wist dat ze snel dood zou gaan, dat weet ik niet.
En nu kwam ik Klaasje Klautermuis zomaar tegen, puntgaaf, voor 80 cent. Op eigen houtje heb ik het uitgelezen. Voor Klaasje blijkt alles te draaien om liedjes verzinnen, zo veel mogelijk gedaan krijgen en daar zo weinig mogelijk moeite voor doen – en lekker eten. Eigenlijk precies zoals ik in het leven sta. Het was echt een fijn en goed boek, gelukkig.
Maar die notentaartjes van meesterbakker Hazeman, ik proefde ze niet.
Source: Volkskrant