Panorama Mesdag in Den Haag wordt schoongemaakt en waar nodig gerestaureerd. Voor de onderhoudsbeurt van het grootste schilderij van Nederland zijn een kleine drie maanden uitgetrokken. Het museum blijft tijdens de werkzaamheden open voor bezoekers.
Terwijl op de achtergrond het geschreeuw van meeuwen hoorbaar is, verlicht de zon uitbundig het pittoreske 19de-eeuwse duinlandschap van Panorama Mesdag. In het duinzand liggen een paar schoenen en een vissersnet te wachten op hun eigenaar, achter de duinen doemen de rode daken van het vissersdorpje Scheveningen op.
Normaal gesproken is het voor bezoekers van het panorama moeilijk te achterhalen waar het duinzand precies stopt en waar het panorama-schilderij begint, maar nu doorbreekt de witte hoogwerker van restaurator Jorinde Koenen deze illusie.
Sinds eind mei is ze, samen met een collega, bezig met de schoonmaak en het herstel van het meesterwerk. Met lichte vegen schuift Koenen een kwast, die ze voor de zekerheid met een touwtje aan haar pols heeft gebonden, over het doek. Het stof dat loskomt, wordt zorgvuldig opgezogen met een ‘doodnormale’ stofzuiger.
Het doek van 14 meter hoog en met een omtrek van 114,5 meter, toont het uitzicht vanaf de Seinpostduin, destijds de hoogste duin van Scheveningen en werd in 1881 geschilderd door Hendrik Willem Mesdag en een klein team van Haagse School schilders, onder wie zijn vrouw, Sientje Mesdag-van Houten.
Het is niet de eerste restauratie die het doek ondergaat. Begin jaren negentig verkeerde het werk in zo’n slechte staat dat er scheuren in het doek ontstonden. Tijdens een grootschalige restauratie werd het doek toen schoongemaakt en gerepareerd. Daarnaast werd aan de achterzijde als versteviging een nieuw doek geplaatst.
De laatste schoonmaak is alweer zeven jaar geleden, vertelt Koenen. Toen was het doek al ruim twintig jaar niet meer schoongemaakt, waardoor er een grijze sluier van stof over het schilderij hing. Dit keer is het doek een stuk minder vies. Vanaf de hoogwerker wijst Koenen naar een paar struiken: ‘Je ziet bijvoorbeeld bijna niet dat wij daar al zijn geweest. Pas als je echt met je neus boven op het doek staat, kun je het verschil zien.’
Toch werd vorig jaar, na een steekproefcontrole van het doek, besloten dat het werk opnieuw toe was aan een schoonmaakbeurt. ‘Hoe langer je het stof laat zitten, hoe beter het zich hecht aan de verflaag’, aldus Koenen. ‘Schilderijen die in een museum hangen worden daarom meerdere malen per jaar afgestoft. Bij dit doek is dat gewoon niet haalbaar, dus doen we het elke vijf à zeven jaar.’
Het panorama van Mesdag is extra gevoelig voor stof omdat het doek niet is beschermd met een vernislaag, vertelt hoofd museale zaken Adrienne Quarles van Ufford. Hierdoor staat de verflaag een beetje open, waardoor stof zich makkelijker hecht. ‘Vernis beschermt, maar zorgt ook voor een glans. Het doorbreekt de illusie. Als het doek zou glanzen zou je denken dat je naar een schilderij kijkt in plaats van naar een landschap.
Licht wiebelend komt de hoogwerker van Koenen weer in beweging. Het voertuig verplaatst zich over de oorspronkelijke rails die Mesdag ooit liet aanleggen om zijn schildersteiger op te kunnen verplaatsen. ‘De eerste weken ben ik behoorlijk zeeziek geweest van het geschommel’, vertelt Koenen terwijl ze het apparaat laat stoppen op zo’n 10 meter hoogte. ‘Inmiddels ben ik er gelukkig aan gewend. Je krijgt er zeemansbenen van.’
Naast het schoonmaken van het doek monitort Koenen ook direct de conditie van het doek en retoucheert ze opvallende beschadigingen. ‘Als je een schilderij herstelt, mag dat alleen met materialen die weer verwijderd kunnen worden’, vertelt Koenen. Voor het retoucheren van beschadigingen gebruikt ze daarom speciale potloden met een hoge pigmentatie of een retoucheerverf.
De omvang van het doek vindt Koenen de grootste uitdaging van de klus. Om overzicht te bewaren heeft ze het doek opgedeeld in achttien banen, met elk vijf rijen. In een map zijn op een afbeelding inmiddels de helft van de banen grijs gekleurd. ‘Het is echt heel lekker om die voortgang te kunnen zien. We zijn nu over de helft.’
Niet elke beschadiging aan het doek wordt direct aangepakt. ‘Als ik iedere beschadiging die ik tegenkom behandel, ben ik eindeloos bezig’, aldus Koenen. Ze legt haar vinger naast een plek van duimgrootte waar de verf is verdwenen. ‘Kijk, dit ga ik zo wel herstellen, die kun je als bezoeker zien zitten. Ik moet elke keer afstand nemen en bedenken: ‘Oké, wat is nou echt nodig om die illusie te laten werken?’’
Het is juist de illusie die dit panorama zo bijzonder maakt, volgens Quarles van Ufford. Afgelopen jaar ontving het museum 102 duizend bezoekers. Ze merkt dat het doek bij veel bezoekers emoties oproept. ‘Mensen zijn altijd verrast; sommigen moeten er zelfs van huilen.’
Ook bij kinderen en jongeren ‘die alles digitaal al wel gezien lijken te hebben’, merkt Quarles van Ufford een enorme verwondering. ‘Iedereen die hier komt, zoekt naar een manier om zich tot het schilderij te verhouden. Je wilt bijvoorbeeld begrijpen hoe groot die schepen daar zijn in verhouding tot jezelf. Het panorama is zo gemaakt dat het moeilijk is om hier grip op te krijgen.’
Dat er nu een paar maanden een hoogwerker tussen de duinen staat, voegt volgens Quarles van Ufford vooral iets toe aan de beleving van het panorama. ‘Je krijgt meer grip op de verhoudingen en ziet nu beter waar het doek begint. Ik heb nog van geen een bezoeker gehoord dat die zich eraan stoorde. Mensen vinden het vooral heel grappig dat de restauratoren er hier uitzien als reuzen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant