Home

‘Is dat Oranjebewaarder?’, vraagt de oudste over het Nederlandse volkslied

Als de volksliederen beginnen zitten we klaar. Links naast me op de bank mijn jongste dochter, rechts de oudste. ‘Is dat Oranjebewaarder?’, vraagt de oudste over het volkslied van Nederland. Nee, misschien ooit op een dag wel, maar voorlopig is het nog het Wilhelmus. ‘Oh ja’, zegt ze, ‘het Wiejemus zit ook in Oranjebewaarder’. De lievelingsspeler van mijn jongste dochter is Virgil van Dijk.

Memphis is de favoriet van mijn oudste. ‘Niet per se omdat hij heel goed is, maar omdat hij er zo leuk uitziet.’ Ze vindt hem een vrolijk gezicht hebben, in tegenstelling tot Denzel Dumfries, die de hele tijd boos kijkt. Toen we gisteren samen Spanje-Duitsland keken, was ze vooral onder de indruk van de wimpers van Jamal Musiala.

De hele week heeft ze hier naar uitgekeken. Omdat het in de klas over niets anders dan het Nederlands elftal gaat (bij het oudergesprek droeg een van de docenten een oranje voetbalshirt), wil ze van alles op de hoogte zijn en alles zien. Ik had haar beloofd dat ze in ieder geval één helft mocht kijken. En als zij het mag, mag haar zusje natuurlijk ook.

Dus nu liggen ze aan weerszijden van me, met dekentjes over zich heen. Ze hebben ieder een bakje paprikachips (‘ook oranje!’), waar na vijf minuten voetballen geen kruimel meer van over is. De ogen van mijn oudste dochter zijn waterig en rood. Ze heeft vandaag paard gereden en daarna gezwommen en vecht nu tegen de slaap.

De jongste doet niet eens moeite. Ze vraagt of ik van de bank af wil gaan, zodat zij languit kan liggen. Daarna trekt ze de deken over zich heen, legt haar hoofd op een kussen en sluit haar ogen. En na een half uur voetballen doet ze iets wat ze nooit uit zichzelf doet. Ze staat op van de bank en zegt dat ze naar bed gaat. Ik breng haar naar boven, stop haar in en kus haar welterusten.

Als ik weer beneden kom maakt Turkije net de 1-0. ‘Dat is jammer’, zeg ik, maar mijn oudste dochter registreert het bijna niet meer. Haar ogen vallen steeds verder dicht. Zo kijk ik in stilte verder naar de wedstrijd. Halverwege de tweede helft hoor ik geschreeuw bij de buren en 10 seconden later zie ik op mijn televisie hoe Stefan de Vrij de 1-1 binnen kopt.

Naast me klinkt gesnurk. Een paar minuten later klinken er weer gedempte kreten, ditmaal harder en uitbundiger. En weer 10 seconden later scoort Gakpo de 2-1. Ik overweeg mijn dochter wakker te maken, maar ze ligt zo vol overgave te slapen. Diep in de blessuretijd wordt ze wakker, net op tijd om het laatste fluitsignaal te horen en de spelers elkaar uitzinnig in de armen te zien vliegen. Ze glimlacht tevreden.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next