Home

Niet naar Gaza gaan is ondenkbaar voor de Palestijns-Amerikaanse trauma-arts Mike Mallah

Als Palestijnen in de media komen is dat vaak als hulpbehoevend óf Hamas. Mike Mallah verzet zich tegen deze manier van denken. Op zijn 11de besloot hij, al wachtend op nieuws over zijn neergeschoten vader, dat hij chirurg wilde worden. In maart vloog hij naar Gaza.

Vanuit een overvolle kamer die hij deelt met zeven vrijwilligers appt mijn oude kennis Mike Mallah naar zijn vrienden in Amerika. Hij kan niet slapen van alle indrukken in een van de laatste drie ziekenhuizen van Gaza: het Europese Ziekenhuis in Al-Fukhari bij Khan Yunis.

‘De 5-jarige had granaatscherven die zijn rechterlong openscheurden’, appt Mike. ‘Ze vroegen me op een CT-scan te bekijken of we zijn borstkas moesten openmaken om de bloedingen onder controle te houden. Er zijn hier geen kinderchirurgen meer.’

Palestijnen heb je in het nieuws in grofweg twee smaken: hulpbehoevend of Hamas. Mike Mallah (40) is een Amerikaanse traumachirurg van Palestijnse afkomst die zich altijd tegen deze manier van denken heeft verzet. Dit bleek zestien jaar geleden meteen bij onze eerste ontmoeting.

Over de auteur
Margriet Oostveen is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over sociale wetenschappen, geschiedenis en maatschappij. Eerder trok ze tien jaar als columnist door Nederland.

Sindsdien hielden we contact, al spraken we elkaar soms ook jaren niet. Mike is zo iemand met wie je de draad altijd weer moeiteloos oppikt. Ik zou in al die tijd drie keer over hem schrijven. Dit jaar, in Gaza, leek hij eindelijk te zijn beland waarnaar hij al die tijd op weg was.

‘Not a terrorist’

In 2008 kwam hij toevallig naast me te staan op een bomvol metroperron midden in Washington. Door een stroomstoring waren er treinen uitgevallen. Sinds 9/11 werden mannen met zijn uiterlijk in de stad bij dat soort opstoppingen beter dan anderen in de gaten gehouden.

Mike droeg een zwart T-shirt met de woorden ‘NOT A TERRORIST’. Ik schoot in de lach. ‘Zelfgemaakt’, grijnsde Mike.

Ik vroeg zijn nummer, en of ik een foto van hem mocht nemen. Ik schreef destijds stukjes in de krant over alledaagse Amerikanen die misschien iets duidelijk konden maken over de wereld.

Een week later spraken we af in een koffiebar. Mike zei dat hij van huis uit Mohanned Mallah heet. En dat hij 650 van deze T-shirts had laten drukken. Mike was op dat moment 24 jaar oud. Hij lachte, zei dat hij had gedacht dat er veel meer jonge mannen zoals hij waren die wel een shirt konden gebruiken ‘dat bij hun baard past’. Maar de verkoop viel fors tegen.

Businessclass naar Gaza

Zestien jaar later is niet naar Gaza gaan voor hem ondenkbaar. Mike vertrekt als hulpverlener in naam van de Palestinian American Medical Association (Pama), waarin Amerikaanse artsen van Palestijnse afkomst zich al jaren inzetten voor de gezondheidszorg in Gaza.

Hij koopt zijn vliegticket zelf, businessclass: ‘Als ik daar doodga, wil ik business class hebben gevlogen, dacht ik toen nog. Zo bang was ik. Wat je met dat geld niet had kunnen doen!’ Maar dit vertelt hij pas als we elkaar in juni weer terugzien via Zoom.

Op 3 maart rijdt hij Gaza binnen met een VN-konvooi van internationale hulporganisaties. 22 voertuigen, in totaal zo’n zestig artsen en andere hulpverleners. Ieder Pama-team blijft voor twee weken.

Het Europese Ziekenhuis is gebouwd voor 250 patiënten, terwijl er inmiddels bijna duizend liggen. Plus zo’n vierduizend vluchtelingen. In alle gangen staan ​​tenten waar mensen slapen. En overal kinderen, zegt Mike. ‘Als je ze een high five gaf, werden ze gek van plezier.’

Het ziekenhuis is inmiddels een broeinest van bacteriën. Iedereen krijgt luchtweginfecties, Mike en de andere artsen ook. Israëlische drones vliegen soms vlak langs de ramen van het ziekenhuis. Mike stuurt me naderhand zijn apps en filmpjes door. Je hoort de bombardementen verderop.

Diaspora

Tot 7 oktober legde hij nooit speciale nadruk op zijn Palestijnse achtergrond. Hij heette niet voor niets Mike. Zijn familiegeschiedenis was gewoon die van zoveel verdreven Palestijnen in de diaspora. Er leven er nu 5 miljoen buiten Palestina, ruim het dubbele van de inwoners van Gaza zelf.

De Palestijnse ouders van Mike werden in 1967 uit hun dorp bij Ramallah verdreven: daar moesten voortaan Canadese Joden wonen. Via Jordanië belandden ze in Koeweit, waar Mike in 1984 is geboren. Hij heeft drie zussen. Zijn vader was elektrotechnisch ingenieur en Koeweit had werk genoeg, dus ze rekenden zich tot de gegoede middenklasse. Tot 1990, toen Saddam Hussein het land binnenviel, en de Eerste Golfoorlog begon.

Het gezin vluchtte naar Amerika. Daar werd zijn vader binnen zijn eigen vakgebied steeds als ‘overgekwalificeerd’ afgewezen en werkte hij een tijd als pizzakoerier. Tot zich de kans voordeed om een kleine buurtsupermarkt over te nemen in een slechte buurt van Rocky Mount, North Carolina. Mikes vader ging daar achter de toonbank staan. Langzaam ging het beter. Zijn ouders dachten voor het eerst weer aan een korte vakantie, naar Disney World.

Mike was 11 jaar oud en speelde buiten trefbal toen drie overvallers de buurtsuper binnenliepen en zijn vader neerschoten. Op de spoedafdeling moest Mike op de gang wachten op de operatie. Zijn vader haalde het niet. Mike begreep dit toen hij zijn moeder achter een deur hoorde schreeuwen.

In die ziekenhuisgang op zijn 11de, vertelde Mike op zijn 24ste, nam hij zich plechtig voor traumachirurg te worden. Hij aasde inmiddels op een onderwijsplek bij geneeskunde en nam alvast een baantje op een spoedafdeling. Tussen twee slokken koffie door noemde Mike het daar de mooiste plek op aarde: ‘Alle mensen zijn gelijk als ze op een brancard liggen, je kunt daar echt levens veranderen.’

Arabische Lente

Hoeveel jongens van 11 voeren precies uit wat ze zich hebben voorgenomen? In april 2011 belde ik hem op tijdens de Arabische Lente, de opstanden in de Arabische wereld die eind 2010 werden aangezwengeld door Tunesische jongeren. De vonk was inmiddels overgeslagen naar Egypte en Mike had met wat vrienden net weer T-shirts laten drukken. Witte shirts deze keer, nu met de tekst ‘TAHRIR’ (‘bevrijding’).

Hij studeerde inmiddels volgens plan geneeskunde, in Chapel Hill, North Carolina. Maar hij klonk voor zijn doen somber. Hij kreeg een aanbod voor een stage in Gaza, zei hij. En van daaruit had hij makkelijk naar de opstand in Caïro kunnen reizen, net als zijn vriendin Aicha van 23, die met een prestigieuze Rhodes-beurs in het Britse Oxford studeerde. Aicha kon naar het Tahrirplein, zei Mike met afgunst: ‘Zij heeft alles, álles meegemaakt.’

Maar het ging niet goed met zijn moeder. Anderhalf jaar daarvoor liepen er opnieuw overvallers hun buurtwinkel in, deze keer hadden ze een pistool op haar gericht.

Zijn moeder overleefde het. Mike en zijn zussen haalden haar ertoe over de winkel te verkopen en ook in Chapel Hill te komen wonen. Zijn moeder studeerde inmiddels aan het plaatselijke community college, zei Mike, waar ze zulke hoge cijfers haalde dat ze haar daar tot ambassadrice hadden benoemd. Later zou er nog een korte documentaire over haar gemaakt worden.

Ik dacht dat hij wel trots zou zijn, maar Mike mopperde vooral. Zei dat zijn moeder niet wilde ‘integreren’. De ambassadrice bleek zich thuis op te sluiten, ze sprak buiten college-uren met niemand. Was de overgang na al het gebeurde ook niet enorm groot? Natuurlijk, zei Mike. ‘Maar met onze familiegeschiedenis telt alleen de vlucht vooruit. Wij moeten door.’

Vooruitkijken

Mike bleef koppig vooruitkijken. Hij werd zo’n voorbeeldige student dat hij nog tijdens zijn studie werd benaderd voor een baan als adviseur gezondheidszorg bij McKinsey – ze konden Arabisch sprekende medici daar goed gebruiken. Hij werkte bijna twee jaar in Dubai: precies lang genoeg om de schulden van zijn moeder en zussen af te lossen en voor iedereen de naturalisatie tot Amerikaan te betalen.

Daarna keerde hij terug naar de universiteit om zijn plan te voltooien. Nog tijdens zijn opleiding werkte hij al drie maanden als medisch vrijwilliger in vluchtelingenkampen langs de Syrische grens: overbevolkt met mensen bij wie hij zich net zo thuis bleek te voelen als in Amerika. Naast zijn werk in de operatiekamer begeleidt hij nog steeds artsen in opleiding die in ontwikkelingslanden willen werken.

In 2016 studeerde hij af als basisarts, in 2022 was zijn voornemen uitgevoerd: Mike Mallah was nu gediplomeerd traumachirurg, gespecialiseerd in complex letsel na ongevallen.

Na jaren van geldzorgen rijdt hij nu in een dure auto, heeft hij een huis voor zijn moeder kunnen kopen en huurt hij zelf een comfortabel appartement in Charleston, South Carolina, waar hij werkt in een medisch centrum. Hij is nog wel alleen: ‘Ik heb mijn studieschuld en ik ondersteun mijn moeder en twee zussen. Ik heb nauwelijks reserves, ik wil eerst sparen.’

Op het Instagramaccount van de Palestinian American Medical Association is inmiddels een filmpje van hem te zien. Dokter Mike Mallah vertelt geëmotioneerd over het Europese Ziekenhuis in Gaza. Iemand heeft er pianomuziek onder gezet, heel Amerikaans.

CNN zag het ook en vroeg Mike meteen als commentator in een uitzending. Mike vertelde soepel dat hij in de tientallen landen waar hij werkte nog nooit zulke schokkende omstandigheden aantrof als in Gaza. Voorheen de jongen in het ‘NOT A TERRORIST’-shirt, nu een mediapersoonlijkheid.

Helemaal niets

Maar als we elkaar via Zoom weer spreken, zoekt Mike als vanouds naar preciezere woorden. Hoe een traumachirurg van het ene op het andere moment aan de slag gaat in Gaza, was mijn vraag. ‘Hoe werkt het daar?’ Goeie vraag, goeie vraag, mompelt hij. ‘Een vraag ook die laat zien dat je geen benul hebt hoe het daar nu is.’

Want er werkt dus helemaal niets, zegt Mike. Je houdt natuurlijk rekening met doden en gewonden, een gebrek aan voorraden, aan medicijnen. ‘Wat je niet verwacht is dat het complete systeem binnen het ziekenhuis is vernietigd. Het gebouw staat nog overeind, maar de ervaren artsen zijn allang gevlucht. Zoals iedereen die het zich kan veroorloven.’

In de operatiekamer staan nu artsen in opleiding te opereren, en bij gebrek aan middelen ook nog vaak zonder verdoving. Dit zijn zelf meestal ook vluchtelingen, uit andere ziekenhuizen, die al zijn gebombardeerd. ‘Ik heb niemand ontmoet van wie niet een of meer familieleden zijn omgekomen.’ Allemaal getraumatiseerde mensen, zegt Mike, die samenwerken.

Vanuit het konvooi op de heenweg heeft hij aan de grens tussen Egypte en Gaza de file met vrachtwagens langs de weg zien staan waarover hij had gelezen: afgeladen met de hulpgoederen die ze ook in het Europese Ziekenhuis zo hard nodig hebben. En dat ligt maar vijftien minuten rijden verderop. ‘De hulpgoederen worden doelbewust tegengehouden door Israël. Dat bedoel ik als ik zeg dat het ziekenhuis als systeem met opzet om zeep wordt geholpen.’

Verwoesting

Het Europese Ziekenhuis heeft dus veel te weinig medicijnen, nauwelijks pijnstillers en desinfectiemiddelen. ‘Niets werkt. Laat staan dat iemand de operatiekamer waarschuwt dat er een patiënt aankomt. Ik trof ergens op een gang een patiënt met een heftige blindedarmontsteking. Ik ging mijn handen wassen om hem te opereren en toen ik terugkwam was hij weg: zoek, we hebben hem niet meer teruggevonden. Zo chaotisch is het.’

Mike vertelt over de ontploffingsverwondingen. ‘Je ziet veel granaatscherven, maar ze stoppen ook veel stukjes metaal in bommen en laten die dan ontploffen. Moeren, bouten, schroeven. Patiënten kwamen binnen met lichaamsdelen die aan rafels waren door al dat metaal. Een gigantische hoeveelheid verminkte lichaamsdelen, de orthopedisch chirurg was het drukst van ons allemaal.’

Mike ziet veel kinderen met schotwonden. Diverse media hebben al bericht over de quadcopters die Israël gebruikt. Ze lijken op drones, maar dan met op afstand bedienbare wapens erop. In het ziekenhuis denken ze dat die de oorzaak waren: ‘Het Israëlische leger zal zeggen: we schieten er alleen terroristen mee neer. Maar die quadcopters detecteren warmtebronnen en daarbij gaan dingen fout. Ik heb niet gezien dat kinderen werden neergeschoten. Maar ik heb wel de borst van een kind moeten openmaken omdat er een schotwond in zat.’

De artsen uit zijn Pama-team krijgen het bij toerbeurt te kwaad. ‘We hadden toch nog ergens het gevoel terug te keren naar het land waaruit we zijn verdreven, terug naar Palestina. En dan deze verwoesting.’

Hand-en-spandiensten

Na vijftien jaar studie ontdekt Mike hoe weinig hij, als het erop aankomt, kan uitrichten. Een traumachirurg leunt zwaar op een functionerend systeem, legt hij uit: ‘Bij zware ongevallen spreken wij van het ‘gouden uur’. Het eerste uur kun je het leven van een patiënt vaak redden, maar daarna nemen de overlevingskansen flink af. Een ambulance kan een zwaargewonde patiënt nog even voor me in leven houden en als het goed is ligt die 60 seconden nadat de deur openzwaait op de operatiekamer. Maar in Gaza is het nauwelijks mogelijk om mensen die levensgevaarlijk gewond raken binnen een uur in de operatiekamer te krijgen. Mijn patiënten haalden daar het ziekenhuis dus niet op tijd. De paar die nog binnenkwamen waren vaak al overleden.’

Als traumachirurg kon hij ook niet even het werk van de orthopedisch chirurg overnemen: ‘Die staat te amputeren, dus je komt voor een ethisch dilemma te staan: zal ik de patiënt niet nog meer beschadigen als ik hier buiten mijn specialisme aan de slag ga? Ik doe geen botten.’

Mike loopt dus van hot naar her voor hand-en-spandiensten. ‘Ik naaide patiënten bijvoorbeeld desgevraagd weer dicht zodat de orthopedisch chirurg door kon naar de volgende.’

Maar zelfs dat vaak beter niet dan wel. Zonder desinfectiemiddelen gaat alles slecht. Neem patiënten met zeer gezwollen benen nadat ze onder een instortend gebouw vandaan komen, zegt Mike. ‘Als zo’n been te veel opzwelt, kan het bloed er niet meer doorheen en kan het afsterven. Dan maak je over de lengte twee sneden zodat het vocht eruit kan, om de druk te verlichten. Normaal hecht je de huid daarna weer dicht. Maar wij lieten die insnijdingen open omdat ze onherroepelijk zouden gaan ontsteken. Dan zou je alles weer moeten openmaken.’

Soms moesten ze maden uit patiënten verwijderen, zegt Mike. De eerste keer ziet hij ze bij iemand met een verbrijzeld been, waar van buitenaf schroeven in waren gezet om de boel op zijn plaats te houden. ‘Die moet je schoonhouden. Ik was dat bij een patiënt aan het doen en toen kwamen er maden uit. Ik schrok, maar het bleek door alle infecties vrij regelmatig voor te komen.’

Nee, Gaza kan weinig meer met traumachirurgie. ‘Wat veel zwaarder telde voor de artsen en de verplegers daar, was dat je schouder aan schouder naast ze kwam staan. Dat je liet zien: ik ben niet beter, jullie verdienen dit niet.’

Terug naar huis

Als ze weer vertrekken, laten de Pama-artsen hun koffers met persoonlijke bezittingen achter. Alles is daar harder nodig dan thuis. In het busje terug naar het vliegveld praten ze op gedempte toon na.

Mike luistert voorin naar zijn teamleider, ook van Palestijnse afkomst. Die probeert iets uit te leggen aan de chauffeur: ‘Wij zijn hier straks weg’, zegt de teamleider, ‘en we gaan weer geld verdienen en we prijzen ons gelukkig dat we weer veilig zijn. Maar op een dag staan we toch weer in ons eentje te huilen omdat we hier een stuk van onszelf zijn kwijtgeraakt.’

Ik vraag: wat antwoordde de chauffeur? ‘Die zei kortaf dat hij al dagen op zoek was naar een zak meel voor zijn vrouw. Omdat de prijzen zo hoog waren als die van cocaïne.’

En toch, zegt Mike, herkent hij veel in zijn teamleider. Daarom wil hij ook alweer terug naar Gaza. Maar het is de vraag of dat nog kan: afgelopen maand zijn een paar collega’s van de Palestinian American Medical Association aan de grens geweigerd.

Want mensen zijn niet gelijk. Ook niet als ze op een brancard liggen. En zeker niet in Gaza.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next