De mannen van Oranje deinden van links naar rechts, op de maat van de muziek en het gezang van de supporters. Ze schreven historie met hun entree in de halve finales van het EK. Voor het eerst in twintig jaar. Tegenstander: Engeland.
Het was een typisch beeld: de rij opgetogen Nederlanders, basisspelers, invallers en stafleden. In alle soorten, in alle kleuren, deinend op de muziek van de overwinning tegen Turkije. Genietend van het zoet van de zege. Hoe die tot stand was gekomen, was voor even onbelangrijk.
Er zijn grofweg twee scholen in het voetbal. Op de vakschool is de enige les: alleen winnen telt, zeker in een toernooi. De andere school is een soort kunstacademie, met de les dat ook de manier waarop van belang is, de wijze van voetballen, de aantrekkelijkheid. Maar ja, stel dat Nederland had verloren van de Turken, met geweldig voetbal. Wat dan?
Over de auteur
Willem Vissers is voetbalverslaggever voor de Volkskrant. Dit is zijn zevende EK bij de mannen.
Binnen die scholen zijn er stromingen, met invloed van zogenoemde opstellingsfetisjisten. Dat is onvermijdelijk met meer dan een miljoen geregistreerde voetballers in Nederland en duizenden gediplomeerde trainers. Zij hebben allemaal hun eigen elftal, hun eigen systeem. Uitgangspunt, grofweg, voor dit EK: Wout Weghorst moet in de basis.
En zie je wel, zeiden alle stuurlui in koor. Het ging pas lopen toen ‘Wout’ was ingevallen. Wat doet Memphis Depay in de ploeg? Hij krijgt altijd kritiek, al was hij redelijk op dreef, zeker in combinatie met Wout. Maar een andere les is dat de winnaar altijd gelijk heeft, en dus kreeg de man die betaald krijgt voor zijn opstelling, bondscoach Ronald Koeman, ook lof toegezwaaid om zijn wissels. Weghorst naar het front, bij rust, bij 0-1. Meer ruimte over de vleugels zoeken, Depay achter de spits, Gakpo meer aan de bal krijgen. Aansluiten. ‘Als het niet goed gaat, ben je trainer om te wisselen, maar ik eis dit succes totaal niet op’, zei Koeman met verhit gelaat, in de catacomben van het Olympiastadion in Berlijn.
Koeman oogde opgelucht, emotioneel en vermoeid, en had volop meegedaan in de dans op het veld, begeleid door een symbiose van oude muziek van Hazes en nieuwlichterij van Snollebollekes, als verbinding tussen het gewonnen toernooi in 1988 en de herleving van de droom in 2024. Hij zei: ‘Dit is speciaal voor het land, een klein land, de halve finale met Engeland, Frankrijk en Spanje. We zijn trots. We hebben geleden, maar het EK is niet makkelijk. We krijgen vaak kritiek op onze instelling, maar we hadden een groot hart, zeker in de tweede helft.’
Want ja, het spel oogde aanvankelijk slap en gezapig, maar dat komt op zulke dagen ook doordat de tegenstander zich massaal terugtrekt en het lastig is om tempo te maken, zonder meteen te vervallen in opportunisme. Want vanaf de start opportunistisch, ballen hoog voor de pot op een lange spits, voetbalt Nederland nooit. Nederland, en daar zijn die opleidingen weer, kiest voor de voorzichtige weg; het doel benaderen via omwegen. Dat kun je elk weekeinde zien, langs elk amateurveld.
Het wordt vlot uitgelegd als breien, als saaiheid. Maar wie het overzicht heeft, hoog op de tribunes, voelt de hitte op zo’n avond, letterlijk en figuurlijk. Gierende emoties, van energie overlopende Turken die zich laten drijven op massaal gezang. Ze komen op voorsprong omdat Denzel Dumfries niet oplet, en ze krijgen nog meer energie.
Maar dan is Oranje toch een bijzonder elftal. Net als tegen Polen en Oostenrijk, al ging die wedstrijd dan verloren, is daar vechtlust na een achterstand, onversaagdheid. Onverbiddelijkheid. Dan kopt Virgil van Dijk alle ballen weg, blijft Jerdy Schouten verbazen, spelen invallers een rol en is het opvallend hoe Stefan de Vrij uitblinkt, nadat hij vaak geblesseerd of reserve is geweest bij het Nederlands elftal.
Hij praatte over de variatie bij de corner, nadat eerdere hoekschoppen werden bekritiseerd. ‘Niemand die mij dekte. Ik wachtte en keek een beetje. Het was een geweldige voorzet van Memphis. Springen en knikken. Het was een heel belangrijk moment. Geloof was er altijd. Anders kun je het niet omdraaien. Dat is het: geduldig blijven en geloven.’
Al die scholen, al die denkrichtingen, zijn doorvlochten met chaos, geluk, toeval, een bal op de paal, een knullig eigen doelpunt. Voetbal is ook toneel of ballet, maar dan zonder strakke regie. Weghorst bracht energie en een beetje gekte in de kop. Dumfries herstelde zich, Gakpo kon weer soleren, en zo speelden ze samen een rol bij de winnende goal. De een met zijn voorzet, de ander met het opjagen van Müldür, die de bal in eigen doel werkte.
En zo zijn we terug bij Koeman, met al die verschillende spelers voor dezelfde positie. Invallers verbeteren het geheel, maar dat is ook de bedoeling van voetbal. En dan gaf hij nog een lesje ook, over respect, over tegenstand in sport. ‘Wij hebben gauw het idee dat we even winnen, als een tegenstander niet zo’n grote naam heeft. Er zijn geen kleintjes. Men moet trots zijn op deze prestatie.’
EK Voetbal 2024
Al het nieuws leest u in ons liveblog.
Welke ploeg speelt wanneer? Wie leidt de topscorerslijst? Wie krijgt de meeste gele kaarten? Hier vindt u alle statistieken.
Al onze verhalen over het EK 2024 vindt u op deze pagina.
Schrijf u ook in voor onze nieuwsbrief Sport.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant