Voor wie juichen Turkse Nederlanders vandaag als Nederland op het EK tegen Turkije voetbalt? In de Deventerse buurt Voorstad-Oost blijkt de liefde voor de gepassioneerde Turkse voetbalcultuur er flink in te zitten.
Als Turkije vandaag ten koste van Nederland de halve finale van het EK haalt, verft de 13-jarige Kemal Karademir uit Deventer zijn haar rood. In de kleur van de Turkse vlag, zoals die ook in het logo staat van zijn eveneens rode voetbalshirt. Het vale exemplaar lijkt op dat van het nationale elftal, maar is van de voetbalvereniging Turkse Kracht uit Deventer, waar hij keept in het jongensteam onder 15.
‘Geen twijfel’, zegt Kemal, die geboren werd nadat zijn Turkse ouders het land al hadden verruild voor een leven in Duitsland en Nederland. ‘Ik hoop dat Turkije Nederland verslaat en in de finale wint van Duitsland.’ De reden voor Kemal is simpel, zegt hij staand voor een Turkse supermarkt Ozlem aan de Deventer Rielerweg: hij voelt zich Turks. ‘Ik heb Turks bloed, mijn hele familie woont daar.’
Over de auteurs
Abel Bormans is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincie Zuid-Holland.
Pieter Hotse Smit is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.
Kemal is niet de enige Nederlander met Turkse roots die een hartstochtelijk aanhanger is van het Turkse elftal. In Amsterdam, Tilburg, Rotterdam, Utrecht, Amersfoort, Den Haag en ook kleinere steden zoals Zutphen kwamen na de overwinning op Oostenrijk afgelopen dinsdag tientallen supporters bij elkaar. Ze vierden feest met Turkse vlaggen, reden in toeterende auto’s rond en zongen luidkeels liederen.
Nederland telt een Turkse gemeenschap van zo’n 430 duizend mensen. De voetbalfans onder hen zullen vandaag overwegend voor Turkije juichen, denken oud-profvoetballer Ugur Yildirim, ESPN-presentator Yordi Yamali en historicus en journalist Tayfun Balçik (die vandaag zelf ook voor Turkije juichen).
Die loyaliteit heeft veel te maken met de levendige Turkse voetbalcultuur, die er bij jonge Turkse Nederlanders met de paplepel wordt ingegoten. ‘De Turkse topclubs Galatasaray, Fenerbahçe en Besiktas spreken enorm tot de verbeelding’, zegt Yamali.
Alle voetballiefhebbers zullen beamen: Turks voetbal is something else. Voor het beste voetbal moet men elders in Europa zijn, maar qua sfeer spannen de Turkse topclubs de kroon. Zij spelen hun thuiswedstrijden in zinderende stadions, waarin de fanatieke supporters van hun spelers de grootst mogelijke passie en strijd eisen – en dat doorgaans ook krijgen.
‘Die voetbalgekte bereikt pas echt een hoogtepunt als de nationale ploeg speelt, door die passie word je als jonge jongen helemaal betoverd’, aldus Yamali.
Niet alle Turkse Nederlanders die in Nederland opgroeien zijn ook even bekend met het Nederlandse voetbal. Ze groeien op in wijken met veel andere Turkse Nederlanders: in de Deventerse buurt Voorstad-Oost, de Haagse Schilderswijk of – zoals de Turks-Nederlandse historicus en journalist Tayfun Balçik – in Amsterdam-West. ‘Ik heb nooit een Oranje- of Ajax-gevoel ontwikkeld’, zegt hij. ‘Ik had nauwelijks witte buren.’ Zijn Turkse oom was er als de kippen bij om hem zijn clubliefde voor Fenerbahçe in te prenten.
Yamali, die een Turkse vader heeft, denkt dat jonge Turkse Nederlanders om nog een reden voor Turkije juichen. ‘Voetbal is een manier om een sterke band te blijven houden met Turkije, wat voor veel jongere generaties toch op afstand is komen te staan. Veel Turkse Nederlanders spreken geen Turks meer en gaan ook weleens naar Spanje of Italië op vakantie en niet meer de hele zomer naar Turkije, zoals vroeger. Gesprekken met ooms in Turkije zijn het makkelijkst gaande te houden als het om voetbal draait.’
Onderzoeker Jaco Dagevos (Sociaal en Cultureel Planbureau) bevestigt Yamali’s analyse en ziet dat jonge Turkse Nederlanders zich in een spagaat begeven. ‘Jonge Turkse Nederlanders voelen zich Nederlands én Turks’, zegt hij. ‘Voetbal is een toegankelijke manier om de identificatie met het land van hun ouders en grootouders overeind te houden.’
Al voelen veel Turkse Nederlanders ook sympathie voor het Nederlandse elftal. En dost lang niet iedereen zich zo uit als de jonge Kemal donderdagochtend, met zijn rode shirt een opvallende verschijning op de Rielerweg in Deventer. Want de namen op de gevels – Ayf Kebap, Slagerij Melikoglu en Al Hamidiye Market Deventer – mogen dan de Turkse connectie verklappen, van uitbundig wapperende rode vlaggen met witte ster en maansikkel is geen sprake in de straat met bovengemiddeld veel Turkse middenstand.
‘Ik hoop op een mooie wedstrijd, moge de beste winnen’, zeggen Ergün Dogan en Mustafa Aygün bij de Turkse herenkapsalon Can. De een is barbier, de ander klant – gekomen voor het harsen van zijn neusharen. ‘Voor ons maakt niet uit, altijd prijs’, zegt Dogan. ‘Het wordt sowieso toeteren zaterdagavond, zei ik tegen mijn 7-jarige zoontje. Of Nederland nou wint of Turkije.’
Maar eenmaal aan de praat, blijkt er veel schuil te gaan achter het schouderophalende ‘het-maakt-mij-niet-uit-wie-wint’. Want hier in de Turkse herenkapsalon is te merken dat een dubbele nationaliteit ook dubbele gevoelens met zich meebrengt.
‘Overal waar ik kom, ben ik een buitenlander’, zegt Dogan. ‘Ik ben derdegeneratie-Nederlander, maar blijf hier voor velen een Turk. En in Turkije ben ik een toerist, een Nederlander die, om maar wat te noemen, niks mag zeggen over Erdogan. Je weet pas hoe het is als je hier woont, reageren ze dan.’
Welke uitdagingen die dubbele loyaliteit met zich meebrengt, weet Ugur Yildirim als geen ander. De geboren Apeldoorner met de befaamde vrije trap speelde in 2005 één interland voor het Nederlands elftal, als eerste – en voorlopig laatste – Turkse Nederlander. In het Turkse elftal spelen nu twee voetballers met een Nederlandse achtergrond: Orkun Kökçü en Ferdi Kadioglu.
‘Je hebt geen flauw idee hoe groot mijn keuze toen werd gemaakt’, zegt Yildirim. ‘Op het vliegveld stonden draaiende camera’s van de Turkse televisie me op te wachten. Ik werd gezien als landverrader. Al ben ik ervan overtuigd dat als ik voor Turkije had gekozen, Nederlanders me hadden toegeschreeuwd dat ik zou moeten oprotten naar mijn eigen land.’ Voetbal als de ultieme loyaliteitskwestie.
Nu Turkije en Nederland voor het eerst tegen elkaar spelen op een eindtoernooi, kwam de spanning van toen weer een beetje terug bij Yildirim. ‘Ik wist dat ik weer door allerlei journalisten gebeld zou gaan worden’, zegt hij. ‘Fuck, daar gaan we weer, dacht ik. Terwijl ik juist blij moet zijn dat Nederland en Turkije zo ver komen. Maar dan krijg je dit weer allemaal.’
Yildirim is nog altijd trots op zijn ene interland, al deed hij het uit pragmatische overwegingen – het Nederlandse elftal was van een topniveau, Yildirim speelde met grootheden als Rafael van der Vaart en Giovanni van Bronckhorst. Toch heeft hij zich in zijn hart altijd Turks gevoeld. ‘Als ik één stap zet op Turkse bodem, dan is daar dat gevoel. Dat gevoel zullen veel Turken kennen. Wij zijn een trots volk, nationalistisch.’
Want ook dat verklaart de vurige liefde voor Turken (in Turkije en in Nederland) voor hun voetbalelftal. ‘In Nederland was er lang een groot taboe op nationalisme’, zegt Yordi Yamali. ‘Dat is in Turkije anders. Daar zing je ’s ochtends op school het volkslied en is het heel normaal om uitbundig met de Turkse vlag te zwaaien. De grondlegger van het moderne Turkije, de seculiere nationalist Atatürk, is er heilig.’
Dat nationalisme ook in de Turkse selectie geen uitzondering is, bleek uit de wijze waarop voetballer Merih Demiral een van zijn twee doelpunten tegen Oostenrijk vierde. Hij maakte een ‘wolvengroet’, een omstreden symbool van de extreemrechtse groepering Grijze Wolven. Demiral, die voor zijn actie werd geschorst door voetbalbond Uefa, zou zich van geen kwaad bewust zijn geweest. ‘We zijn allemaal Turken, ik ben erg trots om Turk te zijn en dat is het doel van dit gebaar’, zei hij na afloop.
Ugur Yildirim vindt de ophef over de wolvengroet van Demiral overtrokken. ‘Het is gewoon een nationalistisch teken.’ Hij vond het mooi om te zien. ‘Als Turkije heeft gewonnen, zingen we altijd het liedje: Ik ga dood voor je, Turkije (Ölürüm Türkiyem). Dat zijn manieren om onze blijdschap te tonen. Is dat politiek? Nee.’
Tayfun Balçik hield wel een nare smaak over aan de wolvengroet van Demiral – en daarmee aan de overwinning van Turkije. ‘De geschiedenis van die beweging is fascistisch, en bestaat uit haat tegen Koerden, alevieten, Armeniërs en links-liberale Turken’, aldus Balçik. In Nederland hoort hij om zich heen vergoelijkende woorden over de wolvengroet, volgens hem een teken dat een deel van de Turkse Nederlanders ook gevoelig zijn voor nationalistische gevoelens. Van geen kwaad bewust maakt op de Rielerweg in Deventer een tiener ook spontaan het ‘oude Turkse gebaar’ als hem wordt gevraagd naar de wedstrijd van vandaag.
Vorig jaar koos 70 procent van de Turkse Nederlanders die naar de stembus gingen voor Erdogan, die een door de islam geïnspireerd nationalisme predikt. Hij vormt een regering met de rechts-nationalistische partij MHP, die banden onderhoudt met de Grijze Wolven.
Als Dogan en Aygün in de kapperszaak in Deventer wordt gevraagd ‘wat’ ze zich voelen, moeten ze eerst even nadenken. ‘Eerlijk?’, zegt Aygün vanuit de kappersstoel. ‘Diep vanbinnen voel ik me Turks.’ Barbier Dogan beaamt dat: ‘Nederland is mijn thuisland, het heeft me veel gegeven en mijn toekomst ligt hier. Maar achter de muren leven we hier in een Turkse cultuur.’
Tegelijkertijd zien ze de Turkse band bij hun kinderen al minder worden. Die spreken amper Turks en worden niet meer meegenomen naar de geboortegrond van hun voorouders, in het buitengebied ver van de levendige stad waarvoor ze wel afreizen: Istanbul. Aygün: ‘Mijn familie komt uit het noordoosten, maar er woont niemand meer; we hebben er niets te zoeken.’
De politieke ontwikkelingen in Nederland, met een partij die met een xenofobe agenda de grootste is geworden, hebben onder Turkse Nederlanders een wisselende invloed op het thuisgevoel in Nederland. ‘Ik geloof niet dat Wilders het allemaal meent’, zegt Dogan. ‘Het was zijn manier om aan de macht te komen; scoren door dingen te zeggen die sommige mensen willen horen. Een beetje zoals Erdogan dat ook doet.’
Racisme is ook helemaal niet nieuw, weet Aygün uit ervaring. ‘Dat is er altijd zo geweest, we zijn eraan gewend’, zegt hij lachend. ‘Op hogeschool Saxion was een 7 voor mij een 7,5 voor iemand met een Nederlands uiterlijk.’
Tayfun Balçik vermoedt wel dat sommige Turkse Nederlanders net wat harder juichen voor Turkije vanwege de recente verkiezingswinst van de PVV. Die islamkritische partij liet zich vaak negatief uit over Turkije. Donderdag plaatste Geert Wilders nog een grappig bedoeld plaatje op X van zichzelf boven de tekst: ‘Uefa maakt scheidsrechter Nederland - Turkije bekend.’
‘Het Nederlandse nationalisme en het Turkse nationalisme in Nederland versterken elkaar’, zegt Balçik. ‘Door de stevige taal van Wilders bewegen Turkse Nederlanders in de richting van Erdogan. Maar Erdogan maakt Wilders natuurlijk ook populairder. Het zijn zorgelijke ontwikkelingen.’
Dogan hoopt dat het vandaag in Nederland een volksfeest wordt. Nederlanders en Turken, voor één keer verwikkeld in een sportieve strijd, om elkaar daarna de hand te schudden. Toch is hij een beetje bang voor afkeurende blikken.
‘Als we toeteren met oranje vlaggen na een overwinning van Nederland, dan zullen ze zeggen: ‘Kijk, zo hoort het, die zijn goed aangepast.’ Maar doen we het na winst van Turkije, dan ben ik toch bang dat mensen denken: zie je wel, die is niet goed geïntegreerd. Het blijft een gevoelige kwestie.’
Toch meent SCP-onderzoeker Jaco Dagevos dat sommige kwesties juist ook minder gevoelig worden. ‘Je zag dat bij de keuze van Orkun Kökçü voor Turkije er een stuk minder consternatie was dan toen Hakim Ziyech in 2015 voor Marokko koos.’ De druk om kleur te bekennen – de oranje kleur – lijkt volgens hem iets minder te worden.
Ook ziet Dagevos dat veel Nederlanders inmiddels het ‘tüteren’, in de woorden van een typetje van cabaretier Ronald Goedemondt, als onderdeel van de multiculturele samenleving beschouwen. Waar het vroeger nog symbool stond voor een gebrekkige integratie.
‘Hoe sterk die ontwikkeling van meer begrip is, gaan we vandaag zien’, zegt Dagevos. ‘Zeker als Nederland verliest, ben ik benieuwd hoe de reacties zullen zijn. De lijn tussen meer wederzijds begrip en elkaar als aparte groep blijven zien, is dun.’
In een kebabzaak in de Deventerse buurt Voorstad-Oost lijkt iemand van de oudere generatie zich weinig zorgen te maken over wat anderen denken van zijn liefde voor Turkije boven Nederland. Op zijn 25ste kwam de man die nu een broodje döner klaarmaakt naar hier. Turkije zit naar eigen zeggen in zijn dna, en dus zegt hij vol overtuiging, net als de jonge Kemal met zijn rode Turkse Kracht-shirt: ‘Turkije moet winnen van Nederland.’
Gevraagd naar zijn naam blijkt hij toch ook wel bezorgd over consequenties van zijn voorkeur. ‘Noem ook mijn zaak niet in je artikel’, zegt hij met een enigszins ongemakkelijk lachje. ‘Ik wil geen Nederlandse klanten verliezen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant