Home

‘Snelkookpan’ van therapieën biedt hoop voor veteranen met ernstige PTSS: ‘Wat was het vierde trauma? Ik ben het vergeten’

Jarenlang schoot de zorg voor veteranen en militairen met een ernstige posttraumatische stressstoornis tekort. Als niets lijkt te werken, kunnen ze terecht in de Veteranen Intensieve Behandel Unit in Amstelveen. Wat doen ze daar anders?

Bauke (53) bracht zijn dagen het liefst door in zijn bijkeuken. Aan tafel, eerst een sigaretje, dan een bakje koffie en vervolgens het ene na het andere blikje bier. Het was dat zijn bed er niet stond, anders kwam de pezige Fries zijn bijkeuken helemaal niet meer uit.

Want Bauke was bang. Als hij buiten kwam, scande de oud-Dutchbatter automatisch de omgeving. In winkels, op straat, in steegjes, op markten: overal zocht hij naar signalen van agressie. Een aanval, zo was zijn overtuiging, kan op elk moment gebeuren.

Toch was het niet een aanval die de veteraan het meest vreesde. Baukes grootste angst was Bauke zelf. Want de veteraan – blauwe trui, baardje en een lichaam vol militaire tatoeages – wist wat hij in zo’n situatie zou kúnnen doen.

‘Als iemand slaat, sla ik harder. Kan ik iemand doodslaan? Absoluut. Daarom zat ik liever in mijn bijkeuken. Jarenlang. Als een soort kluizenaar, om te voorkomen dat ik iets deed waarvan ik de rest van mijn leven spijt zou hebben.’

Over de auteur
Elsbeth Stoker is regioverslaggever van de Volkskrant in Amsterdam en omstreken.

Laatste toevluchtsoord

Het is woensdagochtend, 8 uur. Een paar weken geleden heeft Bauke zijn bijkeuken verlaten. Nu zit de oud-Dutchbatter hier in Amstelveen, aan een lange ontbijttafel van de Veteranen Intensieve Behandel Unit (Vibu) van het Sinai Centrum. Voor zijn neus liggen zakken brood, hagelslag, pindakaas, jam en kaas.

Hier hoopt hij, dankzij een ‘snelkookpan’ van therapieën, zijn leven na bijna dertig jaar weer op de rit te krijgen. ‘Mijn vrouw had geen zin meer in een zombie in de bijkeuken. Want na dat rottige Oekraïne ging het nog slechter met mij. In mijn hoofd reed ik nog vaker in mijn vrachtwagentje door Bosnië. Langs de ruïnes en de graven.’

De Vibu is een kliniek speciaal voor veteranen en militairen met ernstige PTSS. Jarenlang schoot de zorg voor deze groep tekort. Maar sinds 2018 kunnen ze hier terecht als alle behandelingen elders zijn mislukt. ‘Als een laatste toevluchtsoord’, zegt Kathleen Thomaes, psychiater en manager behandelzaken van de Vibu.

Hier leren de patiënten gedurende twaalf weken om door middel van een intensief traject hun angsten en probleemgedrag te erkennen. De Volkskrant liep een dag mee om te zien wat zo’n ‘snelkookpan’ van trauma-, exposure- en gedragstherapie doet met mensen die, soms al decennia geleden, zijn vastgelopen in het leven.

Slecht geslapen

‘Ik ben wakker’, zegt Bauke. ‘Maar het voelt alsof ik mijn ogen moet openhouden met stokjes. Ik had vannacht weer herbelevingen, dat kwam ook door de traumatherapie van gisteren.’ De Srebrenicaveteraan is niet de enige die met suffe blik naar zijn ontbijt staart. Aan tafel zitten tien andere veteranen en militairen. Vrijwel niemand heeft goed geslapen. Maar dat is niet vreemd: dat doen de meesten al jaren niet meer.

‘Ik heb drie uur geslapen, voor mijn doen niet slecht’, zegt Marlous, een lange verschijning met ongekamde haren en nog kleine, slaperige ogen.

‘Ik moet mijn bed weer verschonen’, vervolgt Rob. Door nachtmerries over vuurgevechten, bommen en stervende mensen werd de Afghanistanveteraan afgelopen nacht meerdere keren wakker, badend in het zweet. Om die reden heeft de 41-jarige Limburger twee stapels strak opgevouwen T-shirts in zijn nachtkastje liggen. ‘Ik heb vannacht twee keer een droog shirt moeten aantrekken.’

Toch is Rob niet ontevreden over deze nacht. Het kan vele malen erger, zegt hij. Ongeveer twee keer per week heeft hij last van slaapverlamming. ‘Dan schrik ik wakker uit mijn nachtmerrie en kan ik – terwijl ik al wakker ben – niet praten of bewegen. Dát is pas echt beangstigend.’

Zijn tafelgenoot Erwin (47) smeert ondertussen een boterham met pindakaas en hagelslag. Naast hem ligt een stapeltje pillen. ‘Vier, vijf, zes’, telt hij. ‘Zeven. Die slik ik elke dag. Voor mijn hartritmestoornis, voor mijn maag, noem maar op.’ Maar, vervolgt hij optimistisch, ‘ik slik er steeds minder. Ik gebruikte veel slaappillen, maar die bouw ik nu, na 23 jaar, eindelijk af.’

Want ruim 23 jaar geleden veranderde Erwin – een brede verschijning met een doorleefd gezicht – in een ‘geknakte veteraan’. Sindsdien worstelt hij met tegenstrijdige gevoelens. Het liefst zou hij morgen weer op buitenlandse missie gaan, want de ‘burgermaatschappij’ vindt hij niets. ‘De meeste mensen zijn krentenbollen.’ Maar tegelijkertijd: het waren júíst zijn ervaringen bij defensie die hem hebben gebroken. ‘In Afghanistan moest ik een auto van drie Afghanen controleren. Ik werd er alleen op afgestuurd, dat is tegen de regels in. Terwijl ik de wagen doorzocht – ik keek net in het dashboardkastje – hoorde ik ‘klik’. Het geluid van een wapen dat werd doorgeladen. Ik dacht: dit is het, ik kom niet meer terug bij mijn vrouw en twee jonge kinderen. Ik was 23.’

Drie groepen veteranen

Nederland telt ruim honderdduizend veteranen. Naar schatting 85 procent ervaart na een buitenlandse missie weinig problemen, zegt de Leidse hoogleraar Eric Vermetten, die gespecialiseerd is in trauma’s bij militairen. ‘Daarnaast heb je een groep, ongeveer 7 à 8 procent, die snel na een missie klachten krijgt. Angstige herinneringen, nachtmerries en herbelevingen.’ Deze groep herstelt over het algemeen goed, uit zichzelf of na een behandeling bij bijvoorbeeld een centrum van de Militaire Geestelijke Gezondheidszorg, of bij het Nationaal Psychotraumacentrum Arq.

En dan is er nog een derde groep veteranen: zij krijgen pas na verloop van tijd klachten, reguliere therapieën werken bij hen bovendien vaak onvoldoende, vervolgt Vermetten. ‘Dat resulteert in wanhoop, boosheid, teleurstelling.’ Hun klachten gaan geregeld gepaard met andere problemen, zoals agressie, verslaving, het telkens opnieuw verliezen van een baan, relaties die op de klippen lopen of gedachten aan de dood. Het zijn problemen die meestal niet alleen zijn toe te schrijven aan traumatische ervaringen tijdens buitenlandse missies, ze vinden ook deels hun oorsprong in bijvoorbeeld persoonlijkheidsstoornissen of misbruikervaringen in hun kindertijd.

‘Defensie heeft daardoor lange tijd gezegd: deze veteranen waren voor hun uitzending geestelijk al niet goed, ze zijn niet onze verantwoordelijkheid’, zegt psychiater Thomaes. Maar die houding is geleidelijk veranderd, constateert ze. ‘Mensen die bijvoorbeeld een onveilige jeugd hebben gehad, hoeven daar later geen last van te krijgen als ze allerlei herstellende ervaringen hebben op hun werk en in hun sociaal netwerk. Maar als je boven op jouw onveilige jeugd nóg allerlei trauma’s krijgt door een buitenlandse missie, kunnen juist die ervaringen een trigger zijn.’

Seksueel misbruik

Zo was Marlous gewend om met ‘een masker’ op te leven, ook voordat ze op haar 18de bij defensie begon. In haar jeugd was ze het slachtoffer van seksueel misbruik en huiselijk geweld. ‘Ik koos voor defensie om bij te dragen aan een veilige wereld. Want ik weet hoe het voelt als je thuis onveilig bent.’

Maar tijdens haar militaire opleiding werd ze opnieuw misbruikt, al gaf ze aanvankelijk vooral zichzelf daarvan de schuld. ‘En ik ging gewoon door met mijn officiersopleiding. Maar op een dag knapte er iets. Tijdens een oefening moest ik een groep leiden, maar niemand luisterde meer naar mijn bevelen. Door alles wat er was gebeurd binnen mijn peloton, werd ik niet meer serieus genomen.’ Ze zonderde zich af en wilde uiteindelijk dood.

‘Daar kan ik me nu niet zoveel meer bij voorstellen’, zegt de blonde twintiger. Ze zit in een ruimte met mannelijke veteranen, als enige vrouw. Want net als bij defensie zijn ook de patiënten hier overwegend man. Voor haar neus, op tafel, ligt een werkboek vol oefeningen en huiswerkopdrachten. In dit lokaal krijgt ze, samen met de rest, gedragstherapie.

Zo moest Marlous afgelopen zondag alleen naar het Vondelpark. Het doel: een rustige wandeling maken. Maar eenmaal daar voelde ze de spanning in haar lijf snel stijgen. Vlak achter haar liepen vier mannen. Ze versnelde haar pas, keek telkens achterom en haar brein werd beheerst door één gedachte: mannen zijn gevaarlijk.

‘Welk gedrag wilde je vervolgens stoppen?’, vraagt begeleider Mario Hartevelt.

Marlous: ‘Ik ben even aan de kant gaan staan, om te checken of de groep mannen mij voorbijliep. Dat was zo. Vervolgens heb ik een paar keer ademgehaald en ben ik rustig doorgelopen.’

‘Wat heeft deze ervaring je opgeleverd?’, wil Hartevelt weten.

‘Ik realiseerde mij: niet alle mannen zijn gevaarlijk. En ik voelde dat de spanning in mijn lijf ook snel kan wegebben’, vervolgt Marlous. Maar terwijl ze dat zegt, verstijven opeens alle patiënten in de ruimte. ‘Tering’, mompelt er een.

Aanleiding is een deur die onverwacht hard dichtklapt door de wind. ‘Iedereen hier is altijd alert’, verklaart groepsbegeleider Hartevelt. ‘Vuurwerk, bepaalde geuren of een onverwachte beweging: het kan allemaal reden zijn voor stress.’

Angst voor een aanslag

Want wat voor de meeste mensen doodnormale situaties zijn, zijn voor de patiënten van de Vibu horden die onmogelijk te nemen lijken. Zo durven sommige veteranen niet over grasvelden te lopen; onder elke graspol kan een mijn liggen. Anderen voelen agressie bij het zien van Arabisch uitziende mannen. ‘Ik heb daar een heel groot probleem mee’, zegt Rob, die tweemaal in Afghanistan was. Weer anderen gaan zo min mogelijk naar drukke plekken, omdat ze dan dwangmatig de omgeving scannen, uit angst voor een aanslag.

‘En ik ben bang voor onverwachte aanrakingen’, zegt Thomas. ‘Ook omdat ik bang ben dat ik daardoor verander in een monster, dat ik dingen stuk ga maken. Want ja.’ Hij valt even stil. ‘Dat is weleens gebeurd.’

Om die reden vermeed de dertiger – een atletische verschijning, zwarte hoodie en een bos donkere krullen – het liefst drukke plekken. ‘Als ik er in het verleden wel aan moest geloven, gebruikte ik soms drank of drugs, om zo toch te kunnen meedoen met de rest. En ik probeerde zoveel mogelijk langs muren te lopen, om te voorkomen dat er mensen achter mij zouden staan.’

Thomas heeft zichtbaar moeite om over zijn trauma te praten. Hij kijkt naar beneden, schuift op zijn stoel. ‘Mijn benen voelen opeens zwaar. Mijn armen ook. Ik voel hartkloppingen. Het drukt op mijn borst. Mijn mond wordt droog. Maar het is goed als ik het leer uitspreken, denk ik.’

Hij valt opnieuw even stil, ademt in en zegt: ‘Rond mijn 12de ben ik in aanraking gekomen met een pedofiel. Ik ben meerdere malen seksueel misbruikt. Defensie heeft een machocultuur. Door grappen en opmerkingen over seks werd mijn werk een triggerplek, en kwamen herinneringen terug die ik lang heb weggestopt met alcohol en drugs.’

Om te leren omgaan met zijn angst, moest hij onlangs, op een vrijdag, samen met twee andere patiënten en begeleider Hartevelt met de bus. Van Amstelveen naar de Johan Cruijff Arena. Een ritje van nog geen 20 minuten. Maar wel net op een avond dat er drie concerten waren en er tienduizenden mensen rondliepen.

‘Ik schatte de kans dat het catastrofaal zou misgaan op 80 procent’, zegt Thomas. ‘Al toen we richting de bushalte liepen, voelde ik hartkloppingen, kreeg ik opvliegers en nam de spanning in mijn spieren toe.’

De bus was overvol, en eenmaal bij de Arena zag Thomas duizenden mensen. Ze kwamen vanuit alle kanten, kriskras door elkaar. ‘Er was die avond onder meer een concert van de Toppers. Mensen met pruiken, flamingomutsen en hawaïshirts, ze waren overal. Een en al ellende. Ik kreeg het zo heet dat ik lucht in mijn trui moest blazen.’

En toch, zegt Thomas nu, ‘viel het uiteindelijk mee. De catastrofale verwachting is niet uitgekomen.’ Hoe groot acht hij de kans dat het een volgende keer wel misgaat? Hij schudt zijn hoofd. ‘Daar durf ik nu nog niets over te zeggen.’

Emoties ervaren

Toen psychiater Kathleen Thomaes de Vibu ruim vijf jaar geleden oprichtte, wist ze nog niet of deze methode effect zou hebben. ‘Vroeger had je voor deze groep een kliniek in Venray. Daar verbleven de patiënten langer, maar het leek soms meer op een begeleidwonenproject. Wij wilden juist proberen om deze veteranen te behandelen, ook al hebben ze al zonder succes veel therapieën gehad.’

Ze begon vol goede moed, maar was tegelijkertijd bevreesd. ‘Ik heb op basis van wetenschappelijke literatuur een programma samengesteld, in de Verenigde Staten was een vergelijkbare kliniek. Maar de vraag was natuurlijk: is er echt nog verbetering mogelijk voor deze veteranen?’

Het is bovendien een lastige groep. Militairen hebben geleerd hun emoties uit te schakelen. ‘Niet voelen, zwart-wit reageren, altijd doorgaan. Je hebt die houding nodig om een militaire missie te kunnen volbrengen, anders kun je dat werk niet doen. Bij ons moeten ze leren hun battle mind uit te schakelen, en om wel weer emoties te ervaren.’

Uit een eerste pilotstudie, die naar verwachting later dit jaar wordt gepubliceerd, blijkt dat de ‘snelkookpan’ van onder meer trauma-, exposure- en gedragstherapie de situatie van de patiënten significant verbetert. Thomaes volgde bijna dertig patiënten gedurende een jaar. Deze veteranen zeiden dat ze dankzij de opname in de Vibu minder last hadden van nachtmerries, herbelevingen en stemmingswisselingen. Ze hadden bovendien het gevoel weer regie te hebben over hun leven.

Wat voor veel veteranen belangrijk is, voegt hoogleraar Vermetten toe, ‘is hun militaire identiteit’. Daarom vindt hij de Vibu een verrijking. ‘Voor ernstig getraumatiseerde veteranen is de kliniek nu al een begrip. Deze groep heeft heel specifieke ervaringen, die normale burgers niet snel zullen begrijpen. Ze kampen bijvoorbeeld met gevoelens van schaamte en schuld omdat ze kinderen hebben doodgeschoten. En ook bij de mate van broederschap kan de buitenwereld zich vaak weinig voorstellen. Militairen kennen elkaar door en door, en houden van elkaar als de kogels om hun oren vliegen.’

Al is de hoogleraar, die niet bij de Vibu en het onderzoek betrokken is, wel huiverig om op basis van de pilotstudie conclusies te trekken. ‘Je kunt pas echt wat zeggen over de effectiviteit als je mensen over een veel langere periode volgt en diepte-interviews afneemt met hen en hun naasten.’

Dit onderzoek, reageert Thomaes, ‘is het eerste, we willen echt nog verder onderzoek doen’.

EMDR-therapie

Veteraan Jurgen (50) heeft zijn ogen gesloten. Hij zit in de kamer van GZ-psycholoog Tess Davidson. In zijn verbeelding is hij weer een jongetje. ‘Het is etenstijd’, zegt hij. ‘Ik zit aan tafel. Opeens krijg ik een dreun. Van rechts. Het is mijn vader, omdat ik smakte. Mijn moeder zegt: laat hem met rust. Maar mijn vader is een man die doet wat hij wil, dus ik krijg nog een dreun. Nu op mijn kaak. Ik was nog een kind. Zijn handen waren net zo groot als mijn hoofd.’

Bijna twaalf weken geleden kwam Jurgen naar de Vibu, omdat hij ‘eigenlijk niet echt meer een mens was’. Vandaag heeft hij zijn laatste traumabehandeling.

Na acht buitenlandse missies, onder meer naar Bosnië en Irak, worstelde de veteraan met zichzelf en het leven. Cursussen, trainingen, therapieën, van alles heeft hij afgelopen decennia al geprobeerd. ‘En ik slikte ook van alles. Antipsychotica, antidepressiva, pammetjes. Je kunt het zo gek niet verzinnen of ik slikte het wel.’

Drie jaar geleden, na de val van Afghanistan in 2021, gleed hij nog verder af. ‘Ik heb al veel veteranenvrienden zien ‘vertrekken’. Maar toen stierf er nog een vriend. Een overdosis. Een week eerder had ik hem nog gezien, er leek niks aan de hand. Uiteindelijk bleek dat de beelden uit Afghanistan, waarop te zien is dat mensen van vliegtuigen vallen, bam, keihard bij hem waren binnengekomen.’

Daarna zat Jurgens hoofd nog vaker dan voorheen in Bosnië. En werd hij beheerst door de vraag: waarom zijn we destijds naar die landen gegaan? ‘De mensen zijn toch weer gaan vechten, en wij hebben onszelf kapot laten maken. Voor niks, het was nutteloos.’

De afgelopen weken heeft hij meer dan twintig sessies gehad met psycholoog Davidson. Ze hebben een levenslijn gemaakt. Hij heeft in detail zijn trauma’s moeten herbeleven. Alles heeft hij haar moeten vertellen: de beelden, de geuren, de smaken. ‘Ik nam het op en moest mijn verhaal meerdere malen terugluisteren.’

Vervolgens kreeg hij EMDR, een methode waarbij door middel van overprikkeling van het werkgeheugen traumatische herinneringen opnieuw worden ‘geprogrammeerd’. ‘We hebben vier oorlogstrauma’s behandeld: het massagraf dat ik in Bosnië heb helpen delven, het bijna fatale ongeval dat ik heb gehad met een pantserrupsvoertuig, het bombardement dat ik heb meegemaakt. En...’

Even valt Jurgen stil. ‘Wat was het vierde trauma nou, Tess? Ik ben het gewoon vergeten.’

‘Wat goed’, reageert de psycholoog.

‘EMDR is een soort goocheltruc’, vervolgt Jurgen. ‘Hoe het precies kan, weet ik niet. Maar de herinneringen zijn vager geworden.’

Vandaag heeft hij zijn laatste EMDR-sessie. Ditmaal gaat het over een trauma uit zijn jeugd. De herinnering aan zijn vader, een gewelddadige man, die soms onverwacht uit de hoek kon komen, bezorgt hem nog altijd het gevoel dat hij nergens goed voor is.

Jurgen heeft zijn stoel inmiddels verschoven. Hij zit niet meer tegenover de psycholoog, maar recht voor een lichtbalk. ‘Als je naar de scène kijkt aan tafel, waarbij je vader je heeft geslagen omdat je smakte. Wat raakt je het meest?’, vraagt Davidson. ‘De uitspraak dat ik een nietsnut ben’, antwoordt Jurgen.

Vervolgens gaat de lichtbalk aan: in hoog tempo wisselen verschillende kleuren licht elkaar af. ‘Blauw, groen, oranje, rood’, zegt de vijftiger keer op keer. Op zijn hoofd zit een koptelefoon waaruit piepjes komen, en in zijn handen heeft hij trilsensoren. ‘En zeg nu ook maar de tafel van drie op. Achterstevoren graag’, vervolgt de psycholoog.

Jurgen begint te zweten. Hij trilt licht. ‘Dertig, zevenentwintig, vierentwintig’, dreunt hij op.

‘Wat voel je als je nu opnieuw naar die scène kijkt waarbij je vader je slaat?’, vraagt de psycholoog niet veel later. ‘Faalangst. Spanning in mijn schouders, nek, hoofd, rug, benen.’

‘Kijk opnieuw naar de lichtbalk, benoem de kleuren.’ Minuten gaan ze zo door. Net zolang totdat Jurgen opgelucht constateert: ‘Ik voel weinig spanning meer. Het voelt als een herinnering.’

‘Wat zegt dit dan over jou als persoon?’, vraagt Davidson. ‘Dat ik moedig ben, een doorzetter’, antwoordt de vijftiger. Jurgens ogen zijn nog altijd gesloten. Maar hij gaat rechtop zitten. Zijn lippen krullen omhoog. ‘En dat ik weer kan lachen. Ik heb alles overleefd.’

Vanwege privacyredenen zijn alleen de voornamen van de veteranen gebruikt. De naam van Marlous is gefingeerd, omdat er mogelijk nog een strafrechtelijk onderzoek volgt. Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij de crisislijn van 113 Zelfmoordpreventie. Bel 0800-0113 voor een gesprek. U kunt ook chatten op 113.nl.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next