Sandra Phlippen, hoofdeconoom bij ABN Amro, houdt zich intensief bezig met de gevolgen van klimaatverandering voor de welvaart. Maar noem haar geen ‘ideologisch gedreven econoom’, of, God verhoede, ‘activistisch’ – dat is een belediging. ‘Met ideologie heeft die focus niets te maken. Het is wetenschap.’
In een bocht langs het water van de Coolhaven staat een pluk groot kaasjeskruid dapper te bloeien. Zonder toestemming van de bevoegde autoriteiten. Het is de enige plant die het nog doet na twee mislukte pogingen van guerrillatuinier Sandra Phlippen om er een kleine oase voor bijen en vlinders te scheppen. Haar eerste zaailingen werden wreed weggemaaid door de Rotterdamse plantsoenendienst. Een tweede poging – ‘Een frambozenstruik, biologische kruiden, ik heb er best veel geld in geïnvesteerd’ – ook. Het groot kaasjeskruid overleefde.
Ze zal er de biodiversiteit niet mee terugbrengen en de klimaatopwarming niet mee stuiten, maar: ‘Ik zit de hele dag met m’n neus in de data en ik zie dat we het niet gaan halen om onder de 1,5 graad opwarming van de aarde te blijven. Soms word ik daar zwaarmoedig van. Dan moet ik iets fysieks doen. Dat maakt mijn geest rustig. Net als strijken.’
Gelukkig heeft ze haar andere project nog: 400 verloren vierkante meter achter een benzinepomp. Op dit ‘Landje van Geluk’ probeert ze samen met acht buren ‘zoveel mogelijk bodemleven’ tot stand te brengen, hier wel met toestemming van de gemeente. Er ging een probleemanalyse aan vooraf – er gaat bij Phlippen meestal een grondige probleemanalyse aan de dingen vooraf: ‘We hoorden hier nooit vogels. Vogels eten insecten. Insecten leven in een gezonde bodem.’ Vandaar een project bodemverbetering, onder meer met behulp van een bloemenweide en wormenhotel, waarin kronkelwormen zich door appelschillen en snoeiafval heen eten, en rul, zwart, hypervruchtbaar wormencompost uitpoepen.
Naast guerrillatuinier en bodemverbeteraar is Sandra Phlippen socioloog en econoom, voormalig journalist, praktijkhoogleraar duurzaam bankieren aan de Rijksuniversiteit Groningen, en hoofdeconoom bij ABN Amro. Bij de bank stuurt ze het team aan dat economische analyses en scenariostudies maakt, voor de bank, de klanten en de buitenwereld.
Als gezicht van de bank verschijnt ze geregeld op tv. Om de nadelen van de ‘steuncultuur’ te bespreken, bijvoorbeeld: de overheidssubsidies die sinds corona en de energiecrisis wankele bedrijven stutten, bedrijven die eigenlijk failliet hadden moeten gaan. ‘Er is niet te weinig personeel, er zijn te veel banen’ poneerde ze aan een talkshowtafel; de bedrijfslobbyist van het midden-en kleinbedrijf die tegenover haar zat, Jacco Vonhof, ging er steeds bozer van hakkelen.
Voor Het Financieele Dagblad schrijft ze vrolijke pleidooien om met de buurt zelf energie op te wekken (‘taking back control’), en om een nieuw verdienmodel voor olie- en gaslanden te bedenken (haar voorzet: zeewater ontzilten en vervoeren naar plekken waar door de toenemende verdroging steeds minder zoet water zal zijn, want ‘als geen ander kan de olie- en gassector vloeistof van het ene uiterste van de aarde naar het andere transporteren, tegen kosten die lager liggen dan het vervoer van een liter melk van een koe van een boer bij jou om de hoek.’).
Maar noem haar geen ‘ideologisch gedreven econoom’, of, God verhoede, ‘activistisch’ – dat is een belediging. Alsof ze een activist zou zijn in het bankwezen, alleen omdat ze zich in haar werk en publieke uitingen intensief bezighoudt met de gevolgen van klimaatverandering voor de welvaart.
Haar zinnen beginnen dan ook steevast met ‘uit de data blijkt’, ‘we weten uit onderzoek’, ‘ik heb naar de feiten gekeken’. En zelden met: ‘Ik vind’.
Waarom is het erg om ‘ideologisch gedreven’ genoemd te worden?
‘Omdat het niet waar is. Mijn focus op klimaatverandering heeft niets met ideologie te maken. Het is wetenschap. Ik heb de laatste IPCC-rapporten van kaft tot kaft gelezen. Klimaatverandering is een groot economisch risico. Als je kijkt naar de kosten van niets doen – overstroming, verdroging, disruptie – dan krimpt de wereldeconomie op termijn 20 procent. Minimaal. Met alle humanitaire ellende van dien. Iets doen – weg van fossiel, zuiniger met energie omspringen, alles zo duurzaam en groen mogelijk – gaat 2 procent van de wereldeconomie kosten. De businesscase is 18 procent schade als we op onze handen blijven zitten! En wat doen we? We vechten elkaar de tent uit over die 2 procent. Daar kan ik met m’n hoofd niet bij. Als de generatie van de toekomst nu zou leven, zou ze geen seconde twijfelen. We zijn collectief slachtoffer van kortetermijndenken en van de tragedy of the commons: de mens is ertoe geneigd ongeremd tonnen CO2 uit te stoten, ook al wéét iedereen dat dit leidt tot desastreuze opwarming.’
Extinction Rebellion lijmt zich vast aan de A12 om een vergelijkbare boodschap uit te dragen. Jij niet?
‘Dat is niet mijn rol. Ieder heeft haar eigen rol te spelen, Extinction Rebellion ook. Ik moest laatst spreken bij een club van mensen die veel bestuursinvloed hebben. Een lunch, heel chic. Een van de aanwezige commissarissen beklaagde zich, ‘wat zijn die XR-mensen toch vervelend, waarom laten ze ons niet gewoon ons werk doen, we zijn hartstikke goed bezig’. Nou, zei ik, feitelijk zíjn jullie niet ‘hartstikke goed bezig’. Er worden nog altijd veel te veel broeikasgassen uitgestoten om onder de 1,5 graad opwarming te kunnen blijven, ook in Nederland. Dat zijn de feiten. We kunnen er niet op vertrouwen dat de corporatewereld ‘vanzelf’ gaat minderen. Ik snap dat een ceo zich persoonlijk bedreigd kan voelen door klimaatacties, of er boos van wordt, maar misschien zijn we tegenwoordig te snel bang. Vroeger ging het er ruiger aan toe, met de kraakbeweging en de provo’s.’
Want zonder dwang doen bedrijven niks?
‘Investeren in duurzaamheid is heel duur, dat gaat ten koste van de winst en dus leg je het af tegen iedereen die dit niet doet. Er moet een gelijk speelveld zijn, met regelgeving, afdwingbaar door een autoriteit. Bedrijven zullen een veer moeten laten en het hangt van hun aandeelhouders af of ze toestemming krijgen om op korte termijn winst te laten liggen. Er zijn bedrijven die dat lukt, omdat ze een strak plan hebben en dat recht in het gezicht van hun aandeelhouders durven te bepleiten. DSM bijvoorbeeld. En Danone. Unilever is helaas teruggefloten door de aandeelhouders. Ook banken moeten eraan geloven. Van de Europese Centrale Bank moeten hun kredieten groen en emissievrij worden. Uiteindelijk is er een hogere instantie nodig die met een stok slaat om actie af te dwingen.’
Volgens jouw vriendin Amber was je als student niet per se een wereldverbeteraar.
‘Ik leefde onder een steen in mijn studententijd. Ik was totaal niet bezig met wat er in de wereld gebeurde. Als kind was ik wél een kleine activist. In de jaren tachtig heb ik gedemonstreerd tegen de zure regen, ik was een jaar of 8, samen met mijn moeder. Mijn zus en ik hingen posters op bij visvijvers, HOE VINDT U EEN HAAKJE DOOR UW KAAKJE?, en we ruimden zwerfafval op in het bos naast ons huis. Aan de burgemeester van Kerkrade schreven we in een brief dat het zo’n vies bosje was. We mochten langskomen en kregen een briefopener cadeau. Dat heeft diepe indruk gemaakt. Tot zover mijn activistische periode.’
Phlippen groeide in Kerkrade op in een ‘heel groot huis’, een voormalige kerk. Die was door de overheid neergezet voor protestanten uit het noorden die naar Limburg waren getrokken om in de mijnen te werken. Na de mijnsluitingen raakte het gebouw in onbruik, tot de familie Phlippen het betrok. Haar moeder behandelde als sociotherapeut meisjes met stoornissen en haar vader, een werktuigbouwkundige die een aantal kleine industriebedrijven in Duitsland bestiert, is ‘een echte uitvinder. Hij maakt van alles. Een endoscopische naaimachine bijvoorbeeld. Daarmee kun je na een operatie een slokdarm dichtnaaien’.
Met haar zus scheelt ze dertien maanden. ‘We zijn heel hecht. Ze runt samen met haar man een olijfplantage in Valencia. Het is er heet en droog. Met mijn vader, diens buurman en een vriendin hebben we een irrigatiesysteem voor haar ontworpen dat op zonnepanelen werkt. We hebben het laatst samen aangelegd en het doet het! Het pompt water vanuit een waterbron 180 meter omhoog en 500 meter ver, en dat stroomt dan naar 450 olijfboompjes. Ik word daar heel erg blij van. Nu de overige drieduizend bomen nog.’
Met welke gemoedstoestand heb je de plannen van de nieuwe coalitie gelezen?
‘Ik begon er met angst en beven aan, want de retoriek over ‘klimaatwaanzin’ is niet van de lucht. Mijn grote zorg is dat de maatschappij uit elkaar zal vallen. Het verontrust mij dat de coalitie veel kortetermijnsuiker in de economie wil strooien: cadeautjes voor Jan en alleman die de economie alleen maar verder zullen aanjagen. Daar krijg je inflatie van en inflatie maakt mensen arm en bang. Het geruststellende is dat er waarschijnlijk toch niks van terecht zal komen, want er is te weinig personeel en te weinig capaciteit om veel van die maatregelen uit te voeren.’
Het is geruststellend dat een coalitie plannen heeft die ze níét zal kunnen uitvoeren?
‘Nou ja, er staan ook dingen in die vermoedelijk wel gaan gebeuren en die echt verkeerd kunnen uitpakken. Het klimaatbeleid blijft grosso modo intact, en om te doen alsof dat niet zo is komt er goedkopere diesel voor boeren. Maar het doel om minder CO2 uit te stoten wordt afgezwakt, en de prikkels om er te komen worden afgebouwd. Het is allemaal minder ambitieus. Dat is gevaarlijk.’
Wat had er volgens jou in de plannen moeten staan?
‘Een energiebelasting. Een serieuze. Het vorige kabinet had niet de moed om de steun voor bedrijven in de energiecrisis om te zetten in een heffing daarna. Ik kan op de achterkant van een bierviltje voorrekenen dat dan ook de kleinere bedrijven gigantisch zouden hebben geïnvesteerd in CO2-reductie. Er is geld zat. Grote bedrijven vallen al onder het emissiehandelssysteem van de EU. Dat werkt als een tierelier. Zij hebben sindsdien veel minder uitgestoten en niemand is er failliet aan gegaan. Het argument ‘wij kunnen niet overleven’ is simpelweg onjuist.’
Nu klimaatbeleid echt geld gaat kosten, krijgt de politiek geen mandaat meer van kiezers om door te pakken.
‘We hebben tijdens de energiecrisis gezien wat mensen doen als de prijzen voor stroom en gas hard stijgen. Iedereen met spaargeld heeft dat in verduurzaming gestoken, en mensen zijn veel zuiniger gaan stoken. Dat laatste hoeft overigens niet goed te zijn, hè? Er zijn mensen die in de crisis hun avondeten niet hebben opgewarmd op het gasfornuis; dat is gruwelijk. Daarom moeten we het niet aan oorlogen en pandemieën overlaten om ons gedrag te veranderen, maar is er bedachtzame politiek nodig. We staan op een stoep die wordt opengebroken, we móéten naar de overkant. De oversteek is vervelend, het is gedoe, er mag van alles niet meer, er zijn uitstekende redenen om er geen zin in te hebben. Maar aan de overkant is het leven fijner. Beter, mooier, schoner. Daar ben ik van overtuigd.’
De oversteek is duur en niemand wil betalen.
‘Om netto nul uitstoot in 2050 te halen moeten we jaarlijks 8 procent minder uitstoten. Acht! Er moeten drie dingen gebeuren. Alles wat we doen, moet met zo min mogelijk energie. Alle energie moet elektrisch worden. En de bron van die elektrische energie moet groen zijn. Dan heb je 80 procent van het probleem getackeld. Maar dat vergt enorme investeringen, bedrijven moeten hele grote sommen geld uitgeven. Die kosten gaan ze doorberekenen aan de klanten, waardoor het leven duurder wordt. Fossiel consumeren – vlees, benzine – gaat duurder worden, en dat voelt als een straf voor blijven doen wat je al deed. Veel mensen weten heus wat ze moeten doen, maar hebben er geen geld voor. Of ze willen het gewoon niet, ze willen aan deze kant van de stoep blijven staan.’
Zie jij het lukken?
‘Het kan! Overheden zouden bereid moeten zijn om gigantisch veel meer schulden te maken om dit voor te financieren, zodat burgers geen pijn voelen, gewoon de pijn wegsubsidiëren. Jaha, dat is heel inefficiënt, ik hoor de horden economen al aankomen die zeggen ‘maar dat is helemaal de verkeerde prikkel’. Maar je kunt het slim doen: met de ene hand een CO2-heffing invoeren en met de andere hand de opbrengsten hiervan inzetten als subsidie voor iedereen die ontzien moet worden. De Europese Commissie heeft al voorgesteld dat overheden een grote pot geld op hun begrotingen kunnen aanhouden om de pijn van de energietransitie weg te subsidiëren.’
Klimaatsubsidies voor Europa: dat willen Nederlandse kiezers en politici al helemáál niet.
‘Noordelijke landen willen dat niet, want ‘dan gaat Zuid-Europa allemaal snoepjes uitdelen en hoesten wij de kosten op’. Terwijl uit alle data blijkt dat Zuid- en Oost-Europa heel goed bezig zijn. Ondertussen zitten we hier te navelstaren. Het idee dat zuidelijke landen geld zullen verkwisten, is wantrouwen dat op niks is gebaseerd. Dat ‘drank en vrouwen’-denken van Dijsselbloem zit hier heel diep. En al vinden er misstanden plaats: we kunnen ons heel wat misbruik veroorloven. Niets doen is duurder. Bovendien heeft Nederland niet zoveel meer in de melk te brokkelen. Het wil een uitzondering op de stikstofregels, dus zal het op andere dossiers ja moeten gaan zeggen. Bij de Europese Commissie hebben ze een hoop stukken rood vlees klaarliggen om populistische partijen te paaien, en dan kunnen ze ondertussen hopelijk door met de belangrijke dossiers.’
De stemming in Europa lijkt zich te keren tegen het establishment en ‘de elite’. Een goedlopende economie drijft op vertrouwen. Gaat dat toenemende wantrouwen geen gevolgen hebben?
‘Als je elkaar niet vertrouwt, moet je alles in contracten vastleggen. Iedereen moet een vijfde poot aan zijn stoel vastmaken omdat er altijd een poot onderuit kan worden gezaagd. Dat is duur en slecht voor de economie. Uit metingen blijkt dat het vertrouwen hier nog altijd hoog is. De anti-establishment-stem is mogelijk de uitdrukking van het gevoel dat de bergen niet hoger zullen kunnen worden. Dat dit het is. Dat voelen mensen intuïtief goed aan. Alles wat ze hebben staat op het spel. De bergen kunnen heus hoger, als we eenmaal aan de overkant van de straat zijn. Maar dan moeten we wel oversteken.’
Phlippen is getrouwd met Robert Dur, hoogleraar economie aan de Erasmus Universiteit, met wie ze twee kinderen heeft. Ze hebben elkaar leren kennen toen Phlippen 24 jaar geleden aan het Tinbergen Instituut aan haar promotieonderzoek begon.
Jullie zijn een economenroyaltypaar...
‘Een wat? Haha, nee joh, ga weg.’
... en houden elk jaar het traditionele grote feest voor economen – economisch wetenschappers en beleidsmakers, mensen uit de bankwereld en uit de economische journalistiek – bij jullie thuis. Jullie openen met een duo-speech op de trap. Waarom zijn jullie dat gaan doen?
‘We zijn er in 2016 mee begonnen. Robert en ik maakten ons zorgen over het populisme en de verharding. We dachten: we kunnen daar niet zo veel tegen doen, maar we kennen wel veel mensen die slim nadenken over de samenleving en die we kunnen samenbrengen. Het is geen debatavond, gewoon een lekker feest. Bier, cocktails, een dj. En tja, toen we eenmaal statafels en 170 cocktailglazen tweedehands hadden aangeschaft, werd het zonde van de investering om ze niet elk jaar te gebruiken. Robert en ik schroeven elk jaar onze zelfgemaakte cocktailbar in elkaar. Ik geloof niet dat we de wereld er heel erg mee verbeteren, maar we hebben wel plezier. We zijn al weken van tevoren recepten aan het uitproberen.’
In 2016 stapte je over van het economenblad ESB, waar je hoofdredacteur was, naar het Algemeen Dagblad om chef Economie te worden. Dat was vanuit dezelfde zorg over het populisme?
‘Ja, dat was een kantelmoment. Mensen gingen immigranten overal de schuld van geven, en ik was ervan overtuigd dat dit kwam doordat ze zich economisch niet veilig voelen. Ik wilde me verdiepen in hun beweegredenen en ze handvatten aanreiken om weerbaar te worden. Bart Verkade, die toen zakelijk directeur was bij de uitgever van het AD, had me gepolst om de economieredactie bij het AD te leiden, en ik dacht: ja, dáár moet ik zijn als ik een groot publiek wil bereiken. ESB was een totale nerdomgeving; bij het AD moest ik leren praten met mensen die geen econoom zijn. Ik had een groots plan ontwikkeld, met verslaggeving rond zeven thema’s. Hoe word ik welvarend en gezond oud, krijgen mijn kinderen het beter dan ik, wat doet technologie met de toekomst van mijn werk, dat soort vragen. Ik wilde dat we het economische nieuws van de dag in de context van die vragen zouden plaatsen. Zodat lezers meer grip zouden krijgen op hun eigen leven. Dat is mislukt.’
Want de waan van dag kwam daar zeker de hele tijd doorheen walsen?
‘Ja, het nieuws laat zich niet in een keurslijf van zeven thema’s persen. Zo werkt de journalistiek natuurlijk niet. Ik had enorme ambities, wilde elke dag vijf pagina’s maken en een verdubbeling van de economieredactie, van zes naar twaalf man, en iedereen zou op training moeten. Daar was helemaal geen geld en ruimte voor. Uiteindelijk ben ik gaan praten met Christian Van Thillo, de topman van DPG Media, omdat hij aan alle touwtjes trekt. We zaten in een glazen hok op het kantoor van het AD; er liepen de hele tijd journalisten langs die zich afvroegen wat ik in godsnaam met de hoogste baas zat te bekokstoven. Van Thillo zei: leuke plannen, maar niet met het AD. Ik was zo teleurgesteld.’
Je ging toen naar ABN Amro om Han de Jong op te volgen als hoofdeconoom bij het Economisch Bureau van de bank toen hij met pensioen ging. Dat is een radicaal andere keuze.
‘Nee, eigenlijk niet. Op gezette tijden vroeg Han of ik al was uitgespeeld in de journalistiek en zin had in het echte werk. En ik dacht: bij een bank kan ik me ook richten op financiële zekerheid van klanten, en op het verleggen van geldstromen naar groene investeringen. Ik wil graag komen, zei ik, maar dan wil ik werken aan klimaatverandering.’
Daar zat de bank vast niet op te wachten?
‘Uiteindelijk was het Rintse Zijlstra, hoofd strategie, of eigenlijk Eva Knippen, zijn rechterhand, die zei: neem haar, doe het. Er was scepsis. Terwijl ik al was aangenomen, moest ik alsnog zes assessmentgesprekken hebben, met iemand uit de board, iemand van de Raad van Commissarissen, iemand van clearing, het ging maar door. Ik was een riskante hire.’
Wat heb je gezegd om ze te overtuigen?
‘Ik heb de hulp ingeroepen van iemand die er al werkte, en uitstekend weet hoe de bank werkt, Philip Bokeloh. Hij heeft me geadviseerd bij het maken van een strategisch plan: waar staat de bank nu, wat moet er veranderen om in de toekomst duurzaam door te kunnen bankieren en wat moet er bij het Economisch Bureau veranderen om dat proces te ondersteunen. Bij elk van de zes gesprekken heb ik gezegd: als je wilt dat het schip bij het Economisch Bureau blijft doorvaren op dezelfde route, moet je mij niet hebben. Als je een andere richting in wilt slaan, ben ik je vrouw. En dan vroegen ze: hoezo andere richting? Dat gaf me de kans om mijn plan te presenteren, waardoor ik niet mezelf hoefde te verkopen, waar ik slecht in ben, maar mijn plan, waar ik veel beter in ben. Daarmee kreeg ik meteen commitment, vanuit alle hoeken van de bank, voor wat ik wilde.’
Hoe luidde je pitch?
‘De klimaatverandering komt op ons af, met geheel nieuwe risico’s en met radicale gevolgen voor de houdbaarheid van de bank en voor de samenleving. Bij het Economisch Bureau moeten we daarom, naast het traditionele macro-economische onderzoek, een poot klimaateconomie opzetten, zodat we de rekensommen kunnen maken, en een poot voor onderzoek naar de financiële weerbaarheid van mensen.’
Waarom zou je de financiële weerbaarheid van mensen willen onderzoeken?
‘Omdat beleidsmakers dan betere beslissingen kunnen nemen. We beschikken over bergen transactiedata van cliënten – volledig geanonimiseerd, niets is terug te herleiden naar individuen. Uit betaalpatronen valt af te leiden wat mensen doen om financieel niet kopje onder te gaan, en wat we daarvan kunnen leren. In de lockdown tijdens de coronapandemie hebben we onderzocht wat er veranderde in het betaalgedrag van rekeninghouders die meer dan 10 procent van hun inkomen kwijtraakten. We zagen een zorgelijk patroon: mensen die al een laag inkomen hadden, hadden een veel groter risico op inkomensterugval én ze hadden geen ruimte om dat op te vangen. Mensen met hogere inkomens gingen niet meer uit eten en dronken geen dure wijn meer; die konden tegenvallers opvangen. Ik vind dat belangrijk onderzoek.’
Gebruiken jullie de data ook om rekeninghouders te nudgen, te sturen in hun betaalgedrag?
‘O nee, dat wil ik niet! We hebben een ethisch kader opgesteld, we mogen niks doen met de data waar je blosjes van op de wangen krijgt. Een belangrijk criterium is: verwacht een klant dit van ons? Ons onderzoek mag nooit tot commerciële toepassingen leiden. Voor een bedrijf zou het interessant kunnen zijn om te weten waar particuliere klanten de energiesubsidie aan hebben uitgegeven, maar die informatie verschaffen, vind ik onethisch. We doen onze analyses samen met wetenschappers aan universiteiten, uitsluitend met het doel om aanbevelingen te kunnen doen aan beleidsmakers en om macro-economische inzichten te krijgen. Ik ben trots op ons onderzoek naar de overstromingen in Limburg in 2020. Wij kunnen heel precies zien hoe financiële schade zich ontwikkelt. We kijken wat er gebeurt met de inkomsten en uitgaven van rekeninghouders die in het overstroomde gebied wonen, ten opzichte van vergelijkbare rekeninghouders die elders wonen. Zo zien we hoeveel euro mensen extra moeten uitgeven na een overstroming en voor hoelang. Dit is een nieuwe manier van schade meten.’
Je bent de eerste vrouwelijke hoofdeconoom bij ABN Amro. Kijken mensen anders naar je, of zijn we dat stadium voorbij?
‘Inmiddels heb ik me gevestigd. Dat heeft wel een tijd geduurd. In het begin als ik ergens optrad was het ‘leuk jurkje’ en ‘heeft ze eigenlijk een panty aan?’. Binnen de bank heeft het een jaar of twee geduurd voordat ze me bij sommige afdelingen met hun grootste zakelijke klanten lieten praten. Ik denk dat ze in het begin dachten: o jee, dat ngo-meisje. Dat is voorbij. Ik vind het heerlijk om me ook met good old macro-economie bezig te houden. De scenario- en stresstestcommissie, waarin de economische visie die we voor de hele bank formuleren toegelicht en moet worden verdedigd, doe ik altijd zelf.’
Toen je vorig jaar bij Op1 in discussie ging met Jacco Vonhof, van de belangenclub voor het midden- en kleinbedrijf, zei hij in de hitte van het debat: ‘Anders gaan al die banen naar India, meisje.’
‘Het leek voor de kijkers alsof hij het tegen mij zei, maar hij zei het tegen de vertegenwoordiger van Extinction Rebellion die ook aan tafel zat. Net zo erg natuurlijk. Hij had het gevoel dat wij samen tégen hem waren. Hij bood direct erna zijn verontschuldigingen aan. Prima. Veel kijkers waren verontwaardigd. Dan denk ik: kijk, de bal doet zijn werk vanzelf.’
13 februari 1978 Geboren in Kerkrade.
1996-2000 Studeert sociologie en economie met specialisatie Japan aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
2000-2004 Promoveert aan het Tinbergen Instituut in Rotterdam op innovatiestrategieën van bedrijven.
2004-2010 Docent toegepaste economie.
2010-2016 Hoofdredacteur Economisch Statistische Berichten (ESB).
2016-2018 Chef Economie Algemeen Dagblad.
2018 Hoofd Nederland Economisch Bureau ABN Amro.
2020 tot nu Hoofdeconoom ABN Amro.
2022 Te gast in Zomergasten.
2023 tot nu Praktijkhoogleraar duurzaam bankieren, Rijksuniversiteit Groningen.
Phlippen woont in Rotterdam met haar man, een dochter en een zoon.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant