Home

Opportunisme is de zuurstof van het voetbal, samen met hoop

Na de alweer bijna vergeten wanvertoning tegen het plotseling toch niet zo sterke Oostenrijk vroeg kijkcijferkanon Valentijn Driessen van De Telegraaf aan Ronald Koeman of diens positie nog houdbaar was als Oranje in de achtste finale van het EK zou worden uitgeschakeld. Koeman hield zich in. Hij zuchtte en zei dat hij de vraag niet relevant vond; nog niet in elk geval.

Tussendoor stelde Driessen vast dat de interlandloopbaan van Joey Veerman voorbij was. Ook dat bleek voorbarig, in de wedstrijd tegen Roemenië liet Koeman hem invallen. Driessen zat er niet mee. In een podcast richtte hij het woord tot Veerman. Hij zei dat hij héél blij was dat Joey was teruggekeerd in het Nederlands elftal.

Een paar dagen later stelde De Telegraaf vast dat Koeman bij Oranje dezelfde voorwaarden creëert als Rinus Michels in 1988 – een verrassende wending. Hoe dat toernooi afliep, weten we allemaal. Van misbaksels tot potentiële winnaar van het EK, het kan snel gaan. Pierre van Hooijdonk, donderdag in Studio Fussball op de vraag welk land de titelfavoriet is: ‘Nederland’.

Zijn bikkelharde, nog maar heel recente (en volkomen terechte) kritiek op het elftal was in Baarn ergens onder de tafel beland. Nog even en het wordt als een grof schandaal beschouwd indien Oranje op 14 juli in Berlijn de Cup niet omhoog houdt.

Aan Valentijn Driessen koester ik dierbare herinneringen. Misschien wel de beste weken uit mijn tijd als voetbalverslaggever bracht ik door aan zijn zijde. Tijdens het WK in Italië, in 1990, bestelde hij elke avond, week in week uit, pizza margherita of spaghetti bolognese. Iets anders lustte hij niet. Overdag at hij koek en chips.

Sindsdien kan hij bij mij geen kwaad doen. In een tijd dat de Volkskrant en De Telegraaf elkaar volstrekt negeerden, op gezag van hogerhand, en het uit den boze was dat verslaggevers van beide kranten samen optrokken, reden Driessen en ik in Italië het halve land door.

Intussen mopperde hij op wat hij de ‘opinieleiders’ noemde, collega’s van onze kranten die hoger in de hiërarchie stonden en in het kielzog van Oranje zonder twijfels de ene na de andere gewichtige beschouwing publiceerden.

Die gaat dit niet lang volhouden, dacht ik. Vierendertig jaar later is Driessen zelf een opinieleider, een boegbeeld die 24/7 op alle mogelijke platforms (krant, podcasts, Vandaag Inside) ferme meningen rondstrooit en zonder enige gêne onbeschaamde vragen stelt aan coaches.

Driessen wordt vaak opportunisme verweten, maar hij is niet de enige. Opportunisme is de zuurstof van het voetbal, samen met hoop. Op wellicht de Tweede Kamer na is het opportunisme nergens zo groot als hier. Opvattingen worden desgewenst elke dag ververst, een onverwacht resultaat of een gelukje zet alles op zijn kop.

Niet één journalist of analist ontsnapt eraan. Het ene moment wordt massaal vastgesteld dat het Nederlands elftal geen ‘leiders’ heeft; dat de spelers veel te aardig voor elkaar zijn, sterker nog, dat braafheid deze hele generatie kenmerkt; dat Koeman de tactiek moet aanpassen; dat Daley Blind en Joshua Zirkzee moeten worden opgesteld en Memphis Depay niet. Een tijdje later spreekt zelfs de meest kritische volger de verwachting uit dat Oranje het kunststuk van 1988 gaat herhalen. En door.

Voor het toernooi zag ik het even helemaal zitten met Ronald Koeman, daarna vond ik dat hij er weinig van bakte en mijn huidige mening is dat hij het Nederlands elftal minimaal naar de halve finale gaat leiden. Door schorsingen mist Turkije drie basisspelers, het kan niet meer misgaan.

Over de auteur
Paul Onkenhout was jarenlang voetbalverslaggever en is columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next