Home

De grenzen van de rechtsstaat worden al overschreden

Rechtsstaat Met de belofte dat alle partijen de rechtsstaat zullen waarborgen, durfde NSC wel in een coalitie met de PVV te stappen. Maar hoe stevig is die garantie? Kabinetten van de laatste jaren hebben al vaker rechterlijke uitspraken genegeerd.

Minister van Justitie Dilan Yesilgöz had net beloofd rechterlijke uitspraken uit te voeren en na te leven, toen de rechtbank in Den Haag begin maart concludeerde dat de door haar ministerie bedachte preventieve „vrijheidsbeperkende” opvang van kansarme asielzoekers onvoldoende wettelijke grondslag had. Drie dagen later schreef Yesilgöz samen met de verantwoordelijke staatssecretaris Eric van der Burg (VVD) aan de Tweede Kamer dat er volgens hen „geen sprake” is van „verkapte detentie”, en dat zij zich „onvermoeid” blijft inzetten om meer van zulke locaties in te richten.

De belofte waar Yesilgöz zich nog geen drie maanden eerder aan had gecommitteerd komt uit de „gezamenlijke basislijn” die PVV, VVD, NSC en BBB aan het begin van de formatie hadden opgesteld. Daarin beloven de partijen elkaar en zichzelf dat ze zich „binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat zullen bewegen”. Ze zullen zich aan de grondrechten houden, „rechterlijke uitspraken worden uitgevoerd en nageleefd” en de partijen zullen „onafhankelijke instituties, zoals rechtspraak, wetenschap en media [...] beschermen en versterken”.

Het schriftelijk vastleggen van deze schijnbare vanzelfsprekendheden was vooral bedoeld om de zorgen van coalitiepartij NSC weg te nemen. Onder deze voorwaarden kon NSC-leider Pieter Omtzigt een kabinet met daarin de radicaal-rechtse PVV van Geert Wilders gedogen. Samen een kabinet vormen was een brug te ver, vanwege eerdere racistische en anti-islamitische uitspraken en standpunten van PVV’ers.

Inmiddels heeft NSC met PVV (en VVD en BBB) een kabinet gevormd, en wil Pieter Omtzigt uitspraken van PVV’ers uit het verleden – bijvoorbeeld racistische complottheorieën over de ‘omvolking’ van Nederland – niet meer „recenseren”. De NSC-leider wil alleen nog vooruitkijken.

De belofte om binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat te opereren heeft Omtzigt aangevuld met de opmerking dat je natuurlijk altijd een discussie kunt voeren over waar die grenzen dan liggen.

Gelukkig, zo sussen tegenstanders van het dinsdag aangetreden kabinet zichzelf, zijn er nog andere vangrails beschikbaar. Wat te denken van ambtenaren die negatief zullen adviseren over onrechtmatige plannen? Nederlandse rechters die de overheid zullen opdragen zich aan internationale verdragen te houden. De Europese Commissie die Nederland kan dwingen Europese afspraken na te leven?

Ook onder neutralere toeschouwers, zoals ervaren Haagse ambtenaren, weifelende coalitiepolitici en politieke commentatoren, is de analyse te horen dat de coalitie van PVV, VVD, BBB en NSC het nog moeilijk zal vinden om bestuurlijk-juridische grenzen te overschrijden. Het zal zo’n vaart niet lopen, dit kabinet krijgt weinig voor elkaar; Europa, rechters of ambtenaren zullen excessen voorkomen.

Maar klopt die veronderstelling wel?

Wie de afgelopen jaren de overheid volgde, weet dat het negeren van ambtelijke adviezen over onrechtmatigheid, rechterlijke uitspraken of conclusies van onafhankelijke inspecties verre van uitzonderlijk is. Dat verleden biedt daarmee een routekaart voor politici die veranderingen nastreven die binnen de huidige bestuurlijke en juridische grenzen niet te realiseren zijn.

Sterker nog, bewindspersonen van coalitiepartij VVD hebben daar een zekere reputatie mee opgebouwd, net als de dinsdag beëdigde premier Dick Schoof.

Ongrondwettelijk

Neem voormalig minister Dennis Wiersma (Onderwijs, VVD). Uit onderzoek van NRC in 2019 blijkt dat salafistische moskeescholen lesmateriaal gebruiken waarin onder meer staat dat homoseksuelen en afvalligen de doodstraf verdienen. Wiersma wil eind 2022 dat de onderwijsinspectie toezicht krijgt op de scholen. Ongrondwettelijk, zo concluderen ambtenaren, omdat het hier om informele scholing gaat, en ingrijpen daarin strijdig zou zijn met de vrijheid van meningsuiting en de godsdienstvrijheid. Wiersma zet zijn besluit toch door, maar moet na klachten over zijn woedeuitbarstingen aftreden voordat hij zijn plannen kan uitvoeren.

In datzelfde jaar huurt Dilan Yesilgöz een vertrouweling in als externe „fixer” om iets te doen aan overlastgevende asielzoekers. Zijn plan is om asielzoekers die weinig kans op een vluchtelingenstatus hebben, de facto preventief op te sluiten in een „procesbeschikbaarheidslocatie” en zo snel mogelijk uit te zetten. Formeel gebeurt dat omdat ze overlast geven, maar wat overlast is, wordt niet gedefinieerd. De politie wil eigenlijk niet meewerken, omdat die vreest voor „etnisch profileren”. Ook het OM stribbelt tegen, vanwege politieke inmenging in opsporingsbeslissingen. Om meer asielzoekers in dit traject te kunnen zetten, moet het Openbaar Ministerie van het departement namelijk ook kleine vergrijpen vervolgen. Na de rechterlijke uitspraak schrijft Van der Burg aan de Kamer dat zijn ministerie de pilot „bijstelt”, maar wel doorzet.

Ook premier Dick Schoof is herhaaldelijk over wettelijke grenzen en bestuurlijke normen heen gestapt. Als Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid laat Schoof zijn medewerkers stiekem burgers online observeren via nep-accounts, terwijl hij meermaals wordt gewaarschuwd dat dit waarschijnlijk niet mag. Het gaat bijvoorbeeld om politieke campagneleiders, religieuze leiders, linkse en rechtse activisten. Van sommigen beschrijft de NCTV met wie ze zijn getrouwd, hoeveel kinderen ze hebben of met wie ze omgaan, soms vergezeld van foto’s. Deze informatie wordt gedeeld met gemeenten, politie, AIVD en buitenlandse veiligheidsdiensten.

Dit stiekem observeren van burgers blijkt een patroon: de NCTV betaalt ook particuliere onderzoekers die in opdracht van gemeenten undercover‘inkijkoperaties’ bij moskeeën en andere islamitische organisaties uitvoeren en daarbij rapporten vol privacygevoelige informatie over personen verzamelen. Terwijl intern wordt gewaarschuwd dat dit tegen de wet is, prijst Schoof de methode aan bij de toenmalige burgemeester van Almere.

Onwil en onvermogen

Op allerlei plekken en niveaus binnen het Nederlandse openbaar bestuur zijn voorbeelden te vinden van het bewust overtreden van wetten en regels of het negeren van rechterlijke uitspraken.

Soms is het onwil, zoals in de voorbeelden van Schoof en Yesilgöz. De corrigerende werking van de rechtsstaat wordt dan gezien als ongewenste belemmering van de gewenste uitkomsten.

In april krijgt de Belastingdienst nog een oorwassing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden omdat in een langlopende belastingzaak structureel informatie voor de rechter is achtergehouden, en ook herhaaldelijk „zeer lichtvaardig met de waarheid [is] omgesprongen” in een poging een onderzoek tegen een belastingplichtige overeind te houden. Er is zoveel mis met het handelen van de dienst dat het hof in het arrest „onmogelijk alle onzorgvuldigheden [kan] benoemen”. RTL Nieuws onthult dat de dienst dit vaker doet. De inspecteur-generaal van de Belastingdienst stelt een onderzoek in.

In Breda kiest de gemeente er bewust voor om in strijd met privacywetgeving gegevens van burgers te verzamelen en te combineren om zo preventief in te kunnen grijpen bij signalen van overlast en criminaliteit, zo onthult onderzoeksplatform Follow The Money. Of zoals de gemeente het zelf verwoordt: „Hoewel het wel ons streven is, voldoet de gemeente niet op alle gebieden voor de volle 100% aan de regelgeving.”

Soms is het onvermogen, en maakt overheidsbeleid wetten of rechterlijke uitspraken onuitvoerbaar, zoals in onderwijs of jeugdzorg. Zo staat in Inspectie Onderwijs al jaren onder voorwaarden toe dat scholen on(der)bevoegde leraren voor de klas zetten, vanwege het lerarentekort. Op rechtspraak.nl zijn zonder veel moeite magistratelijke verzuchtingen te vinden dat organisaties in de jeugdzorg, die ingeschakeld worden door gemeenten, uitspraken van de rechtbank niet uitvoeren. Om contacten tussen een uithuisgeplaatst kind en moeder uit te breiden, bijvoorbeeld. Om te onderzoeken of drie kinderen weer terug kunnen naar hun ouders. Om de door de rechter bevolen hulpverlening te betalen.

Dwangsom

Bij de de asielopvang in Ter Apel komen onwil en onvermogen samen. In 2021 eist de gemeente Westerwolde al dat het COA zich moet houden aan de bestuurlijke afspraak om op deze locatie maximaal 2.000 asielzoekers op te vangen. Na anderhalf jaar aandringen is het gemeentelijk geduld op, en dwingt Westerwolde in onderhandelingen met staatssecretaris Van der Burg af dat het COA de maximale bezetting niet meer zal overschrijden. Ondanks de herhaalde afspraken en beloften blijven de overschrijdingen plaatsvinden, soms met „enkele honderden” asielzoekers.

Begin 2024 stapt Westerwolde naar de rechter. Die maakt korte metten met het verweer van het COA. Dat het niets kan doen aan de asielinstroom, wist het COA al toen het afspraken maakte met Westerwolde over het maximum in Ter Apel, en dat is dus geen excuus. Van overmacht is ook geen sprake, zegt de rechter. De overheid heeft zelfs immers „bestaande opvangvoorzieningen vanaf 2016 structureel afgebouwd. [...] De bijna continue crisis in de opvang van asielzoekers is een crisis die het Rijk zelf creëert en in stand houdt."

De crisis is „culpa in causa” [schuld in oorzaak] stelde Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen onlangs nog vast in NRC. „Nederland heeft zich in de situatie gebracht waarin er een crisis is ontstaan, we zijn er zelf debet aan.”

Tijdens de zitting belooft het COA opnieuw zich nu écht aan de afspraken te zullen houden, maar de rechter „acht het begrijpelijk dat de Gemeente [daarvan] geen al te hoge verwachtingen heeft”. Het COA belooft in de rechtszaal „uiteraard” een „eventuele veroordeling na te zullen komen” en zegt dat een dwangsom bij overtreding dus niet nodig is. Ook hiervan is de rechter niet onder de indruk: „In het algemeen mag van overheidsorganen als het COA inderdaad worden verwacht dat zij ook zonder de dreiging van een dwangsom rechterlijke uitspraken zullen nakomen.” Maar, schrijft de rechter, de eerdere afspraken die COA en staatssecretaris met de gemeente hadden gemaakt, zijn ook niet nagekomen.

De dwangsom moet volgens de rechter juist „substantieel zijn omdat het voor het COA een prikkel moet zijn om na te komen en het niet de bedoeling is dat het zijn verplichtingen aldus zal afkopen.”

Toch is dat precies wat er gebeurt. Het COA houdt zich, anders dan beloofd, niet aan de rechterlijke uitspraak, en heeft sindsdien zo vaak te veel asielzoekers in Ter Apel gehad dat de maximale dwangsom van 1,5 miljoen inmiddels is bereikt.

Wil Eikelboom, voorzitter van de Vereniging Asieladvocaten en Juristen Nederland (VAJN), wijst op de nareisbeperking die het kabinet-Rutte 4 invoerde: statushouders zonder huisvesting mochten familieleden tijdelijk niet laten overkomen. Het kabinet was geadviseerd dat de maatregel in strijd was met Europese regels, iets wat de rechter na een half jaar ook bevestigde. „Maar al die tijd was de maatregel dus wel van kracht.”

Het kabinet-Schoof, voorziet Eikelboom, zal dezelfde route bewandelen door een ‘asielcrisis’ uit te roepen, waarmee het zonder instemming van de Kamer grote delen van de Vreemdelingenwet buiten werking kan stellen. „Dat is een enorm heftige bevoegdheid, alleen bedoeld is voor extreme noodsituaties, zoals oorlog in Nederland, of een natuurramp.” De kans is dus heel groot dat de rechter de regering zal terugfluiten. Eikelboom: „Maar in de tussentijd krijgt het kabinet zijn zin, en worden er geen asielaanvragen behandeld.” Dat het kabinet er soms doelbewust voor kiest om op die rechterlijke vangrail af te rijden, zegt Eikelboom, is al ernstig genoeg. „Dat toont aan dat de rechtsstaat al aangetast is.”

Binnen het Nederlandse recht bestaan slechts beperkte mogelijkheden om een onwillige overheid te dwingen zich aan rechterlijke uitspraken te houden, zeg de Utrechtse hoogleraar Omgevingsrecht Chris Backes. Hij adviseerde het kabinet over het stikstofbeleid, ook voor het nieuwe kabinet een van de moeilijkst oplosbare dossiers. „Dwangsommen werken niet, die betaalt de overheid gewoon van ons belastinggeld.”

De rechter kan doorgaans zelf geen besluiten namens de overheid nemen, alleen bestaande overheidsbesluiten vernietigen. In die gevallen moet de overheid opnieuw een besluit nemen. Het is de overheid zelf die bepaalt hoe serieus ze de uitspraak van de rechter dan neemt. De Europese Commissie kan met hoge dwangsommen en het inhouden van Europese gelden wel zaken afdwingen, zegt Backes. Maar dat zijn processen die jaren duren en vaak ook afhankelijk zijn van de heersende politieke wind.

Als de overheid het recht negeert, zegt Backes, is dat recht via de rechter maar moeilijk af te dwingen. Politici moeten uiteindelijk zélf die discipline opbrengen.

Source: NRC

Previous

Next