Premier Dick Schoof had zich zijn eerste persconferentie waarschijnlijk anders voorgesteld. Hij had niet verwacht het te moeten hebben over het twittergedrag van zijn ministers, erkende hij een dag na het rampzalige debat over de regeringsverklaring.
Eigenlijk zou Schoof het het liefst hebben over de plannen van het nieuwe kabinet over asiel, migratie of de toekomst van de landbouw. Maar in zijn eerste week als premier heeft de oud-topambtenaar vooral moeten uitleggen dat er geen racisten in zijn kabinet zitten, dat hij niets van discriminatie moet hebben, dat omvolkingscomplotten fout zijn en dat vicepremiers niet tijdens het debat geluiden moeten rondtwitteren die afwijken van de kabinetslijn.
Hij had nooit verwacht dat een van de eerste onderwerpen op de agenda van de ministerraad regels voor het gebruik van sociale media zouden zijn. Ook niet dat hij zo kort na de beëdiging al de eenheid van kabinetsbeleid moest herbevestigen.
Over de auteur
Avinash Bhikhie is politiek verslaggever van de Volkskrant.
Alles over politiek vindt u hier.
‘Het was een intensieve eerste week’, aldus de premier op zijn eerste persconferentie na afloop van de ministerraad, een parlementaire traditie die zijn oorsprong kent uit de jaren zeventig. Met de PVV als grootste partij in de nieuwe coalitie, was het de vraag of de vooruitgeschoven premier het wekelijkse gesprek met de pers wel zou voortzetten. De PVV heeft regelmatig afgegeven op de onafhankelijke journalistiek en noemde de pers ‘tuig van de richel’.
Schoof trekt zich daar niets van aan. Hij ziet het persmoment als een ‘unieke traditie’ die hij in stand wil houden. Maar Schoof weet ook dat de unieke traditie hem een uniek podium biedt: via de wekelijkse persconferentie kan hij miljoenen Nederlanders bereiken met wie hij de politieke week kan doornemen, en kan hij aan gezag winnen.
Gezag dat sinds donderdag een knauw heeft gekregen. En een forse ook. Schoof, die ‘ja’ zei tegen verzoek van de vier coalitiepartijen om premier te worden, zag het debat over de regeringsverklaring ontregeld worden door uitgerekend de PVV, de grootste partij in het kabinet. In ongekend harde bewoordingen las Geert Wilders hem de les, terwijl zijn vicepremier Fleur Agema zijn standpunt over de hoofddoek leek te ondermijnen met een bericht op X met een quote van burgemeester Femke Halsema, die in 2009 zei te hopen dat vrouwen uit vrije wil hun hoofddoek af zouden doen.
Hoewel Schoof bekend is met de retorische stijl van Wilders, schrok hij wel een beetje van de toon waarop hij door de PVV’er werd terechtgewezen. ‘Slappe hap’, beet Wilders hem toe. ‘Ik had dat niet verwacht’, moest Schoof erkennen. ‘Maar iedereen kiest zijn eigen woorden. Hij heeft daar het volste recht toe.’
Opvallend was dat geen van de andere drie coalitiepartijen het in het debat opnamen voor Schoof, die als partijloos premier is ingehuurd om het hoofdlijnenakkoord van PVV, VVD, NSC en BBB om te zetten in concreet beleid. ‘Ik kan niet terugvallen op een familie’, merkte hij op. Hij had verwacht dat hij op meer steun had kunnen rekenen van de coalitiepartijen, maar trekt daar verder geen conclusies uit. ‘De steun kwam aan het eind van het debat.’ Daar neemt hij genoegen mee.
Spijt heeft hij in ieder geval nog niet dat hij dit avontuur is aangegaan, ook niet na de chaotische start. ‘Ik ben gisteren niet depressief thuisgekomen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant