Home

Focus minder op BMI, stellen wetenschappers: ‘Buikvet is een veel betere voorspeller van gezondheidsproblemen’

Kijk voor de diagnose obesitas niet alleen naar de body mass index (BMI), de verhouding tussen lichaamsgewicht en -lengte. De hoeveelheid buikvet en de fysieke en mentale problemen bij mensen met overgewicht zijn minstens zo belangrijk, stellen obesitaswetenschappers.

29 obesitaswetenschappers uit Europa en Noord-Amerika publiceerden deze boodschap vrijdag in een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Medicine. Hun bevindingen moeten de medische richtlijnen voor obesitaspatiënten wereldwijd veranderen.

Het artikel is tot stand gekomen onder leiding van Gijs Goossens, hoogleraar cardiometabole fysiologie van obesitas bij het Maastricht UMC.

Over de auteur
Michiel van der Geest is de zorgverslaggever van de Volkskrant.

Waarom is juist het buikvet zo belangrijk?

‘Buikvet is een veel betere voorspeller van gezondheidsproblemen. Vet is een orgaan, net als het hart en de longen. Je moet de cellen in het buikvet zien als een ballon; ze zetten uit wanneer we aankomen. Ze vormen een buffervat om overtollige calorieën in op te slaan.

‘Als de vetcellen overvol zitten met opgeslagen vetten, dan kan er niets meer bij. Iedere keer dat je dan een maaltijd nuttigt, blijven er meer voedingsvetten in de bloedbaan en die vinden daardoor een weg naar je lever, naar je spieren, naar je hart. Dat kan leiden tot leververvetting, verstoringen in de suikerspiegel en hartproblemen.

‘Je kan het risico op gezondheidsproblemen relatief simpel bepalen: de buikomvang in relatie tot je lengte is een goede indicator.’

Zijn alle obesitas-experts het hier nu mee eens?

‘De afgelopen jaren hebben wij een grote groep obesitas-experts stellingen voorgelegd over de diagnose en behandeling van overgewicht en obesitas. De wetenschappelijke praktijk schrijft voor dat wanneer er ten minste 75 procent consensus bestaat over zo’n stelling wil zeggen dat we het erover eens zijn.

‘Die consensus is er nu over het feit dat we bij obesitas verder moeten kijken dan de BMI. De fysieke en mentale problemen die mensen ervaren, en zeker ook de buikomvang, zijn minstens zo belangrijk.’

Dus de BMI kan overboord?

‘Nee, dat niet, want het is nog steeds een relevante maat voor het screenen op overgewicht.

‘En het gaat ons om de combinatie. Een combinatie van een BMI boven de 25 en een teveel aan buikvet kan al een aanleiding zijn om een behandeling te beginnen. Dat is overigens altijd eerst het aanpassen van iemands leefstijl, want daar valt al veel mee te bereiken.

‘Maar we moeten dan niet afwachten tot de BMI nog verder is gestegen en iemand misschien al diabetes heeft ontwikkeld of een hartaanval heeft gehad. We moeten tijdig ingrijpen als we gezondheidsproblemen kunnen voorkomen.

‘Wat we hopen te bereiken, is dat ons artikel handvatten biedt voor een aanpak op maat voor elke patiënt. Nu speelt in veel spreekkamers de BMI nog een overheersende rol. In Nederland lopen we overigens al een beetje voorop: in de Nederlandse richtlijn voor de behandeling van overgewicht en obesitas bij volwassenen nemen we de hoeveelheid buikvet al mee bij de keuze voor een behandeling.’

Betekent uw aanpak niet een verdere medicalisering van het probleem? Nu komen straks ook mensen met een BMI onder de 30 in aanmerking voor dure medicijnen.

‘Ik ben echt niet voorstander van een medicalisering van obesitas, maar te lang afwachten brengt ook risico’s met zich mee.

‘Een voorbeeld: stel iemand heeft een BMI van 29, maar heeft wel te veel buikvet, en ook nog veel gewrichtspijn en mentale problemen. Nu moet zo iemand volgens de richtlijnen eerst een jaar lang een leefstijlprogramma volgen, voordat een arts obesitasmedicijnen mag voorschrijven.Maar als je nou weet dat dat niet lukt, door die pijn en door mentale problemen? Moeten we dan niet iets sneller doorpakken om verdere achteruitgang in gezondheid te voorkomen?

‘Aan de andere kant: bij een bodybuilder met een BMI van 31, maar verder geen gezondheidsproblemen en weinig buikvet, hoef je niet of minder intensief in te grijpen. Dat is het spanningsveld waarin een persoonlijke aanpak nodig is.’

Hoe meet je je buikvet?

Neem een meetlint en meet je buikomtrek tussen de onderste rib en je heupbot, vlak boven je navel. Deel het aantal centimeters buikomvang door je lichaamslengte (ook in centimeters).

Onder de 0,5 zit je sowieso goed: iemand van 1,80 meter mag dus een buikomtrek van 90 centimeter hebben. Boven de 0,5 nemen de gezondheidsrisico’s toe, zeker in combinatie met een BMI van boven de 25.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next