Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Joris Henquet, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.
3 juli. Die datum stond al maanden in de agenda’s van zo ongeveer iedereen die iets in de culturele sector doet. Woensdag maakte de Raad voor Cultuur zijn adviezen bekend over welke (vaak grote) orkesten, ensembles, festivals, et cetera, de komende vier jaar via de Culturele basisinfrastructuur (BIS) van subsidie moeten worden voorzien. Tegelijkertijd maakten de rijksfondsen, zoals het Fonds Podiumkunsten (FPK), hun besluiten bekend over welke (in de regel kleinere) organisaties er worden beloond en wie niet.
Eerst wat genuanceerds. Een manier om de koek te verdelen waarmee iedereen gelukkig is, is een utopie. Krijgt een gevestigde naam geen geld, dan kan dat bedrag naar een nieuwkomer die ook een kans verdient. En de adviseurs, dat zijn ook maar mensen die hun best doen.
Dan nu wat ik echt vind: wat een ongelooflijk cynische shit heeft met name het FPK geproduceerd. Alleen wie lobotomie heeft ondergaan zal niet na 24 uur FPK-besluiten lezen met zijn hoofd tegen de muur willen bonken. In geen recensie op welk weblog dan ook vind je zulke aanmatigende zinnen als in de verslagjes van het FPK, en vaak wordt er zo vaag geformuleerd dat AI het nog niet eens had kunnen bedenken. ‘De commissie beoordeelt de betekenis voor de Nederlandse podiumkunstenpraktijk als neutraal’ – die houden we erin.
Voor veel ensembles maakt een FPK-subsidie het verschil tussen voortbestaan en stoppen, of onderbetaald krabbelen in de marge. Dan verwacht je stevige commissies vol mensen met expertise die in staat zijn om wat jij maakt esthetisch te kaderen en te wegen. Daarvan is in ieder geval op het gebied van klassieke muziek weinig te merken.
Wat me opviel, zowel bij de Raad als bij het FPK, is het geringe besef van de Nederlandse koorcultuur. In de BIS-categorie ‘Muziekensembles en koren’ kan het laatste woord net zo goed in enkelvoud worden veranderd, want van de zeven uitverkoren gezelschappen is alleen het Nederlands Kamerkoor een koor. Cappella Amsterdam, kwalitatief even hoogstaand maar minder handig met aanvragen, wordt gelukkig wel via het FPK ondersteund. Maar Laurens Vocaal, de Rotterdamse koorkoepelorganisatie, is volgens het FPK ‘zwak’: 0 euro. Terwijl die club zich al tijden een uitstekende uitdager toont. Niet voor niks werken het Concertgebouworkest en het Rotterdams Philharmonisch graag met het Laurens Collegium samen.
Volgens Koornetwerk Nederland zingen er 1,7 miljoen (!) mensen in koorverband. Anders dan bij de symfonieorkesten, wordt de toplaag met plakband bijeengehouden. En hoe we die toplaag überhaupt bestendigen, vraag ik me ook af, nu dat de Stichting Vocaal Talent Nederland (de kraamkamer van het Nederlands zangtalent, waar onder meer het Nationaal Kinderkoor onder valt) geen subsidie meer krijgt van het Fonds Cultuurparticipatie. Dat fonds heeft trouwens ook geen geld over voor de Nationale Jeugdorkesten, het Prinses Christina Concours en de Nederlandse Vioolconcoursen. Dat gaan we merken. Met dit beleid lopen er over tien jaar nog drie, vier Nederlanders rond op de conservatoria.
Heel benieuwd hoe de rechtse regering dit stelsel zal omvormen. Het zou ook gewoon béter kunnen uitpakken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant