Home

In Iran keren burgers na het regime ook het geloof de rug toe

Iran kiest vrijdag een nieuwe president. De keus is tussen een hardliner en een gematigde kandidaat. Veel Iraniërs, ook in het conservatieve Zuid-Teheran, prefereren een derde optie: niet stemmen.

De havik Saeed Jalili of de hervormingsgezinde Masoud Pezeshkian? Ook in het volkse, zuidelijke deel van Teheran is de belangstelling voor die keuze gering. In de eerste ronde van de presidentsverkiezingen vorige week kwam in de Iraanse hoofdstad slechts 23 procent van de kiesgerechtigden opdraven (landelijk 40 procent, althans volgens de officiële cijfers). Vrijdag volgt de tweede ronde.

Het arme Zuid-Teheran gold lange tijd als een steunpilaar van het islamitisch regime. Dit in tegenstelling tot Noord-Teheran, domicilie van moderne, hoger opgeleide en meer kosmopolitisch ingestelde Iraniërs. Die tegenstelling is verkleind, zo blijkt uit een rondgang door de zuidelijke wijk Shahr-e Rey. Ook hier heeft de Islamitische Republiek voor velen afgedaan.

Over de auteur

Rob Vreeken is correspondent in Istanbul voor de Volkskrant. Hij schrijft over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden. Voorheen specialiseerde hij zich op de buitenlandredactie in mensenrechten en het Midden-Oosten.

Fatemeh en Melika
‘Het leven in Iran is niet goed. Alles draait om geld, en dat hebben we niet’

De twee meisjes lopen onbedekt over straat in Shahr-e Rey, een conservatieve buurt in Zuid-Teheran, maar vlak voordat ze Café Chocolate binnengaan, draperen ze even hun dunne zwarte sjaals, die ze over hun schouders dragen, losjes over hun haar. Je weet maar nooit. Eenmaal binnen blijkt de kust veilig en gaat de hoofdbedekking weer af.

‘Café Chocolate is al zo’n tien keer gesloten omdat klanten geen hijab droegen’, zegt de 18-jarige Fatemeh. ‘Al snel ging de zaak weer open, maar dan viel na een tijdje de Gasht weer binnen. Zo gaat het maar door.’

Op straat merken Fatemeh en haar vriendin Melika (19) over het algemeen weinig van de Gasht, de moraalpolitie. Die slaat meestal op specifieke plekken toe. Van de gewone politie hebben ze helemaal geen last, die laat vrouwen in Teheran met rust. Toch hebben de meisjes altijd dat sjaaltje bij de hand, je weet maar nooit.

In Café Chocolate zitten vrouwen met en zonder hoofddoek. Soms komen er ook vrouwen in de zwarte chador, alles kan. De persoonlijke overwegingen voor kledingkeuze lopen uiteen. Moderne vrouwen dragen doorgaans een sjaaltje achter op het hoofd, om maar van het gedonder af te zijn. Een opmerkelijk aantal laat zelfs dat achterwege. Sinds de protestbeweging ‘Vrouwen, Leven, Vrijheid’ – die volgde op de dood in een politiecel van de 22-jarige Jina Mahsa Amini, die was gearresteerd omdat ze geen hoofddoek droeg – vertikken steeds meer jonge vrouwen in Iran het om de kledingregels te gehoorzamen. Anderen bedekken zich juist wel, uit religieuze motieven of gewoon omdat ze zich er comfortabel bij voelen.

De inrichting van Café Chocolate is roze, met veel hartjes. Zoetigheid domineert ook de menukaart. De twee vriendinnen bestellen crêpes met slagroom, ijs, banaan en aardbeien. Het is hun favoriete plek hier, naast een koffiehuis in de buurt van hun universiteit. Fatemeh studeert Engels, Melika accountancy.

Naast de bioscoop en de sportschool valt er voor hen verder weinig te beleven in Teheran, zegt Fatemeh. ‘Het leven in Iran is niet goed. Alles draait om geld, en dat hebben we niet.’ Het is een van de redenen waarom ze later geen gezin wil. ‘Ik wil studeren en werken.’

Het Iran van vroeger, met ongeletterde vrouwen die jong trouwden en veel kinderen kregen, staat lichtjaren van deze moderne meiden af. Ze zitten op internet en weten wat er in de wereld te koop is. De Islamitische Revolutie van 1979? ‘Dat is iets van een ver verleden, het zegt me niets meer’, zegt Fatemeh. ‘Ga maar na, zelfs mijn ouders hebben de revolutie niet meegemaakt. Mijn vader was een kleuter, mijn moeder was niet eens geboren.’

Stemmen bij de presidentsverkiezingen gaan de meisjes niet, daar zien ze geen enkele reden toe. ‘Al die politici zijn hetzelfde. Niemand van onze vrienden en familie gaat stemmen.’

Aan de protesten na de dood van Jina Mahsa Amini hadden ze graag meegedaan, maar ze waren nog jong, van hun ouders mochten ze niet. Fatemeh: ‘Mijn familie is een beetje religieus. Ik ben ook moslim, ik geloof in God, maar bidden doe ik niet. Mijn vader wil dat ik een hoofddoek draag. Daar trek ik me niets van aan, haha.’

Vahid
‘Aan mijn vrienden voorspel ik dat Iran het eerste niet-religieuze land in het Midden-Oosten zal zijn’

‘Vreselijk’, zegt Vahid, zonder een seconde te hoeven nadenken. De 62-jarige verkoper van huishoudelijke sier- en gebruiksvoorwerpen reageert zoals zoveel kooplieden op de bazaar van Zuid-Teheran als hun wordt gevraagd hoe de zaken gaan. De inflatie is hoog, importproducten zijn duurder geworden door de rampzalige wisselkoers. ‘Mensen kopen alleen nog hun basisbehoeften’, zegt de jeugdig ogende zestiger. ‘Geen luxe spullen, zoals die van mij, schalen en dergelijke van kristalglas.’

Het volkse, conservatieve zuiden van de Iraanse hoofdstad was jarenlang een bastion van steun voor de islamitische regering, maar daar is anno 2024 weinig meer van te merken. De ene na de andere marktkoopman spreekt – anoniem uiteraard – tegenover de Volkskrant zijn ongenoegen uit, en dat niet alleen over de stand van de economie. In ideologisch opzicht worden op de bazaar harde noten gekraakt. Ook door Vahid. Zeker door Vahid.

Stemmen gaat hij niet, vrijdag. Ook in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen, een week geleden, liet hij verstek gaan, zoals minstens 60 procent van de Iraniërs. De laatste keer dat hij stemde was 23 jaar geleden, op de hervormer Mohammad Khatami. Daarna hield hij het voor gezien. ‘Voor dit regime maakt het niets uit of we gaan stemmen. Hun macht komt uit de loop van het geweer. Omdat ze weten dat de bevolking hen niet steunt, vertrouwen ze op hun militaire macht.’

Kan hij wel aanvaarden dat de regering van Iran wordt geleid door een Opperste Leider, afkomstig uit de geestelijkheid? ‘Nee, totaal niet! Ik ben aanhanger van de democratie. De laatste zeven, acht jaar keren de mensen in Iran zich af van de religie. Begin met een taxichauffeur in Teheran over religie, en de kans is groot dat hij er slechte dingen over zegt.’

‘Jongeren? Die nog veel meer! Die haten de islam! In Teheran en andere grote steden zijn de meeste mensen niet echt moslim, ze doen alsof. Naar de moskee gaat niemand. Ik ook niet, ik haat geestelijken.’

‘Aan mijn vrienden voorspel ik dat Iran het eerste niet-religieuze land in het Midden-Oosten zal zijn. En dat proces is al gaande. Wat aan de top van de piramide gebeurt, verschilt totaal van wat onderop gebeurt, in de samenleving. In 1979, tijdens de revolutie, droeg 20 procent van de vrouwen geen hijab. Nu wil 80 procent van de vrouwen geen hijab. Heus, dit regime gaat verdwijnen, ik geef ze hooguit tien jaar.’

Shirin
‘Een middenklasse bestaat niet meer in Iran. Mensen zijn óf rijk, óf arm’

Jarenlang was Shirin huisvrouw. De twee kinderen waren klein, haar man verdiende net genoeg om het gezin te onderhouden. Sinds een klein jaar werkt ook zij, als caissière in een kleine supermarkt in Shahr-e Rey, een buurt in Zuid-Teheran. Het leven werd anders te duur, met alle inflatie. Bovendien gaan de jongens, tieners inmiddels, naar een particuliere middelbare school.

Zoals zoveel ouders in de grote steden van Iran geven Shirin (38) en haar man de voorkeur aan duur privé-onderwijs voor hun kinderen. Dat is zo veel beter, en veiliger. ‘Drugs zijn overal. Op de staatsscholen wordt er minder op de kinderen gelet.’ En over een paar jaar gaan de jongens naar de universiteit, ook dat kost geld. ‘We werken om onze zoons te laten studeren’, zegt ze.

Het gezin behoort, zo stelt Shirin vast, tot de arbeidersklasse. ‘Vroeger waren we middenklasse, maar we zijn inmiddels afgedaald, zoals zoveel Iraniërs. Een middenklasse bestaat niet meer in Iran. Mensen zijn óf rijk, óf arm.’

Stemmen gaat Shirin niet. De laatste keer dat ze dat deed was in 2005, op de populist Mahmoud Ahmadinejad. Toen hij vier jaar later herkiesbaar was, bleef ze thuis. Ze was teleurgesteld. Sindsdien heeft ze nooit meer gestemd, ook dit keer peinst ze er niet over. ‘Voor ons maakt het geen enkel verschil, ze zijn allemaal hetzelfde. Veel praten en niets doen. Niemand die ik ken gaat stemmen.’

Haar afkeer van de politiek werd nog groter nadat een Oekraïens passagiersvliegtuig boven Iran was neergeschoten door de Iraanse Revolutionaire Garde. Alle 176 passagiers, de meesten Iraans-Canadese burgers, kwamen om. De beschieting was een vergissing. Vijf dagen eerder, op 3 januari 2020, was het hoofd van de Revolutionaire Garde, de roemruchte generaal Qasem Soleimani, in Irak gedood door een Amerikaanse drone. Het regime in Teheran wilde wraak, en zag het Oekraïense toestel aan voor een Amerikaanse kruisraket.

Het incident leidde in Iran verrassend genoeg tot grootschalige protesten. De bevolking ging niet de straat op uit rouw over ‘martelaar’ Soleimani, in de officiële propaganda een nationale held, maar uit woede over het brute cynisme van de Revolutionaire Garde. ‘Eerst ontkende de regering alles’, zegt Shirin. ‘Later bleek dat ze het wel degelijk hadden gedaan. Maar excuses hebben ze nooit gemaakt.’

Ook aan de protestbeweging twee jaar geleden na de dood van de 22-jarige Jina Mahsa Amini nam ze deel. Uit solidariteit, en om een beetje op haar jongens te letten. ‘Ze waren nog klein, maar ze wilden heel graag demonstreren.’

Armin, Kian en Goli
‘Waarom zou ik stemmen voor een systeem dat me zo behandelt?’

Net als zijn vrienden deed Armin mee aan de protesten in september 2022. ‘Voor de vrijheid’, zegt hij. Hij werd gearresteerd en zat een jaar in de beruchte Evin-gevangenis. Hij zat in isolatie, zelfs onder de douche werd hij geblinddoekt. ‘En ik werd gemarteld, ze braken mijn voet.’ Onder een opgestroopte broekspijp komen littekens tevoorschijn. Voor een kolossaal bedrag kwam Armin op borgtocht vrij. Vijf jaar mag hij het land niet uit.

Het is, naast een totale desinteresse, de voornaamste reden om thuis te blijven bij de presidentsverkiezingen. ‘Waarom zou ik stemmen voor een systeem dat me zo behandelt?’, zegt hij.

Nu is de 22-jarige Armin een dagje uit, met zijn vriend Kian (21) en diens vriendinnetje Goli (17). Het drietal woont in een zuidelijke voorstad van Teheran en is aan het wandelen in Darband, een toeristische attractie aan de noordoostrand van de stad. Naast een bergriviertje kronkelt een groen wandelpad de berg op, met winkeltjes, terrassen en restaurants.

Allen komen uit gebroken gezinnen. Alle drie stopten ze met de middelbare school om te gaan werken, er was geld nodig thuis. Goli zet tattoos, Kian is muzikant en rapper. Hij is mantelzorger voor zijn vader, een gehandicapte oorlogsveteraan. Armin onderhoudt samen met een oudere broer het gezin van hun werkloze, gescheiden moeder. Zijn vader is verslaafd. ‘Misschien heb ik op mijn 40ste genoeg geld voor een fatsoenlijk bestaan’, zegt hij.

In hun woonplaats is een undergroundscene voor rap, pop en modeshows. Daarin, zeggen ze, vinden ze hun reden van bestaan. En dan barst Kian los in een rap die minstens zoveel over zijn land zegt als over hemzelf:

Ik ben een soldaat die niet weet waarvoor hij vecht.
Een genie dat loon krijgt van een krankzinnige.
Een bipolair kind uit een scheiding dat aan zijn mooie verleden denkt.
Een sombere werker, depressief van zijn waardeloze routine.
Een vluchteling, ontworteld in een Russisch kamp.
Een tijger die werkt om zijn motor af te betalen.
Die het haat dat hij geen fooi kan geven aan de flitsbezorger aan zijn deur, dat zijn geliefde hem verlaat omdat hij geen geld meer heeft.
Een verslaafde die een worm in zijn hoofd draait en sterft.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next