Zal ik het doen over Ronaldo en Biden? Of over de kledingstijl van Marjolein Faber, zwart alsof ze weduwe is geworden?
‘Het doen?’
‘Mijn spreekbeurt/opstel. Spreektaal.’
‘Voor van bil gaan ja.’
Ik knik traag. Daar zegt ze zowat. ‘Mja’, zeg ik na lang nadenken. ‘Tja. Maar wat vind je, kan ik ondanks deze dreigende begripsverwarring een boom opzetten over leeftijd en sport?’
‘Doe dan leeftijd en van bil gaan.’ (Het is donderdag, ik schrijf alles op. Had ze kunnen weten.)
Wat het EK ons leert, is dat topsporters maar 38 worden. Dan wordt er op deur geklopt, het is Magere Hein, hij komt de pijp ophalen, hij zal hem namens de topsporter aan Maarten geven, het is niet anders.
Als Ronaldo het nieuws een beetje zou bijhouden, had hij aan Joe Biden kunnen zien dat je je sportieve pijp maar beter kan inleveren, ook al is het een politieke pijp.
Het fascineert wel, topsporters die van geen ophouden weten. Dat hebben ze voor op Joe Biden. Voer voor evolutiebiologen. Nadal bijvoorbeeld, afgelopen Roland Garros, veertien keer kampioen, onevenaarbaar, maar in een keer was het over. Boomerig zeulde hij achter ballen aan, plotseling te log, te langzaam.
En kijken we naar Ronaldo, die stram over de velden loopt, vreemd krom, zijn pasjes kort, letterlijk een fremdkörper tussen zijn ploeggenoten. (Daar hou ik van, iets wat zowel figuurlijk als letterlijk klopt. Daar leef ik voor. Schoof die zijn neus snuit in Wilders’ haar, dat soort momenten.)
Word liever topambtenaar, zou ik mijn peuter aanraden, krope er hier een rond. Of schrijver – nog beter. Ik denk aan Wessel te Gussinklo, in oktober overleed hij. Wat me frappeerde was zijn piek. Hij zat erop toen hij overleed, 82 jaar oud, bezig aan zijn laatste roman. (Die postuum zal verschijnen.) De vorige twee, geschreven toen hij 78 en 79 jaar was, waren subliem. Toen hij stierf, was hij onze meest vitale, beste schrijver. Dat moeten topsporters lullig vinden (van Darwin, al geloven ze in God), dat tophersenen twee keer zo lang meegaan als topspieren. (Ik moet er overigens niet aan denken, nog 38 gouden ballen voor Ronaldo.) (Al zou Hilbert van der Duim die weer eens de 1.500 meter wint, leuk zijn.)
Over laat pieken gesproken, ik moet denken aan Groenman, Bert, mijn ouwe chef bij UT-Nieuws te Enschede. Op een dag vertelde hij ons, zijn redacteuren, dat hij meeging naar het vrijgezellenfeest van zijn zoon. Ik moest toen niet aan Ronaldo denken, maar nu wel. Zouden de vrienden van Berts zoon hem gezien hebben als een Ronaldo, of andersom, wordt Ronaldo door zijn teamgenoten gezien als een Bert?
Het was op een zaterdag, en toen wij maandag op de redactie verschenen, zag onze chef er verkreukeld, maar voldaan uit. Hij zat te glunderen aan zijn bureau. ‘Kleintje’, zei Groenman tegen mij, ‘jij wil graag weten hoe het was, ik zie het aan je neusvleugels. Het was goed, het was gezellig. En het was ver lopen.’ Doorglunderend bleef hij naar me kijken.
‘Je wil dat verderga, ik zie het aan je oren, ik zal het maar vertellen, we gingen met de bus naar Keulen, we zaten met z’n twaalven achterin, zingen, drinken, zwaaien, je kent het wel. Ben je getrouwd? Nee hè. Geeft niet. En wat denk je, toen werd er iemand uitgezet door de chauffeur. Moet jij raden wie. Nou? Weet je het al?’
Ik was daar erg graag bij geweest. Die optrekkende bus, Groenman die hoofdschuddend steeds kleiner werd.
‘Eind lopen joh, echt ver. Helemaal naar Hengelo, hè. Tja. Hoe was jouw weekend? Nee, eerst aan het werk. Hup joh.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns