Wat zijn dit voor vragen? Naar aanleiding van zijn nieuwe boek Poolreiziger - De ontdekking van mijn bipolaire stoornis zeven dilemma’s voor muzikant en voormalig cabaretier Mike Boddé (56). Die keuze is in elk geval alvast gemaakt: muziek komt op één, humor op anderhalf.
Pil of Poolreiziger?
‘Ik kies voor mijn nieuwe boek Poolreiziger, dat vind ik nu belangrijker. Pil schreef ik in 2010 en ging over mijn depressie en hoe ik die met de pil Anafranil wist te bestrijden. Inmiddels is er veel veranderd in mijn leven.
‘In Pil heb ik wel de waarheid verteld, maar het bleek later maar de helft van het verhaal te zijn. Nu ik wat ouder ben, sta ik hoger op de heuvel en kan ik kijken: hoe zat het nou? Wat heb ik toen niet goed gezien? Daarom is er een nieuw boek, waarin ik alles heb opgeschreven zoals ik nu denk dat het in elkaar zit.
‘Vorig jaar is bij mij namelijk de diagnose gesteld dat ik bipolair ben, oftewel manisch-depressief. Ik dacht altijd: ik heb last van depressies én ik gedraag me soms raar. Ik dacht ook: dat staat los van elkaar. Maar dat blijkt dus voor een belangrijk deel te maken te hebben met die bipolariteit. Want die maakt je extreem grillig.
‘Aan de diagnose ging vooraf dat ik in het voorjaar 2023 een overdosis van het medicijn prozac had gekregen. Dit ging helemaal per ongeluk, ik hecht eraan te zeggen dat mijn huisarts keurig het protocol volgde. Maar het bleek dat in het ziekenhuis een andere vuistregel wordt gehanteerd met prozac, omdat je snel een overdosis krijgt. Deze vuistregel bleken veel huisartsen niet te kennen.
‘Na die overdosis kwam ik bij een nieuwe psychiater terecht. Hij vroeg me: hoe zit het dan eigenlijk verder met jou? Heb je weleens vaker van die periodes dat je nauwelijks slaapt, extreem creatief bent en je daarbij een beetje superieur voelt? Ik zei: dat heb ik elk jaar wel een keer of drie, vier, vijf. Hij zei: ja ja, zoals je nu op deze overdosis reageert, denk ik heel sterk aan een bipolaire stoornis. Zo kwam het aan het rollen.
‘Later in die periode dacht ik: Jezus, ik heb destijds Pil geschreven, dat boek is veel gelezen (van Pil werden meer dan 50 duizend exemplaren verkocht, red.) en echt duizenden mensen hebben erop gereageerd. Veelal vertelden die lezers dat zij zich met mijn ervaringen identificeerden.
‘Ik dacht: shit, dan moet ik nu ook wel vertellen wat de rest van het verhaal is, anders laat ik die mensen een beetje in de steek. Maar ik had ook de behoefte om het op een rij te zetten voor mezelf, er structuur in aan te brengen.’
Prozac of lithium?
‘Dan lithium, dat is heel duidelijk. In mijn boek beschrijf ik hoe ik na de overdosis met prozac ontdekte dat lithium een geschikter medicijn was voor mij. Inmiddels is dat ook weer veranderd, ik gebruik nu weer een ander medicijn. Maar in die tijd na de overdosis hield lithium mij keurig stabiel.
‘Lithium is al decennialang het standaard medicijn voor bipolaire stoornissen. Het maakte dat ik voor het eerst in mijn leven een soort bioritme had. Dat ik gewoon ’s ochtends om 8.30 wakker werd. De dertig jaar daarvoor werd ik ’s middags om 12.30 uur wakker. Ik had toen ook de behoefte om heel veel te eten en te drinken. Met lithium had ik dat helemaal niet meer.
‘In het boek Pil speelt Anafranil een centrale rol. Die pil heeft me 25 jaar echt steengoed geholpen. De eerste twintig jaar waren de bijwerkingen niet zo’n probleem, maar daarna begon met name het gebrek aan speeksel een heel groot probleem te worden. Je tanden houden dat niet zo lang vol. Daar krijg je tandbederf van dat niet meer te houden is. Godzijdank heb ik kunnen voorkomen dat het helemaal misging met mijn gebit. Nu ik andere middelen gebruik, is tot mijn verbazing alles weer oké met mijn tanden.’
Over de auteur
Joris Henquet schrijft voor de Volkskrant over cabaret, stand-upcomedy en musical.
Type 1 of type 2?
‘Ik blijk bij bipolariteit tot het type 2 te behoren. Als je type 1 bent, dan ga je heel hoog in je manische buien. Bij type 2 ga je minder hoog, je blijft net onder de manie hangen en maakt wat minder schade, maar je bent je wel continu bewust van je acties. Je denkt: wat doe je nu weer? Wie heb je nu weer geschoffeerd? Dat gaat gepaard met enorme schaamte. Dat is echt vreselijk.
‘Ik merk wel dat ik in hypomane fases veel meer schrijf en bedenk. Meestal is het lang niet allemaal goed, hoor. Maar ik kan dan wel in vier dagen ineens een boek schrijven, of tien liedjes bedenken. Je zit op zo’n golf van zelfvertrouwen. Die creativiteit kan onbelemmerd vloeien.
‘Vroeger had ik ook dit soort fases, maar ik was me niet bewust van die bipolariteit. Ik zag het niet als een symptoom van een ziektebeeld. Als je manisch bent en je gaat naakt over de Keizersgracht paraderen, ja, dan weet je het vrij snel. Maar als je alleen maar weinig slaapt en heel veel schrijft, dan ben je niet zo opvallend bipolair. Als ik type 1 had gehad, had ik eerder doorgekregen wat er precies met mij aan de hand was.’
Humor of muziek?
‘Muziek. Dat is altijd zo geweest. Ik moet wel zeggen: als muziek op één komt, dan komt humor wel op plek anderhalf. Ze zitten heel dicht bij elkaar. Maar als ik er een moest loslaten dan zou dat humor zijn. Humor heeft eigenlijk altijd met negativiteit te maken. Humor komt vaak voort uit narigheid. Muziek bestrijkt ook dat andere gedeelte; het terrein van de blijdschap, extase, schoonheid.
‘In 2016 heb ik aangekondigd dat ik ging stoppen met cabaret en dat ik koos voor de muziek. Dat was achteraf gezien een heel goede keuze. De afgelopen acht jaar merk ik dat ik in muziek weer ben gegroeid, na een periode van heel lang stilstaan. Ik had de behoefte om me muzikaal weer helemaal uit te diepen. Ik ben toen ook naar het conservatorium gegaan en heb daar compositieleer gestudeerd.
‘Ik heb ook in die muziekperiode soms nog wel komische liedjes geschreven. Je raakt het nooit helemaal kwijt, dat komische blijft altijd een beetje aan me hangen. Maar een komisch liedje raakt mij minder hard: ik vind het leuk, maar dat is het dan. Muziek raakt mij harder als het heel verdrietig is, of juist extatisch, vol blijdschap.’
Kopspijkers of Podium Witteman?
‘Ik kies Podium Witteman, het klassiekemuziekprogramma van Paul Witteman, waar ik van 2015 tot 2022 de huispianist was. Daar had ik meer autonomie, ook al waren er nog steeds wel beperkingen in de onderwerpkeuze.
‘Paul Witteman en ik waren een goede combinatie, omdat wij allebei anders naar klassieke muziek kijken. Paul heeft een traditionelere kijk op klassieke muziek, hij is wat strenger. Ik ben vrijmoediger: als ik Bach speel, dan ga ik er in mijn tomeloze arrogantie van alles aan verbouwen. Dat botste af en toe, het gaf spanning en dat was leuk.
‘Voor Kopspijkers heb ik vanaf 2004 veel types en imitaties gedaan, maar ik schreef daar nauwelijks zelf. Mijn kracht ligt niet bij het schrijven van grappen over de actualiteit. In Kopspijkers voerde ik dus vooral andermans teksten uit. Het was een leuke tijd, maar ook heel raar en vermoeiend. Ik was meestal op vrijdagavond laat thuis van een optreden in het land en zat dan op zaterdagochtend om 8.30 in de schmink bij Kopspijkers, terwijl ik mijn nieuwste teksten nog zat te leren.
‘Ik ben vooral erg dol op Jack Spijkerman. Je weet wat je aan hem hebt en dat is in televisieland heel fijn. Televisie is namelijk een nogal grillige wereld.’
Stravinsky of Schumann?
‘Robert Schumann, ja. Dat is een van mijn favoriete componisten en dat heeft een heel specifieke reden. Schumann (Duitse musicus die leefde van 1810-1856, red.) had dezelfde aandoening als ik, hij was bipolair. En dat hoor je terug in zijn muziek. Bij Schumann valt de muziek een op een samen met de componist. Echt álle noten gaan over een bepaald gevoel, een situatie, een droom, iets heel concreets. Dat voel ik bij mijn eigen muziek ook. Wat ik componeer, valt samen met mezelf.
‘En begrijp me niet verkeerd: Stravinsky is fan-tas-tisch, maar aan zijn muziek komt veel denkwerk te pas. Stravinsky heeft altijd gezegd: noten hebben geen betekenis. En dat hoor je aan zijn muziek, er zit een zekere distantie in alles wat hij maakt. Het is intellectueler, gecreëerd vanuit een concept. Maar daarin is Stravinsky denk ik wel de allerbeste.’
Terug op televisie of terug in het theater?
‘Terug op televisie, denk ik. Op televisie hoef je vaak maar één keer je optreden te doen. Daar doe je dan heel erg je best op, het moet meteen goed zijn. Op het moment lopen er geen tv-projecten. Dat is gek, want er waren vier opties, die door omstandigheden allemaal niet zijn doorgegaan. Je weet het bij tv nooit. Wel hadden deze opties allemaal met muziek te maken, daar ben ik gewoon het beste in. Ik ben geen raskomiek of raspresentator. Het liefst doe ik óf een kort item in mijn eentje, of er is een langere boog, maar dan maak ik die samen met iemand anders.’
‘Een cabaretvoorstelling maken en die dan tachtig keer spelen, nee, dat zie ik mezelf niet meer doen. Maar dit najaar ga ik wel weer het theater in met acteur en vriend Onno Innemee. De Klootzak en de Eikel wordt een toneelstuk, dat biedt veel meer vrijheden. We spelen het veertig keer, dat vind ook nog wel te behappen. Bovendien zit er ook wat livemuziek in.’
Mike Boddé: Poolreiziger - De ontdekking van mijn bipolaire stoornis. Nijgh & Van Ditmar; 160 pagina’s; € 20.
De klootzak en de eikel speelt vanaf 26/9 in theaters.
Geboren op 14 januari 1968 in Rotterdam.
1991 Oprichting cabaretduo Ajuinen & Look, samen met Thomas van Luyn
1992 Winst Amsterdams Kleinkunst Festival met Ajuinen & Look
1995 De fiets van Marleen, theatervoorstelling samen met Thomas van Luyn
1999 Hè ja, hmm fijn, eerste solovoorstelling in het theater
2004 Medewerker van satirisch tv-programma Kopspijkers, speelt typetjes en imitaties
2005-2009 De Mike & Thomas Show, tv-comedyquiz met Thomas van Luyn
2009 Sex, Drugs & Hoog-Barok, theatervoorstelling met Thomas van Luyn
2010 Het boek Pil verschijnt
2015-2022 Huispianist met wekelijks item in Podium Witteman
2024 Het boek Poolreiziger verschijnt
Mike Boddé woont in Maarssen, hij is getrouwd en heeft twee kinderen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant