Laatst kreeg ik van een vriend een tik op de vingers omdat ik op deze plek continu over Italië schrijf. Hij zei dat ik nog vaker met obscure Romeinse keizers op de proppen kom dan Sylvia Witteman met afgeluisterde gesprekjes op de Amsterdamse Ten Katemarkt en dat vond hij een tikkie potsierlijk.
Hoewel hij daarin ongetwijfeld gelijk heeft, trek ik mij daar vandaag toch welgeteld niets van aan, omdat ik a) groot fan ben van Sylvia Witteman en b) zelfs de zomer hier tegenwoordig denkt dat hij de herfst is en het dus juist zeer verstandig is te mijmeren over een wat warmer land.
Vandaar toch een kleine zijsprong naar die aangenaam warme septemberdag waarop de huidige Italiaanse premier Giorgia Meloni de verkiezingen won en heel de wereld, ikzelf als voormalig Italië-correspondent incluis, moord en brand schreeuwde omdat er voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog weer een ideologische nazaat van Benito Mussolini zou gaan regeren.
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
In Italië werden protestmarsen georganiseerd, linkse intellectuelen schreven vlammende opiniestukken en in het Italiaanse parlement knetterde het vanwege de vele vergelijkingen met de jaren dertig. Het zou, als je alle waarschuwingen moest geloven, niet lang meer duren eer de zwarthemden opnieuw met glimmende laarzen door de straten van Rome zouden marcheren, hun rechterhand gestrekt richting de hemel.
Bijna twee jaar later is er veel gebeurd in Italië – het leven is aanzienlijk moeilijker geworden voor migranten, aanzienlijk moeilijker geworden voor lhbti-gezinnen, anti-abortusbetogers mogen tegenwoordig in klinieken demonstreren, kritische journalisten zijn ontslagen en er is een grondwetswijziging in de maak die de premier nog meer macht geeft – maar omdat je nergens in Rome dat aanmatigende getik van die marcherende laarzen hoort, overheerst een gevoel van opluchting.
Het valt allemaal best wel mee, zegt vrijwel iedereen zodra het over Meloni gaat.
In Nederland voeren we nu al twee weken lang onophoudelijke debatten over de omvolkingstheorie. In kranten waarschuwen columnisten iedere dag voor rampscenario’s van een kabinet vol twitterende ploerten en in de Tweede Kamer benadrukt de oppositie om de haverklap dat onze rechtsstaat onder druk staat omdat er racisten in vak K zitten. Alleen Jimmy Dijk van de SP loopt af en toe naar de interruptiemicrofoon met een concrete vraag over het openhouden van een streekziekenhuis.
Al die ideologische bezwaren zijn natuurlijk terecht en belangrijk – het is en blijft absurd dat we anno 2024 meerdere ministers én een Kamervoorzitter hebben die de omvolkingstheorie aanhangen – toch zullen ze leiden tot slechts één enkele uitkomst.
Als over een jaar namelijk blijkt dat minister Faber nog altijd niemand heeft laten deporteren, zal een groot deel van de Nederlandse kiezers zeggen: Zie je? Het valt allemaal best wel mee.
Er zit nu eenmaal een groot verschil tussen gelijk hebben en het krijgen. Tot wetenschappers een gen vinden waarmee racisme onomstotelijk kan worden vastgesteld, kun je als politicus daarom gemakkelijk beweren dat je geen racist bent, ook al bewijst je volledige oeuvre het tegendeel.
Wat daarentegen veel moeilijker is, is hardop uitleggen waarom de kinderarmoede toe- in plaats van afneemt, ondanks al die grote woorden over bestaanszekerheid tijdens de campagne. Of uitleggen waarom er zoveel bezuinigd moet worden op zorg. En waarom de nieuwe minister van Landbouw geen flauw idee heeft wat ze aanmoet met het mestoverschot.
Pas wanneer je continu hamert op de inhoud, zullen steeds meer kiezers zeggen: Weet je? Het valt allemaal best wel tegen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant