Net als Barcelona, Rome en Venetië lijdt ook Amsterdam onder ‘overtoerisme’. Het college van B en W wil daarom geen nieuwe hotels meer. Ook het aantal rivier- en zeecruiseschepen dat in de stad afmeert, moet worden gehalveerd. In het FD werd zaterdag gepleit voor de aanstelling van een wethouder voor toerisme die een limiet stelt aan het aantal mensen dat een bepaalde plek mag bezoeken. Zelfs een entree van 5 euro voor de binnenstad is bespreekbaar.
Het tij is veranderd. Toerisme was ooit een groot goed voor de economie van een regio. Iedereen was jaloers op een stad als Venetië of zelfs een dorpje als Giethoorn – het Venetië van het noorden – plekken die op toerisme draaiden in plaats van op vervuilende industrie, zoals Birmingham of Hengelo.
Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Nu is toerisme ook al een plaag. Maar in plaats van toeristen te weren via verboden en entreeheffingen, zou Amsterdam zich ook minder aantrekkelijk kunnen maken voor toeristen. De binnenstad heeft te veel toeristische attracties. Het plan van de gemeente om de Wallen – zonder meer een van de belangrijkste attracties van de stad – te verplaatsen naar Amsterdam-Noord of -Zuid lijkt echter al op voorhand te zijn mislukt.
Het Anne Frank Huis en het Rembrandthuis kunnen nergens anders naartoe, omdat Anne Frank daar in onderduik heeft gezeten en Rembrandt daar nu eenmaal woonde. Maar het Vincent van Gogh Museum zou best wel op een andere plek kunnen staan, na het Rijksmuseum met 2,1 miljoen bezoekers per jaar de meest bezochte attractie van Amsterdam. Maar wel een attractie zonder speciale historische band met de stad.
Van Gogh heeft als jongeling in Amsterdam gewoond, net als in Londen, maar zijn naam is toch vooral verbonden aan Nuenen, Zundert, Antwerpen, Arles en Parijs. En ook Den Haag en Emmen hebben historisch een betere band met de beroemde schilder dan Amsterdam.
Nu zal niemand erover peinzen een succesvol Nederlands museum naar het buitenland te verplaatsen, maar misschien is het een magneet voor toeristisch minder ontwikkelde locaties als West-Brabant of Zuid-Drenthe. Nu is er in Veenoord al een Van Gogh Huis, net als in Zundert, en is er een Van Gogh Village in Nuenen, maar dat is voor de freaks, niet voor de massa. Als daar de grootste collectie van zijn schilderijen te zien was, stonden deze plaatsen meteen op de wereldkaart.
Dat het Van Gogh Museum in Amsterdam terecht is gekomen, is het gevolg van politiek gekonkel tussen minister Jo Cals van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, de gemeente Amsterdam en de hoogbejaarde neef van de kunstschilder die toen de collectie in zijn bezit had. In 1962 werd besloten dat het museum op het Museumplein moest komen, tussen het Stedelijk en het Rijksmuseum ingepropt.
Het kan dus zo worden verplaatst. Het Van Gogh Museum hoeft niet achter te blijven als loze ruimte. Er wordt nog een locatie gezocht voor het Slavernijmuseum, waarvoor Amsterdam wel de beste locatie is. En anders kan het Rijksmuseum de leemte zo vullen. In het rijksdepot liggen immers nog een half miljoen stukken.
Overtoerisme hoeft geen probleem te zijn.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns