Extreemrechts én extreemlinks vormen volgens president Emmanuel Macron een gevaar voor Frankrijk. Daarmee schaart hij linkse partijen onder dezelfde noemer als het radicaal-rechtse RN. Is dat terecht? ‘LFI streeft niet naar een revolutionaire verovering van de Franse staat.’
Een ‘burgeroorlog’: dat stond Frankrijk volgens president Emmanuel Macron te wachten als de ‘extremen’ zouden zegevieren bij de parlementsverkiezingen. Niet alleen ter rechterzijde, maar ook ter linkerzijde van het Franse politieke spectrum zouden politici mensen ‘reduceren tot hun religie of afkomst’ en daarmee verdeeldheid zaaien. Zijn middencoalitie Ensemble moest kiezers een alternatief in het stabiele midden bieden.
Na de eerste ronde van de verkiezingen is het Macron die zijn wonden moet likken: zijn Ensemble eindigde als derde, op afstand van het radicaal-rechtse Rassemblement National (RN). De linkse gelegenheidscoalitie Nouveau Front Populaire (NFP) nestelde zich op een tweede plaats. Zondag zal blijken in hoeveel zetels zich dat vertaalt in het parlement, als de stembussen nogmaals opengaan in de kiesdistricten waar geen enkele kandidaat een absolute meerderheid heeft behaald.
Over de auteur
Thom Canters is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Zo dreigt voor Macron zijn angstbeeld bewaarheid te worden. Dat Rassemblement National voor Macron de belichaming is van het kwaad, dat is sinds jaar en dag duidelijk. Maar over wie heeft hij het als het gaat over de dreiging vanuit links?
De linkse alliantie NFP is een bonte verzameling van partijen: van de sociaaldemocratische Parti socialiste tot de democratisch socialisten van Génération-s, en van de Franse Communistische Partij tot de Groenen.
Het is echter de grootste partij van de NFP, La France Insoumise (LFI) van Jean-Luc Mélenchon, die door Macron en de zijnen gepresenteerd wordt als de boeman op links. De partij werd in 2016 opgericht en speelt sinds haar doorbraak bij de parlementsverkiezingen van twee jaar geleden de rol van een van de belangrijkste oppositiepartijen.
Zo vond Macron zich vorig jaar lijnrecht tegenover LFI, toen hij zijn omstreden verhoging van de pensioenleeftijd door wilde voeren, desnoods door het parlement te omzeilen. De grootschalige protesten tegen de pensioenhervormingen, die in enkele gevallen uitliepen op rellen, vormden voor Macron de aanleiding om de LFI te beschuldigen van het ‘delegitimeren’ van de ‘gevestigde orde’ en de Franse ‘instituties’.
Een andere steen des aanstoots voor Macron en de zijnen is de onvoorwaardelijke steun van LFI voor de Gazanen in de oorlog met Israël. Toen Mélenchon, die heeft geweigerd de aanslagen van Hamas van 7 oktober te veroordelen, antisemitisme vorige maand als een ‘residueel’ probleem omschreef, stelde Macrons minister van Justitie, Éric Dupond-Moretti, dat hij daarmee ‘haat voedt’.
Het brandmerken van LFI als ‘extreem’ snijdt desalniettemin weinig hout. Tenminste, als je het vraagt aan Macrons eigen ministerie van Binnenlandse Zaken, dat in aanloop naar de verkiezingen alle politieke partijen een classificatie geeft van extreemlinks tot extreemrechts.
In tegenstelling tot RN, dat door het ministerie als extreemrechts wordt aangemerkt, wordt LFI gezien als een ‘linkse’ partij. In maart van dit jaar onderstreept de Franse Raad van State die etikettering nogmaals, nadat RN bezwaar had aangetekend tegen zijn eigen classificatie.
‘LFI streeft niet naar een revolutionaire verovering van de Franse staat’, zo zegt Aurélien Dubuisson, die als historicus verbonden is aan Sciences Po en het boek Extreemlinks in Frankrijk schreef. ‘Voor zover LFI spreekt over een revolutie, moet die wat hen betreft via de stembus plaatsvinden.’ Daarin onderscheidt het zich van marxistische partijen als Nouveau Parti anticapitaliste en Lutte Ouvrière, die de autoriteiten wel als extreemlinks aanmerken.
LFI omarmt volgens Dubuisson een klassiek links economisch verhaal, gericht op het bestrijden van de uitwassen van een ongebreidelde vrije markt. Zo moeten milieuvervuilende bedrijven zwaarder belast worden en moet de verhoging van de pensioenleeftijd ongedaan worden gemaakt.
‘Zo’n politiek programma was al decennia niet meer voorbijgekomen in Frankrijk, ook niet toen de PS aan de macht was onder president François Hollande’, zegt Dubuisson. ‘Politieke commentatoren zijn waarschijnlijk vooral verbaasd om een politieke partij op te zien komen die zelfs een minimale breuk met het economisch liberalisme veronderstelt.’
Het brandmerk van ‘extreem’ moet wat Dubuisson betreft dan ook worden gezien als een ‘retorische truc’ van Macron om de partij in diskrediet te brengen. ‘Het benadrukken van het vermeend buitensporige karakter van LFI was voor Macron voor bedoeld zichzelf als de redelijke optie en garantie voor stabiliteit te presenteren.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant