Now You See Us in Tate Britain in Londen bestrijkt zo’n beetje vier eeuwen aan vrouwelijke kunst in Groot-Brittanië. In thema’s en stijl heel verschillend, maar één ding hebben de makers gemeen: ze konden zo maar voor slet uitgemaakt worden als ze geld vroegen voor een schilderij.
Urenlang stonden mensen in de rij. Een beveiliger moest de meute in goede banen leiden. Toen het schilderij The Roll Call van Elizabeth Butler in 1874 voor het eerst te zien was in de Royal Academy in Londen, op dat moment het meest toonaangevende kunstinstituut van Engeland, veroorzaakte het een van de grootste kunstsensaties van de 19de eeuw.
Critici waren lyrisch over dit schilderij van uitgeputte, gewonde Britse soldaten die zich de dag na een veldslag in de Krimoorlog melden voor het appel. Misschien wel het meest bijzondere? Dit grote doek was geschilderd door een vrouw. Zelfs de invloedrijke kunstcriticus John Ruskin, bekend om zijn vasthoudende geloof dat geen enkele vrouw kon schilderen, was diep onder de indruk.
Over de auteur
Sarah van Binsbergen schrijft voor de Volkskrant over hedendaagse beeldende kunst.
Het monumentale olieverfschilderij is een van de hoogtepunten in een nieuwe tentoonstelling in het Londense museum Tate Britain. Die tentoonstelling, Now You See Us, brengt kunst samen van ruim honderd vrouwelijke kunstenaars die tussen 1520 tot 1920 in Groot-Brittannië woonden en werkten. Het indrukwekkende overzicht beslaat deze zomer maar liefst tien zalen in het neoclassicistische gebouw aan de oever van de Thames.
Veel van de kunstenaars die je hier te zien krijgt waren in hun tijd succesvol en toch staan ze niet in de kunstgeschiedenisboeken. Dat geldt ook voor Elizabeth Butler. The Roll Call maakte haar een beroemdheid, maar na een paar jaar verdween ze weer uit beeld.
Now You See Us past in een relatief nieuwe ontwikkeling in museumland. Lange tijd was het idee: er waren geen vrouwelijke kunstenaars, logisch dus dat musea met (vooral) oude kunst volhangen met mannen. Inmiddels lijkt de consensus: ze waren er wel, hoewel in de minderheid, en zijn in de loop der eeuwen vergeten.
Die uitwissing zetten musea recht met solo’s van vergeten kunstenaars, zoals vorig jaar die van Italiaanse renaissanceschilder Sofonisba Anguissola (ca. 1532–1625) in Rijksmuseum Twenthe. Of in onderzoeksprojecten die zich in de eerste plaats achter de schermen afspelen, zoals in Nederland het project Vrouwen van het Rijksmuseum.
Met Now You See Us koos Tate Britain voor een andere aanpak, namelijk een grote, historische overzichtstentoonstelling. In min of meer chronologische volgorde passeren zo’n 250 kunstwerken de revue, vooral schilderijen.
Dat deze kunstwerken hier samen komen in het ‘rijksmuseum’ van het Verenigd Koninkrijk, is een ongelooflijke prestatie. Slechts zestien ervan zitten in de collectie van Tate, de rest komt van privécollecties en regionale musea. Het was een enorme klus om ze allemaal op te sporen en om informatie over de kunstwerken en hun makers te verzamelen, vaak uit minimale bronnen.
Now You See Us richt zich op vrouwelijke kunstenaars met een professionele carrière. Ze exposeerden hun kunst, verdienden er geld mee, en kunstcritici schreven er over. Van de 17de-eeuwse Mary Beale (1633-1699), die een succesvolle portretstudio bestierde, tot de door het impressionisme geïnspireerde Ethel Walker (1862-1951), die Engeland liefst vier keer vertegenwoordigde op de Biënnale van Venetië.
De oudste kunstwerken in de tentoonstelling zijn toegeschreven aan de Vlaamse Levina Teerlinc, die in de 16de eeuw aan het hof van Henry VIII werkte. Bekend is dat ze daar ook miniaturen maakte, maar of de juweeltjes van priegelschilderijen in Tate ook daadwerkelijk van haar zijn, valt niet met zekerheid te zeggen.
De teksten in de tentoonstelling zijn prettig zakelijk, ze beperken zich tot de (vaak dus summiere) feiten die over de kunstwerken en hun makers bekend zijn. Je komt op deze manier het nodige te weten over de vaak beperkende kaders waarbinnen vrouwelijke kunstenaars werkten.
Zo vroeg Mary Black (1737-1814) 55 pond aan Messenger Mosley voor het portret dat ze van hem, bepruikte man in roze fluwelen pak, maakte. De arts vond het gênant dat ze als vrouw überhaupt een vergoeding verwachtte, in een brief aan zijn neef noemde hij haar om die reden een slet.
Is de kunst hier typisch vrouwelijk? Zeker niet. Het enige dat deze kunstenaars gemeen hebben, benadrukt de tentoonstelling, is dat ze als vrouwen in een door mannen gedomineerde wereld werkten. Verder zijn ze in thema en stijl zo divers als hun mannelijke tijdgenoten.
Waarom zou je ze dan toch samenvoegen in een tentoonstelling? Daarover is curator Tabitha Barber duidelijk. Om vrouwelijke kunstenaars op waarde te kunnen schatten en in de kunstgeschiedenis te kunnen plaatsen, moet je ze allereerst kunnen zien, stelt ze in de introductie van de catalogus.
De vraag is of een tentoonstelling daar de beste vorm voor is. De zalen van Tate hangen bomvol. Qua thema’s en stijlen springt het vooral vanaf de 19de-eeuw van de hak op de tak. Het monumentale oorlogsschilderij The Roll Call van Butler hangt hier naast een ingetogen zelfportret van Louise Jopling uit 1875.
Beide mooi, maar ze hebben niets gemeen, en dat geldt voor de meeste schilderijen die in deze grootste zaal van de tentoonstelling hangen. Ook de kwaliteit verschilt sterk, Butler en Jopling zijn omringd door brave, zouteloze victoriaanse en prerafaëlitische tafereeltjes. Als sociale geschiedenis is Now You See Us ongelooflijk belangrijk. Maar in de poging om zoveel mogelijk te laten zien, raakt de zeggingskracht van de kunst zelf soms wat ondergesneeuwd.
Now You See Us, Tate Britain, Londen, t/m 13/10.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant