Nederland let dezer dagen vooral op het spektakel in de Tweede Kamer, waar voor het eerst een coalitie aantreedt die wordt aangevoerd door een radicaal-rechtse partij. De premier verdedigt zonder kiezersmandaat een hoofdlijnenakkoord waaraan hij part noch deel had. Terwijl zijn ministers doodleuk doorgaan met het verspreiden van racistische hondenfluitjes: minister Klever vindt Zwarte Piet een ‘cultuurdingetje dat bij Nederland hoort’, zo zei ze tijdens het NOS-kennismakingsgesprek. Aflevering zoveel van ‘had-u-ooit-gedacht-dat-we-dit-in-Nederland-zouden-meemaken’.
En dus is er even wat minder aandacht voor wat zich in de buurlanden afspeelt. Daar vinden op dit moment cruciale verkiezingen plaats. Groot-Brittannië gaat donderdag naar de stembus, Frankrijk bepaalt zondag de samenstelling van zijn parlement. De tweede en de derde economie van Europa, beide lid van de VN-Veiligheidsraad, beide cruciaal voor de Nederlandse economie, voor onze stabiliteit, voor onze toekomst. Dat we dat hier allemaal maar matig interessant vinden, zegt veel over onze obsessie met onszelf. Ze zoeken het maar uit daar. En dat doen ze ook, deze week.
Over de auteur
Diederik Samsom is natuurkundige, oud-politicus en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
In Frankrijk zal het radicaal-gematigde macronisme na zeven jaar worden klemgezet tussen dominant radicaal-rechts en samengeraapt links. Hoe het daarna verder gaat is nog ongewis, maar de uitslag past naadloos in de electorale cyclus die zich steeds duidelijker aftekent in veel westerse democratieën. Kiezers stemmen nog altijd graag voor centristen, vooral nadat populisten er een zooitje van hebben gemaakt.
Maar vervolgens geven ze de gematigde politiek steeds minder tijd om met oplossingen te komen, alvorens zich teleurgesteld weer tot de volgende politieke verleider te bekeren. Macron ondervindt nu wat Biden al enige tijd aan voelt komen. De Amerikanen waren vier jaar geleden wel klaar met de Trump-gekte, maar nu Biden de kosten van het levensonderhoud en de voortdenderende ongelijkheid maar niet weet te beteugelen, neigen ze toch weer naar de autoritaire populist, zijn coupepoging ten spijt.
Macron heeft nog drie jaar om te voorkomen dat hij in dezelfde cyclus wordt opgevolgd door Marine Le Pen. Drie jaar waarin hij vooral de verschillen in Frankrijk moet zien te verkleinen en te overbruggen. Tussen arm en rijk. Tussen Parijs en de rest van het land.
In Engeland staat de gedoodverfde winnaar Sir Keir Starmer op dat andere punt in de cyclus, daar waar Biden vier jaar geleden begon. Nadat de Conservatieven gedurende veertien jaren de aanloop naar en vooral de afloop van Brexit op een totale ramp lieten uitlopen en een paar clowneske politici het premierschap toewierpen, zijn de kiezers klaar mét de populistische leugens en klaar vóór de gematigde saaie leider.
Starmer leidde zijn Labour-partij eerst uit de hard-linkse woestijn waar ze onder zijn voorganger Corbyn in verdwaald was en bereidde zijn achterban daarna gestaag voor op Downing Street 10. Starmer weet heel goed dat het verslaan van populisten niet genoeg is. Daarna begint het echte werk pas. Er moet geleverd worden.
Hij zal het niet makkelijk krijgen. Net als elders in het Westen is de onvrede in het Verenigd Koninkrijk groot geworden door een giftige combinatie van krimpende economische vooruitzichten en uitdijende sociale verschillen. Maar als Starmer lef heeft en enige hulp van de EU krijgt, kan hij een enorme troefkaart uitspelen.
Waar de Conservatieven met hun gecultiveerde Europa-haat elke constructieve relatie met de EU onmogelijk maakten, kan een pragmatische Starmer het land weer de Europese Douane-unie binnenloodsen en de Britten zo procentpunten economische groei in de schoot werpen. Als hij dat combineert met significante herverdeling en hervorming kan hij laten zien dat serieuze politici echte oplossingen kunnen bieden.
En de Europese Unie heeft er ook alle belang bij Starmer te helpen. Met de handen vol in het oosten, is er grote behoefte aan stabiliteit bij onze westerburen, die bovendien een essentiële trans-Atlantische schakel kunnen zijn in wat wel eens heel ingewikkelde tijden kunnen worden na de Amerikaanse verkiezingen.
Intussen mag het kabinet-Schoof hier beginnen aan zijn avontuur. De cyclus draait verder. Nederland heeft zijn Macron-moment gehad bij de verkiezingen van november. Een Britse populistische periode dient zich aan. De oppositie weet wat haar te doen staat: goed naar Starmer kijken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns