Vorige week stond er een ingezonden brief in de krant, die bleef hangen. Dagen later kon ik de brief nog woordelijk citeren. Waar het op neerkwam: een abonnee las sinds enige tijd nog maar de helft van de krant. De andere helft werd gevuld door ‘meer en minder welbespraakte columnisten die onmachtig over elkaar heen buitelen in hun aversie van (sic) (extreem)rechts’. Beter zou het zijn, vond de briefschrijver, als de krant zich voortaan beperkte tot drie columnisten.
Hij suggereerde drie door mij bewonderde collega’s. Mij niet. Ik kon gesnoeid en richting biobak. Dat stond er niet letterlijk, maar als het op mezelf aankomt, lees ik prima tussen de regels. Vermoedelijk voelde ik me daarom zo aangesproken. Weliswaar buitel ik zelden over medecolumnisten heen, welbespraakt of niet, maar ook ik heb de laatste jaren op deze plek over extreem- en radicaal-rechts geschreven, en het is best mogelijk dat daar soms een zekere aversie doorheen schemerde. Ik vind ellendige ontwikkelingen nu eenmaal vrij ellendig. Ze bedrukken me, soms duidelijk voelbaar, soms onmerkbaar, maar ze zijn er altijd. Judith Herzberg schrijft in Zorgen werken: ‘Ze werken ook zoals de trek in de zee / een zwemt, de ander zit daar / op een handdoek op het strand / Het is niet ver, maar onder de golven / sleurt iets zijdelings die ene mee.’
Je hoort het vaker, dezer dagen. Dat de krant te veel kolommen besteedt aan extreemrechts. Dat er heus wel ander nieuws is. Dat columnisten allemaal hetzelfde vinden. Dat het nu eens klaar moet zijn met dat gezemel over wat is gebeurd. Schrijf eens over iets anders, verzin wat nieuws, hou ons met onze aandacht erbij. Er klinkt een wat decadente verveling in door. Dinsdag zei Jan ‘MAX’ Slagter op NPO Radio 1: ‘Persoonlijk heb ik zoiets van: geef ze vertrouwen. Vertrouwen moet je winnen. Iedereen heeft er nu heel veel kritiek op: het is een experiment en het is zus, het is zo, geef ze een kans.’
Even later voegde hij eraan toe dat je ‘er ook niet in moest blijven hangen’. Dat klinkt inderdaad niet goed, ‘erin blijven hangen’. Niemand wil ‘erin blijven hangen’, het suggereert lamlendigheid. ‘Wantrouwen’, ook al geen jofel woord. Liever doorpakken, vooruit met de geit, volste vertrouwen, head first Schoof I binnenbuitelen. In de Herzberg-metafoor: heerlijk op het strand toekijken naar hoofdjes in zee die steeds kleiner worden en je afvragen: hoe kan dat toch?
In de verte: een kabinet dat vooruitholt, weg van de eigen opvattingen, weg van de leugens van gisteren en de complottheorieën van vorige week. Af en toe kijkt er een minister om: waar blijven jullie?! Van ‘vooruitkijken’ gaat iets aantrekkelijks uit, iets voortvarends. Al is te ver vooruitkijken ook niet ideaal: toen ze minister Klever van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp bij de NOS de op zich opmerkelijke vraag stelden op welk continent ze dacht dat het ‘meeste geld te halen was’, volgde een gestamel zo knullig dat het behang van het Catshuis ervan ging krullen.
Het probleem met ellendige ontwikkelingen die zich relatief traag voltrekken (nou ja), is dat wie erover bericht zich onvermijdelijk af en toe herhaalt. Dat kan voorspelbaar zijn, saai zelfs. Je slaat eens een columpje over, prima. Het alternatief – meedraven, er niet in blijven hangen, en je aanpassen aan een realiteit waarvan je je had voorgenomen je er nooit bij neer te leggen – voelt misschien voortvarend en fris, maar dat is het niet.
Over de auteur
Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant