Home

Koester je Denzel Dumfriezen, geef vertrouwen en wijk niet te snel af van je strategie

Uit de manier waarop bondscoach Koeman het wisselvallige Oranje tot wederopstandig heeft geleid, kan elke leidinggevende lering trekken.

Waarom het Nederlands elftal de ene wedstrijd (tegen Oostenrijk) oogt als een rommelig, onzeker gelegenheidsteam en de andere wedstrijd als een geoliede winstmachine die de tegenstander van de mat speelt, is vooral een raadsel. Toch vallen er lessen te trekken uit de wederopstanding die bondscoach Ronald Koeman tot stand heeft gebracht, lessen die elke leidinggevende ter harte kan nemen.

1. Koester je Denzel Dumfriezen, de noeste werkers die zich met ziel en zaligheid in het spel storten. Dumfries werd in zijn jonge jaren nooit gezien als een groot talent, maar daar legde hij zich niet bij neer. Met hard werken bereikte hij alsnog de absolute top. De vechtlust die daarvoor nodig was, tekent hem nog steeds.

Hij was het die aan het begin van de wedstrijd een cruciaal kopduel won, hij was het die onvermoeibaar oprukte langs de zijlijn. Dumfries is niet de meest technisch vaardige speler, maar het Nederlands elftal kan niet zonder hem, zoals tegen Oostenrijk bleek. Net zoals het vroeger niet zonder Johan Neeskens, Edgar Davids en Dirk Kuijt kon.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

2. Geef je spelers vertrouwen. In een tijd waarin veel leidinggevenden een steeds grotere grip op hun medewerkers proberen te krijgen met spreadsheets, data en kijkcijfers, is het heel verfrissend om een bondscoach aan het werk te zien die vertrouwen centraal stelt, die begrijpt dat dat spelers de rust geeft om goed te presteren en de inspiratie om boven zichzelf uit te stijgen.

Ondanks de kritiek op Memphis Depay bleef Koeman in hem geloven, met als gevolg dat Depay met de wedstrijd beter wordt. Een nog grotere blijk van vertrouwen was dat hij middenvelder Joey Veerman liet invallen. Veerman had tegen Oostenrijk een vreselijke wedstrijd meegemaakt, waarin hij geen bal goed raakte. Er werd gevreesd dat hij nooit meer in het Oranjeshirt zou verschijnen, zeker niet bij dit toernooi. Koeman begreep dat hij hem juist wel weer een kans moest geven, direct in de volgende wedstrijd.

3. Wijk niet te snel af van je plan of strategie. Na de blamage tegen Oostenrijk was de druk op Koeman groot om het roer helemaal om te gooien. Hij is daar niet onder bezweken, integendeel. Met een paar kleine trefzekere aanpassingen ging het systeem dat hij voor ogen had alsnog perfect functioneren. In een nationaal voetbalteam moeten spelers ook altijd aan elkaar wennen. Dat lukt niet als je de tactiek te vaak wijzigt. Ook heel leerzaam voor politici die een stelselwijziging voorstellen om een overzichtelijk probleem op te lossen.

4. Koester een goede nederlaag. Het Duitse elftal ging in 1974 pas goed functioneren nadat het een vernederende nederlaag had geleden tegen Oost-Duitsland. Oranje werd in 1988 op scherp gezet door een nederlaag in de eerste wedstrijd tegen Rusland. Te veel mooie overwinningen kunnen juist tot overmoed en slapte leiden, zoals in de 2008 toen Nederland na glorieuze overwinningen op Frankrijk en Italië roemloos werd afgedroogd door het Rusland van Guus Hiddink.

5. Negeer de emoties van het Nederlandse volk. De gemiddelde Nederlandse voetbalfan is himmelhoch jauchzend zum Tode betrübt. Dat komt door de immer hooggespannen verwachtingen. In principe wordt bij elk toernooi verwacht dat Oranje net zo dominant is als in 1974 en dit keer wel wint. Het kan daarom alleen maar tegenvallen, maar als het dan tegenvalt, slaat zo’n enorme somberheid toe dat het daarna eigenlijk alleen maar kan meevallen. Daar kun je geen beleid op maken.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next