Home

Eerst kotsen, dan toch een sprint voor de eeuwigheid: Cavendish pakt zijn 35ste etappezege in de Tour en is Merckx voorbij

Nog één keer ging hij naar de Tour, op jacht naar het recordaantal etappezeges van 35. Woensdag slaagde de Britse sprinter Mark Cavendish, inmiddels 39 jaar oud, in die missie.

Te midden van een zee van bedrijfshallen, hier en daar onderbroken door wat groen, schreef Mark Cavendish op de D77, een tweerichtingsweg door het dorpje Saint-Vulbas, wielergeschiedenis. Zestien jaar na zijn eerste etappeoverwinning in de Tour, op 9 juli 2008 in Châteauroux, ging de 39-jarige sprinter voor de 35ste keer als eerste over de streep.

Dat betekende een verbetering van het record dat hij sinds de Tour van 2021 deelde met levende legende Eddy Merckx. Het maakt de geridderde Sir Mark niet beter dan Merckx, stellen wielerpuristen. ‘De Kannibaal’ kon vanuit alle hoeken en gaten winnen, ‘Cav’ alleen een massasprint.

Over de auteur

Robert Giebels is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over wielrennen en Formule 1.

Cavendish bleef maar jaren aan zijn wielercarrière plakken, om het record alleen in bezit te krijgen. Het leek er aan het begin van deze Tour op dat daar nóg een jaar bij zou komen. De belangrijkste koers van het jaar was nog maar 40 kilometer oud, of een door de hitte bevangen Cavendish zat kotsend op zijn fiets.

‘Maar ik weet hoe het werkt’, zei hij woensdag meteen na zijn 35ste ritzege. ‘Dit is mijn vijftiende Tour; in het begin worstel ik altijd.’ Dat hij toch weer een ploeg had gevonden die in zijn missie geloofde, was een meevaller. Het is Astana, de equipe van Alexandre Vinokoerov – ploeg noch de Kazachstaanse oud-renner en winnaar van olympisch goud in 2012, zijn vrij van schorsingen wegens vals spel.

‘Hij nam een grote gok met mij’, zei Cavendish, waarna ‘hij’, Vinokoerov, het interview onderbrak voor een uitgebreide knuffelpartij. ‘Hij was een goede renner’, zei de renner over zijn ploegleider, ‘hij weet dat de Tour groter is dan wielrennen.’

Sneller dan Philipsen

Zijn 35ste was een sprintzege zoals Cavendish aan het begin van zijn carrière afleverde: met zijn fiets ruimschoots voor de nummer twee in de daguitslag. Woensdag was dat Jasper Philipsen, de sprintkoning van de vorige Tour. De Belg werd toen en nu gegangmaakt door Mathieu van der Poel. In de zevende etappe vorig jaar was dat nét genoeg om Cavendish nipt te verslaan en hem van zijn record af te houden.

Woensdag was de ‘pocket rocket’ aan de rechterkant van de weg, akelig dicht bij de boarding, met alle topsprinters aan het knokken, toen hij opeens links een opening zag. Philipsen zag die ook en ging met een scherpe en riskante stuurbeweging achter Cavendish aan, maar kon hem bij lange na niet meer achterhalen.

Of het kwam door de actie van Philipsen was niet meteen duidelijk, maar achter het tweetal kwam de sprinter van Lidl-Trek, Mads Pedersen, op volle snelheid ten val, waarna Bryan Coquard er met fiets en al overheen moest springen.

‘De meerderheid van de renners heeft deze Tour tegen me gezegd: ik hoop dat je een etappe wint’, vertelde Cavendish. Hij sprint weliswaar met het mes tussen de tanden, maar heeft veel vrienden in het peloton. Meteen nadat de 35-voudig ritwinnaar over de streep was gerold, kreeg hij handen op zijn rug van verslagen collega-sprinters: rechts Arnoud de Lie, links Alexander Kristoff. Daarna bleven de gelukwensen binnenstromen. ‘Dat grijpt me echt aan.’

Samen met Bol

Cees Bol, ooit een Nederlandse sprintbelofte, heeft zich vorig jaar omgeschoold tot sprintaantrekker voor Cavendish bij Astana. ‘Blij om hier onderdeel van te zijn’, zei Bol, ‘en vooral dat gelukt is. De samenwerking is heel hecht.’ Aanvankelijk moest de Nederlander het alleen doen, maar dit jaar versterkte Astana zich met meer toprenners om Cavendish aan nummer 35 te helpen.

Dat was nodig, vertelde Bol. ‘Mark zei: Cees was vorig jaar mijn nummer twee, drie en vier, dat was te veel, daarom lukte het ook niet.’ Cavendish spreekt nu consequent over ‘mijn jongens’. ‘Ik vertrouw ze; mijn jongens zijn volledig toegewijd.’

En dus is het niet het moment om deze Tour te stoppen. ‘Natuurlijk niet’, zei Cavendish, ‘Ik houd van deze koers, altijd gedaan.’ En hij gaat hem uitrijden ook. ‘Dat is nooit makkelijk voor een sprinter.’ Het zou de achtste keer zijn. ‘Ik ga in elk geval proberen die tijdrit aan het eind naar Nice te halen.’

Op weg daarnaartoe ziet Cavendish nog genoeg winstkansen. Per slot weet niemand beter dan hij hoe je Touretappes wint. ‘Als iedereen weet wat je moet doen in een sprint, zou dat mijn werk een stuk moeilijker maken. En lukt het niet, dan kan ik misschien mijn jongens aan ritzeges helpen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next