Vandaag maakten de Raad voor Cultuur en de rijkscultuurfondsen bekend hoe de kunstsubsidies de komende vier jaar verdeeld worden. We spraken Kristel Baele, voorzitter van de Raad voor Cultuur, en Viktorien van Hulst, directeur van Fonds Podiumkunsten (FPK).
Toen de coronasluitingen voorbij waren, likten acteurs, dansers, musici, festivalteams en tentoonstellingsmakers hun wonden. Podia en musea waren de eerste die dicht gingen en zo’n beetje de laatste die weer helemaal open mochten. Dat is nog maar twee jaar geleden. Als voorzitter Kristel Baele (65) van de Raad voor Cultuur nu kijkt hoe het kunstleven erbij ligt, is ze enthousiast. ‘Er is alles aan gedaan om weer op het oude niveau te komen.’
Artistiek ontwikkelen de Nederlandse kunsten zich volop door steeds meer samensmeltingen van disciplines. Het lukt velen om een jonger publiek te trekken, zelfs de symfonieorkesten. Ook zijn culturele instellingen erin geslaagd eindelijk meer werk te maken van de eerlijke beloning van hun personeel.
Het valt allemaal te lezen in het advies dat de raad woensdag aan minister Eppo Bruins (NSC) van Cultuur aanbood, met daarin het voorstel om 115 toonaangevende instellingen tot 2029 subsidie te verlenen uit de pot van jaarlijks bijna 250 miljoen euro van de culturele basisinfrastructuur (BIS). Doorgaans nemen bewindslieden dat subsidieadvies ongewijzigd over van de raad, wiens onafhankelijkheid bij wet is vastgelegd.
Over één instelling is de raad uitgesproken kritisch: u adviseert de subsidie voor het internationaal gelauwerde theatergezelschap ITA aan het Amsterdamse Leidseplein bijna te halveren. Waarom?
‘ITA zit in een overgangsfase. De heel bepalende artistiek directeur Ivo van Hove is vorig jaar opgevolgd door Eline Arbo, een geëngageerde theaterdirecteur met een mooi profiel. Wij hadden verwacht meer van haar ideeën in de subsidieaanvraag terug te zien, in de keuzes voor het repertoire en de uitwerking van een visie tot in de haarvaten van zo’n gezelschap. Maar dat lazen wij onvoldoende.
‘Dan zou je kunnen zeggen: Eline is net aangetreden, had je haar niet het voordeel van de twijfel kunnen geven? Onze taak is om eerlijk te wegen, en Theater Rotterdam, dat in de vorige periode in een overgangsfase zat, is nu verder. Wat ook een rol heeft gespeeld, is dat we met ITA in gesprek zijn geweest over sociale veiligheid en werkdruk. In de aanvraag geven ze niet aan hoe dat beter kan.’ (Zo legden technici in 2022 het werk neer, en is er in 2023 besloten tot een onderzoek naar meldingen van grensoverschrijdend gedrag binnen ITA, red.)
Voor de meeste andere instellingen geldt dat ze wel de ‘rust en ruimte’ krijgen die door het vorige kabinet is beloofd. Is de door het nieuwe kabinet aangekondigde btw-verhoging naar 21 procent dan geen streep door de rekening?
‘De raad heeft zich eerder al uitgesproken tegen de btw-verhoging, en niet alleen omdat het voor instellingen verminderde inkomsten tot gevolg heeft. We deden dat ook omdat het een deel van de bevolking treft dat minder kapitaalkrachtig is. Het tweede dat tegen de btw-verhoging spreekt, is dat de culturele sector economisch een belangrijke sector is. Belangrijker dan Schiphol of de landbouw. Dus met die btw-verhoging ben je als bv Nederland een dief van je eigen portemonnee.’
Was u verrast dat er geen enkel inhoudelijk woord over cultuurbeleid in het hoofdlijnenakkoord stond?
‘Het was opmerkelijk. Normaal gezien staat er iets in, maar wat is normaal? Bij de kabinetten van Rutte hadden we heel dichtgetimmerde coalitieakkoorden. Dat is het akkoord nu niet. Je kunt zeggen: dat heeft voordelen, want dan gaat het niet over ons, terwijl er voor andere sectoren wel de nodige bezuinigingen waren ingeboekt. Maar hoe zich dat gaat ontwikkelen, daar kan ik niet op vooruitlopen. We volgen het natuurlijk op de voet.
‘Als raad vinden wij dat het, misschien wel meer dan ooit, van belang is de waarde van cultuur te laten zien. En dan niet alleen canonieke cultuur. Iedereen houdt van kunst en cultuur, ongeacht je politieke voorkeur. Iedereen gaat naar de film, leest boeken, zit in een koor, speelt in een fanfare, noem maar op. Maar cultuur is net als kraanwater, het is er gewoon. Daarom realiseren we ons het belang onvoldoende. Het is de zuurstof van de samenleving – van het ‘samen’ in de samenleving.’
De raad stelt dat cultuur daarom als verbindende kracht polarisatie kan tegengaan. Maar hoe kan de sector voorkomen zelf onderwerp te worden van een gepolariseerd debat?
‘Het helpt als je onbetwistbaar kwaliteit levert, en het artistieke niveau is in Nederland echt heel hoog. Daarnaast: ga niet met je rug naar de samenleving staan. Ik denk dat er in de vorige eeuw best een tendens in die richting was. Op een bepaald moment wordt dat niet meer geaccepteerd, omdat je wel wordt gefinancierd met het geld van die samenleving. En dan gaan mensen elders verhaal halen bij de politiek. Maar ik vind het mooi om te zien dat instellingen nu volop in de samenleving staan.’
Steeds meer musici, dansers en theatermakers weten de weg naar het Fonds Podiumkunsten te vinden voor een begeerde vierjarige subsidie om met meer rust voorstellingen en concerten te kunnen geven. Waren er in 2016 nog 163 aanvragen, in 2020 waren dat er 202 en nu ontving directeur Viktorien van Hulst (51) maar liefst 273 aanvragen van producerende instellingen.
Als haar budget het dubbele was geweest van de 47,5 miljoen euro die het FPK tot zijn beschikking heeft, had ze ze allemaal kunnen honoreren, maar er gaan er vele tientallen overboord. Holland Baroque, De Warme Winkel, Pynarello, ’t Barre Land, Amsterdam Klezmer Band, Wunderbaum, het Matangi Quartet: de lijst met bekende namen is lang.
‘Er zitten prachtige gezelschappen en ensembles tussen’, zegt Van Hulst. ‘Ik vind het afschuwelijk, maar het gaat wel gebeuren.’ Daar staat tegenover dat 127 gezelschappen en 52 podiumfestivals wel vier jaar subsidie krijgen van het FPK, waaronder 59 aanvragers voor de eerste keer.
Vier jaar geleden was er onvrede over de verdeling van de subsidies door het FPK, omdat een te groot deel daarvan in de Randstad zou belanden. Regeringspartij CDA, waar Pieter Omtzigt toen nog deel van uitmaakte, maakte zich er onder andere hard voor dat er 15 miljoen euro extra kwam. Zodat er voldoende budget was om alle gezelschappen ook te honoreren van wie de artistieke plannen door de commissies van het FPK positief waren beoordeeld.
Heeft het FPK dit keer de geografische spreiding zwaarder laten meewegen?
‘De festivalregeling werkte al goed, maar in de subsidieregeling voor makers kon je bij de beoordeling meer punten dan voorheen krijgen als je ingebed was buiten de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag of Utrecht. Als je bijvoorbeeld in Tilburg bent gevestigd en kon aantonen dat je samenwerkt met het onderwijs of ook lokaal subsidie ontvangt, kreeg je daar twee punten voor. Dat heeft echt verschil gemaakt. Het was: bij gelijke geschiktheid gaat de voorkeur uit naar iemand van buiten de vier grote steden.
‘Maar daarmee is niet alles opgelost. In Amsterdam zullen ze zeggen dat we een slachting aanrichten. Maar tegelijk zullen ze in Zeeland nog steeds niet blij zijn. We hebben uit die provincie één aanvraag voor een productiesubsidie gekregen, en die is op inhoudelijke gronden afgewezen. Dus de gedeputeerde van Zeeland gaat vast ook vinden dat we het niet goed hebben gedaan.’
Krijgen makers op Curaçao de vierjarige subsidie voor het eerst?
‘Nee, maar het is wel heel lang geleden. De twee gezelschappen die we nu honoreren, hebben de afgelopen jaren korte subsidies gekregen van het FPK voor projecten. Nu waren ze klaar voor structurele subsidie. Het waren echt goede plannen. Teatro KadaKen eindigde in de top van zijn categorie.’
Wat is de verklaring voor de sterke toename in aanvragen?
‘Ik heb daar geen sluitend verhaal over, maar de coronatijd speelt een rol. Doordat vier jaar geleden veel gezelschappen met de extra 15 miljoen zijn geholpen, hebben we veel nieuwe makers projectsubsidies kunnen geven. Normaal zouden de afvallers van de vierjaarlijkse ronde zich daarvoor aanmelden, maar die hadden dat nu niet nodig. Zo’n korte subsidie kan als een opstap werken naar een vierjarig voorstel. Ook hebben veel makers die normaal zonder rijkssubsidie werkten, het FPK tijdens corona leren kennen, omdat wij alle steunregelingen voor de podiumkunsten deden.
‘Ook zie je dat de disciplines steeds breder worden ingevuld. Acht jaar geleden was er nog ophef toen het FPK de rockband De Staat subsidie gaf, tegenwoordig krijgen we zelfs subsidieaanvragen uit de wereld van circus en musical. De oude getrouwen blijven ondertussen ook nog steeds aanvragen: het teksttheater, de klassieke muziek. Bij deze ronde zie je dat die canonieke kunstvormen bij de keuzes het meest te lijden hebben. Gelukkig worden deze in de BIS ruim ondersteund.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant