Tientallen families uit Bergen op Zoom visten ooit op ansjovis in de wateren bij de West-Brabantse stad. Aan die eeuwenlange traditie dreigt een einde te komen, want de ansjovisjes laten zich al vijf jaar niet meer zien in de Oosterschelde.
‘Het is weer niks’, zegt ansjovisvisser Corné van Dort (60) hoofdschuddend, terwijl hij tot zijn borst in de Oosterschelde staat. Samen met vrijwilliger Ko Nefs (68) sleept hij een net door het fuikgat aan het eind van een V-vormige constructie met honderden eikenhouten palen. Ze zijn in het water geplaatst om vissen naar het vangnet te leiden. ‘In 2019 vingen we hier nog volop ansjovis, daarna niet meer. Waarom? Ja, zeg jij het maar.’
Gekleed in een grijs waadkostuum klimmen ze vanuit het water in de platte boot en trekken het sleepnet omhoog. De vangst: louter kwallen en sprotjes, piepkleine harinkjes waarvan de meeste al direct door de mazen van het net glibberen. Geen enkele ansjovis, en zelfs geen geep of makreel die soms als bijvangst omhoog wordt gehaald.
Over de auteur
Peter de Graaf is regioverslaggever van de Volkskrant in Zuid-Nederland.
Van Dort is de laatste familie uit Bergen op Zoom die nog op ansjovis vist. Dat gebeurt nog steeds via de weervisserij, een traditionele visserijtechniek met vaste houten vanginstallaties – de weren – die gebruik maakt van de stroming en het getij om de ansjovissen naar het fuikgat te leiden.
Eeuwenlang was de ansjovisvangst in de West-Brabantse stad een traditie die in tientallen families overging van vader op zoon. Ze heetten Aertssen, Baaijen, Franken, De Haas of Landa. Nu zijn Corné, zijn zus Rian van Dort en haar man Henk van Schilt de laatste weervissers in Nederland – waarbij Rian vooral de viswinkel en administratie bestiert. Vader Cor (92) heeft het gesleep met de visnetten al enkele jaren geleden tabee gezegd.
‘Waar zijn die visjes toch gebleven?’, vraagt Corné van Dort zich af op de Kraaier (visserijnaam: BZ3), een platte vlet die is bedoeld om ook in ondiepe wateren te kunnen varen. Tot vijf jaar geleden kwamen hele scholen ansjovissen van mei tot juli vanuit de Noordzee paaien in het relatief warme en ondiepe water van de Oosterschelde. Maar sinds 2020 komen ze niet meer, en dat is voor iedereen vooralsnog een raadsel.
Een kort onderzoek van Wageningen University & Research wees medio vorig jaar klimaatverandering aan als mogelijke oorzaak. Daardoor is de gemiddelde watertemperatuur van de Oosterschelde gestegen en ‘steeds dichter bij de bovenlimiet van 18 graden gekomen voor het paaigedrag van ansjovis’. Ook de stijging van het zoutgehalte kan een rol spelen: ‘De zoetwaterinflux is afgenomen met de bouw van de Deltawerken.’ Ook is sprake van een verminderd debiet, ofwel de hoeveelheid water die door de rivieren stroomt.
Ansjovisvisser Van Dort heeft een door weer en wind gebruinde, olijke kop met kort stekeltjeshaar. Hij haalt zijn schouders op: ‘Te warm en te zout water? Mijn vader zegt juist dat het water te zoet is. En die Oosterscheldekering ligt er ook al bijna veertig jaar.’ Zijn zus Rian noemt juist de staalslakken, smeltafval van de hoogovens, waarmee Rijswaterstaat waterkeringen versterkt, als mogelijke oorzaak. Ook de kabels onder water van windparken op zee zijn al eens aangewezen als boosdoeners.
Wat ook de oorzaak moge zijn, verzucht Van Dort, feit is dat dit al het vijfde jaar op rij is dat er geen of nauwelijks ansjovis wordt gevangen. ‘Soms zit er eentje in het net, soms twee, maar daarmee houdt het wel op. Terwijl ansjovissen toch vooral in scholen rondzwemmen. Ik heb er sinds mei misschien zeven of acht gevangen.’
Daarmee lijkt het na jaren van dreiging nu toch echt einde oefening te worden voor de anjovisvisserij op de Oosterschelde en in Nederland. ‘Je kunt wel doorvissen tot je een ons weegt. Maar als ze er niet zijn, kun je ze ook niet vangen’, aldus Van Dort. ‘De kosten, zoals brandstof en liggeld voor de boten, lopen door. We kunnen niet blijven doorgaan met het opeten van ons pensioen.’
Dat zou ook het einde betekenen van de commerciële weervisserij, een ambacht dat al zeker sinds de 17de eeuw wordt beoefend in de wateren bij Bergen op Zoom en onlangs zelfs op de lijst van immaterieel erfgoed is geplaatst. Er bestaat ook een Stichting Behoud Weervisserij, die vaarexcursies organiseert naar de weren op de Oosterschelde en die de laatste weerwissers ondersteunt, zowel met mankracht (vrijwilligers) als financieel.
Voor de stichting komt het niet onverwacht dat de visfamilie heeft aangekondigd te stoppen als er dit seizoen geen ansjovis gevangen wordt. ‘Om ons voor te bereiden op het ‘wat als’-scenario dat nu aanstaande lijkt, zijn we een aantal jaren geleden in gesprek gegaan met de firma Van Dort’, zegt voorzitter Kees Coppens. ‘Onze stichting is ooit opgericht om het ambacht en het immaterieel erfgoed te behouden. Daarom blijft de insteek dat het ambacht in een bepaalde vorm, zij het niet meer beroepsmatig, uitgeoefend kan blijven worden.’
Volgens hem worden meerdere scenario’s onderzocht. Ook wordt gedacht aan enige vorm van subsidieverlening, zegt Rian van Dort, die een aanvraag bij het ministerie heeft ingediend om op de Oosterschelde ook op kokkels of venusschelpen te mogen vissen. Een beslissing daarover blijft maar uit, verzucht ze.
Haar broer Corné blijft tamelijk laconiek over het naderend onheil. ‘We vissen ook op paling, op het Zoommeer en de Binnenschelde’, zegt de ansjovisvisser. ‘Daarmee kunnen we volgend jaar wat eerder beginnen en langer doorgaan.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant