Van 1942 tot en met 1952 woonde Thomas Mann met zijn vrouw en kinderen in de Pacific Palisades in Los Angeles, een aangename buurt. Tegenwoordig woont Steven Spielberg niet ver van Manns voormalige villa aan de San Remo Drive nummer 1550.
Enkele jaren geleden kocht de Duitse overheid het oude huis van Mann om er een plek van te maken waar kunstenaars en wetenschappers en alles wat ertussenin zit kunnen verblijven.
Op uitnodiging van een collega en een vriendin, Julia, die vier maanden in het huis van Mann woonde, was ik er enkele dagen te gast, ook om onder leiding van een dichter uit Los Angeles te praten over identiteit en literatuur.
De zon scheen fel, zoals het LA betaamt, toen ik in de villa arriveerde.
Sinds de jaren zeventig is er een zwembad in de tuin. Ik zette me grootmoedig over de teleurstelling heen dat Mann er nooit had gezwommen.
Voor er over identiteit kon worden gesproken wilde ik graag een wandeling maken. Op straat uitsluitend dienaren. De ware rijken hebben immers dienaren – het woord knecht is me te onaangenaam – en in Californië schaamt men zich daar niet voor. Wel is het zo dat de rijken zelf onzichtbaar blijven achter hun muren en heggen, maar bescheiden als ik ben nam ik genoegen met de dienaren.
Na afloop van de discussie werd ik voorgesteld aan een Poolse prinses van een zekere leeftijd die tegen me zei: ‘Ik heb een optrekje in Lublin, ik heb een optrekje in LA, jij bent altijd welkom. Mijn man is Joods en hij praat graag over Joden.’
Het spreekt vanzelf dat ik de uitnodiging aannam. Ik zei: ‘Lublin, LA. Het maakt niet uit, zolang jij maar aanwezig bent.’
Ik moet aan de toekomst van mijn zoon denken. Voor hem ben ik bereid menig offer te brengen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns