Voor het eerst en voorlopig meteen ook voor het laatst mochten journalisten dinsdag het heilige der heiligen van de Nederlandse economie betreden: de splinternieuwe goudkluis van De Nederlandsche Bank. Daar ligt ondergronds bijna eenderde van ’s lands goudvoorraad verstopt.
Alsof je door drie luchthavencontroles tegelijk moet. Zo streng zijn ze in het ‘DNB Cashcentrum’, alias het ‘Nederlandse Fort Knox’, zoals ze het bij DNB noemen, naar de militaire basis in Kentucky waar de Amerikaanse overheid ruim de helft van haar goud bewaart. Het Nederlandse ‘fort’ staat in het dorpje Huis ter Heide, achter de slagbomen van defensieterrein Camp New Amsterdam.
Wie eenmaal alle bagagecontroles, metaaldetectoren, lichaamsscanners en veiligheidssluizen van het geldpakhuis heeft getrotseerd, daalt af in een crypte waarin op 59 blauwe stellingkasten meer dan 14 duizend goudstaven liggen opgebaard. Ze glimmen alsof er recent een boendoek met goudpoets overheen is gegaan.
Over de auteur
Jonathan Witteman is economieredacteur voor de Volkskrant en schrijft over de macro-economie en de bankensector.
Elk van deze ‘broodjes’ goud weegt 12,5 kilo, en is momenteel 870 duizend euro waard. Inclusief nog eens 1.006 bakken en kisten vol gouden munten herbergt de nieuwe kluis 31 procent van de Nederlandse goudvoorraad. Die telt in totaal ruim 612 duizend kilo – actuele waarde: 42,6 miljard euro – en ligt verder opgeslagen in New York (31 procent), Ottawa (20 procent) en Londen (18 procent). Het is, in verhouding tot de grootte van de economie, ’s werelds op zes na grootste goudvoorraad.
Het is de erfenis van de goudstandaard die Nederland tot 1936 kende, toen bankbiljetten nog deels gedekt werden door goud. Anno 2024 is de goudvoorraad vooral ‘gestold angstzweet’, zoals econoom Mathijs Bouman het noemt. Al spreekt DNB-directeur betalingen Inge van Dijk liever van een ‘vertrouwensanker’, dat moet voorkomen dat het schip van staat ooit stuurloos raakt op de woelige baren van een wereldcrisis. Zodra op de financiële markten de pleuris uitbreekt, gaat de prijs van het schaarse edelmetaal juist omhoog. Dit maakt goud de ultieme hedge, een bescherming tegen financiële risico’s, aldus DNB.
Ruim een halve eeuw lag het binnenlandse goud opgeslagen onder het DNB-hoofdkantoor aan het Amsterdamse Frederiksplein. ‘Slechts enkele meters onder mijn bureau’, aldus DNB-president Klaas Knot.
Ideaal was dit niet, zo’n goud- en geldpakhuis in hartje Amsterdam, met af- en aanrijdende geldtransporten vol bankbiljetten tussen het stadsverkeer, vond men bij DNB. Het beveiligingsniveau was ook voor het gewone kantoorpersoneel permanent ‘terreurdreiging niveau 4’. ‘We waren een soort vesting, midden op het Frederiksplein’, vertelt Wieske Ebben van DNB.
Om het hoofdkantoor open te kunnen stellen voor publiek, besloot DNB haar geld en goud te verhuizen. De operatie kostte 520 miljoen euro: 320 miljoen euro voor de verbouwing van het uit 1968 stammende hoofdkantoor, en 200 miljoen euro voor het nieuwe pakhuis, inclusief een tijdelijke logeerpartij van het goud in Haarlem.
Het DNB Cashcentrum fungeert niet alleen als goudkluis, maar ook als het chartale zenuwcentrum van het land, waar alle bankbiljetten en munten binnenkomen vanuit het hele land, vertelt Ebben. ‘Wij controleren daarna of ze nog geschikt zijn om weer uit te geven, en of ze echt of vals zijn.’
Bankbiljetten die ongeschikt zijn – bijvoorbeeld omdat ze in de magnetron zijn verbrand of vol zijn gekalkt met telefoonnummers, om wat praktijkvoorbeelden te noemen – krijgen, na een laatste controle door laboranten in witte stofjassen, een enkeltje papierversnipperaar. Dat geld stinkt, weten ze bij DNB als geen ander. ‘Vooral na carnaval stinken geldbiljetten enorm naar bier’, vertelt een van de medewerkers.
In de zaal waar de kakelverse eurobiljetten liggen opgeslagen hangt een heel andere penetrante geur. ‘Het ruikt hier naar verse inkt. Die biljetten komen zo van de drukkerij’, zegt Ebben over de pallets vol met in plastic gewikkelde balen vol eurobiljetten. In de hal ernaast ligt dan weer voor zo’n 50 miljoen euro aan munten. ‘Hier krijg ik een Oom Dagobert-gevoel van’, zegt Ebben. Al liggen de munten dan allemaal in grijze dozen met ijzeren bakken eromheen, en kun je er dus niet, à la de rijkste Duckstedeling, in zwemmen.
Of de veiligheidsmaatregelen van DNB even inventief zijn als die van Dagobert Duck tegen Zwarte Magica, daarover willen ze bij DNB vanzelfsprekend niets zeggen. Dus ook niet over de vraag of de goudcrypte bijvoorbeeld vol kan lopen bij een inbraak, zoals onder het Frederiksplein naar verluidt zou hebben gekund. Of dat hij misschien kan worden volgespoten met gas, zoals nog langer geleden het geval zou zijn geweest, in de kluis aan de Oude Turfmarkt in Amsterdam – welk gas vertelt het krantenarchief niet, al zal het vermoedelijk geen lachgas of helium zijn geweest. Want, zo weten ze bij DNB, spreken is zilver, maar zwijgen is goud.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant