De eerste krachtmeting in het hooggebergte leverde vuurwerk op in de Tour de France. Tadej Pogacar, van van de vier favorieten voor de eindzege, zette zijn rivalen op achterstand met een late aanval.
Tadej Pogacar wachtte dinsdagmiddag op de Galibier lang, heel lang. Pas in de laatste, steile kilometer op de gevreesde Alpenreus – een klim van 23 kilometer naar 2.643 meter – kwam de verwachte aanval in de vierde etappe van de Tour de France. Vanuit de ruggen van zijn ploegmaats bij UAE Team Emirates, João Almeida en Juan Ayuso, die op weg naar de top al de adem van menig concurrent hadden afgesneden, zette hij aan.
Alleen tweevoudig Tourwinnaar Jonas Vingegaard van Visma-Lease a Bike leek een antwoord te hebben – hij klampte even aan bij de Sloveen. Een herhaling van de tweestrijd van zondag op de San Luca in Bologna diende zich aan, toen ze elkaar geen duimbreed toegaven. Maar op enkele honderden meters van de top groeide het gat tussen beiden. Bovenop bedroeg het verschil 8 seconden.
Over de auteur
Rob Gollin is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over wielrennen.
In de afdaling naar finishplaats Valloire liep Pogacar allengs verder uit – aanvankelijk tussen de sneeuwmuren en over smeltwater, later op een handvol centimeters langs gapende afgronden. Beneden trommelde hij zich kort op de borst, in het besef dat de eerste tik is uitgedeeld.
Het bleek een fikse uppercut. De voorsprong op zijn belangrijkste rivaal, die op de flanken van de Galibier werd achterhaald door Remco Evenepoel, Ayuso en Primoz Roglic, bedroeg 35 seconden. Hij heeft als de nieuwe leider in het algemeen klassement met bonificatieseconden nu een marge opgebouwd van 45 seconden op de Belg en 50 op de Deen.
Dat het peloton zo vroeg in de Tour naar een hoogte van ruim 2.500 meter werd gedirigeerd, is in de geschiedenis van de ronde uitzonderlijk. De vraag was dan ook of de favorieten het al aandurfden elkaar te lijf te gaan.
Vingegaard kondigde aan het begin van de rit aan vooral defensief te gaan rijden. Ondanks zijn goede prestatie in Bologna bleek hij nog altijd onzeker over zijn precieze mogelijkheden na de huiveringwekkende val in het Baskenland. Met een verwijzing naar het hooggebergte: ‘Daar ben ik misschien het kwetsbaarst.’
Met nog ruim 100 van de bijna 140 kilometer te gaan, vormde zich een kopgroep van zeventien renners, onder wie Mathieu van der Poel in zijn regenboogtrui, die kennelijk uit was op een avontuur of zichzelf wilde testen. Ze bleven lang op schootsafstand van het peloton, waarin UAE voor Pogacar en Visma-Lease a Bike voor Vingegaard het tempo bepaalden.
Tijdens de passages van de twee eerste bergpassen, de Col de Sestrière en de Col de Montgenèvre, schommelde de voorsprong ruwweg tussen de 2 en 3 minuten. Op de Galibier begon de marge geleidelijk te slinken, vooral onder aanvoering van Pogacars manschappen.
Nadat de kopgroep uiteen was gevallen en ook Van der Poel moest passen, maakte UAE er een ware afvalrace van. De Ecuadoriaan Richard Carapaz in zijn gele trui was een vroeg slachtoffer. Terwijl Evenepoel, Roglic en Vingegaard alleen kwamen te zitten, wist Pogacar zich omringd door teamgenoten, totdat hij op ruim 800 meter van de top besloot dat hij het verder wel alleen af kon. ‘Dit was ongeveer het plan en we hebben het perfect uitgevoerd.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant