Home

Radicaal-rechts in de regering, dat is niet uitzonderlijk meer in de EU

Nederland is allang niet meer de eerste met een radicaal-rechtse partij in de regering. Voor vijf andere Europese landen geldt dat ook. Wat betekent dat voor de EU?

Toen in het jaar 2000 de ultrarechtse Vrijheidspartij (FPÖ) toetrad tot de regering in Oostenrijk, was de reactie van de rest van Europa ijzig en eensgezind. De veertien andere landen van de EU stelden een diplomatieke blokkade in van 223 dagen. Dat ging zo ver dat er tijdens een EU-top in Portugal geen groepsfoto werd gemaakt: niemand wilde naast de Oostenrijkse bondskanselier Wolfgang Schüssel staan.

Maandenlang waren er zo min mogelijk diplomatieke contacten met de Oostenrijkers, geen culturele uitwisselingen of militaire oefeningen. Totdat de EU-landen begrepen dat de sancties henzelf begonnen te beschadigen: er klonk kritiek dat een democratisch gekozen regering zo’n behandeling niet verdiende. Uiteindelijk werden de sancties opgeheven.

Over de auteur
Maartje Bakker is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over het Middellandse Zeegebied en migratie.

Hoe anders is het nu. Terwijl in Nederland voor het eerst radicaal-rechtse ministers op het bordes staan, kijken Europese regeringsleiders nauwelijks op of om. Een regering met nationalistische en xenofobe trekjes is in Europa allang geen nieuwigheid meer.

Op dit moment zijn er vijf landen waar radicaal-rechts in het landsbestuur zit. Italië en Hongarije springen daarvan het meest in het oog. In beide landen is de premier - Giorgia Meloni in Italië, Viktor Orbán in Hongarije - afkomstig uit een radicaal-rechtse partij.

Immigratie

Daarnaast hebben ook Finland, Slowakije en Kroatië een regering waarin een radicaal-rechtse partij vertegenwoordigd is. In Finland levert de partij De Finnen maar liefst zeven ministers, waaronder die van Financiën, van Justitie en van Ontwikkelingssamenwerking. De Slowaakse regering staat onder leiding van Robert Fico, een pro-Russische politicus op wie in mei een gewelddadige aanslag werd gepleegd. In Kroatië trad in mei de Vaderland Beweging toe tot het kabinet.

De radicaal-rechtse partijen drukken onmiskenbaar een stempel op Europa. Wat ze allemaal met elkaar gemeen hebben, is een afkeer van immigratie. Zowel Meloni als Orbán speelt een voortrekkersrol als het gaat om het weren van vluchtelingen en andere migranten. Zo liet Orbán een hek oprichten langs de EU-buitengrens. Wie toch zonder visum in Hongarije wordt aangetroffen, wordt hardhandig de grens over gezet.

Meloni nam het voortouw bij migratiedeals met Tunesië en Egypte, waarbij de Noord-Afrikaanse landen miljarden euro’s krijgen in ruil voor het tegenhouden van vluchtelingen en andere migranten. Ook is de regering van Meloni bezig met het opzetten van een aanmeldcentrum voor asielzoekers in Albanië. Ze krijgt daarmee navolging: een aantal landen pleiten er nu voor het Europese asielbeleid te verplaatsen naar niet-EU-landen.

Oekraïne

Sommige radicaal-rechtse partijen zijn daarnaast uitgesproken pro-Russisch. Dat geldt voor Orbán en voor Fico. De Hongaar verzette zich tegen de start van de onderhandelingen met Oekraïne over een EU-lidmaatschap. Die konden pas beginnen toen hij tijdens een EU-top ‘even naar de wc’ moest en de andere regeringsleiders het besluit erdoorheen drukten. Bovendien weigerde Orbán maandenlang akkoord te gaan met een financieel hulppakket van 50 miljard euro voor Oekraïne.

Nederland zit meer op de Italiaanse dan op de Hongaarse lijn, en zo bekeken is het niet de radicaalste onder de radicalen. Hoewel de PVV in haar verkiezingsprogramma opmerkt dat ‘ons schaarse defensiematerieel’ niet naar Oekraïne moet, staat in het hoofdlijnenakkoord dat de ‘politieke, militaire, financiële en morele steun’ van Oekraïne tegen Rusland in stand blijft. In Brussel zal zij zich vooral richten op het tegengaan van migratie en natuurbescherming.

Het leidt ertoe dat de Europese ogen meer gericht zijn op Frankrijk, samen met Duitsland een dragende kracht onder de Europese Unie. Ooit was dat land de aanvoerder van het bevriezen van de contacten met Oostenrijk, toen radicaal-rechts daar tot de regering toetrad. Nu zou Frankrijk, na de parlementsverkiezingen van dit weekend, zelf een radicaal-rechtse premier kunnen krijgen. En dat kan in Europa ook anno 2024 nog wel degelijk een schok teweegbrengen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next