Oranje is voor de achtste finales tegen Roemenië terug in München, maar in het Olympiastadion herinnert niets aan de verloren WK-finale in 1974 en de gewonnen EK-finale in 1988. Het stadion van de volley van Marco van Basten is een fanplein.
In de nok van het stadion, op een platform tussen de cabines van de televisiecommentatoren, staan drie festivalmedewerkers. Met een broodje in de hand kijken ze op tientallen meters hoogte tevreden naar het braakliggende middenterrein. Nog even, en dan ze zijn klaar met de opbouw van het podium.
Het Olympiastadion in München voelt deze maandagochtend aan als een verlaten bouwconstructie. Het gehamer op stalen buizen overstemt het gekletter van de regen tegen de dakplaten. Heftrucks rijden af en aan. Kraaien vliegen langs de groene stoeltjes op zoek naar etensresten.
Het Nederlands elftal keert dinsdag voor de achtste finale tegen Roemenië terug naar de stad waar het de grootste wedstrijden in zijn geschiedenis speelde: de verloren WK-finale in 1974 en de gewonnen EK-finale in 1988.
Een terugkeer in het Olympiastadion is alleen niet aan de orde. De veel modernere Allianz Arena, sinds 2005 het onderkomen van Bayern München, krijgt op het EK de voorkeur van de toernooiorganisatie.
In plaats daarvan kunnen duizenden mensen in en rondom het Olympiastadion op grote schermen naar alle EK-wedstrijden kijken. Op de plek waar Van Basten met een wonderschone volley scoorde in de EK-finale van 1988, staan dinsdagavond mensen te hossen en te springen.
Niets in het Olympiastadion herinnert deze maandagochtend aan de iconische wedstrijden die het Nederlands elftal ooit speelde in de arena die ooit werd gebouwd voor de Olympische Spelen van 1972. Oranje vlaggen, stickers of prullaria: ze zijn er allemaal niet te vinden.
Wel zijn de iconische onderdelen van het legendarische stadion intact gebleven: de schotelvormige tribunes, het dak met de tentconstructie, de immense stadionklok, de ontzagwekkende stadionlampen, de sintelbaan om het voetbalveld en de gedateerde pisbakken onder de tribunes.
Het mag dan lang geleden zijn dat Oranje in München speelde, volgens sportschrijver Auke Kok heeft de stad nog altijd een speciale plek in de geschiedenisboeken van Oranje. Hij reconstrueerde in 1974, Wij waren de besten en in 1988, Wij hielden van Oranje de twee grootste interlands van Nederland.
"Het is de plek van het grote drama en de grote triomf", zegt Kok. "Het beeld van Rinus Michels die uit ongeloof de handen voor het gezicht slaat na de volley van Marco van Basten zit in ons collectieve geheugen verankerd."
Het contrast tussen 1974 en 1988 had niet groter kunnen zijn. Het Nederlands elftal van Michels, Johan Cruijff en Willem van Hanegem betoverde de wereld in 1974 met het veelgeroemde 'totaalvoetbal', maar in München was Oranje geen schim van zichzelf.
De zwembadaffaire rond Cruijff wordt vaak genoemd als reden van het eeuwige trauma tegen West-Duitsland (1-2), maar volgens Kok is de verplaatsing naar München ook één van de oorzaken van het falen.
Oranje verbleef tijdens het WK in Hiltrup, een plek vlak over de Nederlandse grens. Een dag voor de finale vloog Nederland pas naar München. Kok: "Ze konden niet acclimatiseren. Zelfs Ruud Krol sliep nooit goed de eerste nacht in een vreemd bed. Hij speelde ver onder zijn kunnen."
"Ze waren ongelooflijk goed, maar ze hebben het eigenlijk zelf verkloot. Michels en de spelers beseften niet goed hoe belangrijk een WK was. Het was allemaal nieuw. Zo'n finale is weer een nieuwe wedstrijd, dachten ze. Ze zijn nooit over die diepe teleurstelling heen gekomen."
De Oranjespelers van 1988, onder wie de huidige bondscoach Ronald Koeman, voelden de symboliek toen ze het veld van het Olympiastadion opliepen voor de finale tegen de Sovjet-Unie. Kok: "Hans van Breukelen had als jonge tiener huilend voor de televisie gezeten. Ze waren bezeten van het idee het beter te doen dan Van Hanegem en Cruijff."
"Maar zeker voor Michels zal het wat hebben gedaan. Voor hem was het een terugkeer in München, als enige. Hij was niet sentimenteel van aard, maar het WK van 1974 heeft hem altijd dwarsgezeten, net als de spelers."
De kopbal van Ruud Gullit, de volley van Van Basten, de hand op het voorhoofd van Michels en de Oranjezee op de tribunes: de taferelen in 1988 worden 36 jaar na dato nog altijd herhaald op de Nederlandse televisie.
Twee verdwaalde Duitse toeristen op de tribune hebben er deze maandagochtend geen weet van. Als de verslaggever zegt dat hij uit Nederland komt, zijn ze vooral benieuwd of Nederland-Roemenië dinsdag ook op de schermen wordt vertoond.
Source: Nu.nl algemeen