Home

De wonderbaarlijke herrijzenis van Jonas Vingegaard

Wielrenners staan bekend als harde jongens. Ze vallen om de haverklap, maar dat is zelden een reden om af te stappen. Ze duwen een arm weer in de kom, spugen een paar kiezen uit, checken of ze nog kunnen ademhalen en zetten de achtervolging in. Het eerste wat ze altijd vragen nadat ze in een ravijn zijn gereden: ‘Waar is mijn fiets?’ De laatste woorden van de legendarische wielerdode Tom Simpson op de Mont Ventoux, zijn afscheidsboodschap aan de mensheid, luidden als volgt: ‘Put me back om my bike.

Dus toen ik op 4 april Jonas Vingegaard uit de bocht zag vliegen in de afdaling van de Alto de Olaeta in Baskenland, besteedde ik daar amper aandacht aan. Ik zou de val liefst uit het wielrennen verbannen, maar zolang dat niet is gelukt, is het maar het beste er niet te veel aandacht aan te besteden. Het was overigens een flinke valpartij, viel me op, her en der lagen coureurs in de berm en eentje was er tot stilstand gekomen tegen een boom.

Over de auteur
Bert Wagendorp is voormalig sportverslaggever van de Volkskrant, oprichter van wielertijdschrift De Muur en auteur van wielerroman Ventoux. Hij schrijft wekelijks een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Jonas Vingegaard lag in de foetushouding naast zijn fiets en bewoog niet. Dat was reden voor enige ongerustheid, het deed denken aan de Italiaanse wielrenner Fabio Casartelli op de Portet-d’Aspet in de Tour van 1995, die lag er precies zo bij. En hij was dood.

Vingegaard is, zoals wel meer wielrenners, een fragiel en ogenschijnlijk breekbaar mannetje van 60 kilogram. Hij zou perfect zijn voor een hoofdrol in een film over concentratiekampen. Niemand zou geloven dat dit uitgehongerde wezen al tweemaal de Tour de France heeft gewonnen als er geen archiefbeelden van dat feit bestonden.

Toen hij na een kwartier nog altijd in de berm lag en geen tekenen van leven vertoonde, wist ik zeker dat hij nooit meer zou meedoen aan de Ronde van Frankrijk, al was het maar vanwege het trauma dat hij ongetwijfeld had opgelopen.

Voldoende hersteld van zijn breuken

Op 6 mei was Vingegaard voldoende hersteld van zijn breuken en vooral van zijn klaplong en mocht hij voor het eerst naar buiten om een rustig stukje te peddelen. Op 28 mei begon hij aan een hoogtestage. Drie weken later besloot hij dat hij zou meedoen aan de Tour en op 24 juni verkende hij de etappe van dinsdag, die over de Galibier.

Zondag plaatste Tadej Pogacar op de steile San Luca een pittige demarrage om de concurrentie alvast wat schrik aan te jagen. Toen hij omkeek om te zien of hij iedereen had afgeschud, keek hij in het gezicht van Jonas Vingegaard.

Die nam in de afdaling dezelfde risico’s als Pogacar, alsof de valpartij inmiddels inderdaad was afgeschaft. Alle volgers veerden verheugd op: zou het geheel onverwacht tóch een spannende Tour worden? Begon Pogacar zich al zorgen te maken?

Dinsdag volgt na de beklimming van de Galibier iets gevaarlijkers: de afdaling van de Galibier in de richting van de finish in Valloire. Nadat de Zwitserse wielrenner Gino Mäder vorig jaar verongelukte in de afzink van de Albulapas was iedereen het erover eens dat het finishdoek aan het eind van een lange afdaling vragen om problemen was.

Maar voornemens duren in het wielrennen tot de volgende etappe, spektakel is veel belangrijker. En Vingegaard zal nog sneller naar beneden vallen dan drie maanden geleden van de Baskische berg. Daar denkt hij nooit meer aan, zei Jonas.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next