Alles draait om instemming bij de nieuwe zedenwet die vandaag ingaat. Een campagne richt zich specifiek op de gaygemeenschap, waar meer mensen geweld hebben meegemaakt dan gemiddeld. ‘De spelregels zijn niet duidelijk, daarom stellen we die nu op.’
In de nieuwe zedenwet die vandaag van kracht wordt, staat het woord ‘consent’ centraal. Die zeven letters staan voor wederzijdse toestemming, of instemming, en voor velen zijn ze een beladen begrip, weet Arjan van Bijnen als projectleider van Man tot Man, onderdeel van Soa Aids Nederland. ‘Mensen doen vaak zenuwachtig over consent, zo van: moeten we straks een formulier invullen als we met elkaar naar bed gaan? Is seks nog wel leuk als je moet vragen of de ander er wel zin in heeft?’
Juist wel dus, zegt Van Bijnen. ‘Consent verbetert je seksleven, het is leuker als je het er met elkaar over hebt gehad. Ieder gaat er op zijn eigen manier mee om. Maar we hebben onze campagne (genaamd Hoe ver je ook bent, check je consent’, red.) hopelijk zo gemaakt dat hij niemand voor het hoofd kan stoten.’
Over de auteur
Mark Misérus is nieuwsverslaggever van de Volkskrant, met als specialisme onderwijs.
De campagne richt zich, onder meer door een reeks persoonlijke getuigenissen, zowel op de mogelijke daders als op de slachtoffers. In de gaycommunity wisselt de dominante positie tijdens de seks sneller dan tussen mannen en vrouwen, zegt Van Bijnen.
‘Tussen mannen ligt het bijvoorbeeld niet vast wie er penetreert en wie gepenetreerd wordt. Er gelden dus net wat andere spelregels. Omdat die niet duidelijk zijn, stellen we die nu op’, aldus Van Bijnen. Bijvoorbeeld dat mannen die seks met elkaar hebben, nadrukkelijk allebei de verantwoordelijkheid hebben om elkaar te beschermen en geen pijn te doen.
Het percentage dat weleens seksueel geweld heeft meegemaakt is in de gayscene hoger dan gemiddeld, zegt Van Bijnen. Al gaat het daarbij ook om aanrakingen zonder toestemming. ‘Dat de seksuele moraal losser is dan bij hetero’s is fijn, maar heeft ook een schaduwkant. Als je jong bent kun je niet zo goed onderscheid maken tussen wat normaal en acceptabel is en wat een grens overgaat. Daar zit de kwetsbaarheid van onze community.’
Op de ‘bewuste verkrachters’, zoals Van Bijnen ze noemt, richt de campagne zich niet. ‘Die ga je toch niet op andere gedachten brengen. Het gaat ons meer om het ‘per ongelukke’ daderschap. Als je penetreert, ga je in iemand. Dan zou je sneller een dader kunnen zijn als je geen goede afspraken maakt. Maar we willen ook niet de illusie wekken dat dat je alleen toestemming moet vragen als je penetreert en alles kunt doen als je gepenetreerd wordt. Consent vragen doe je samen.’
Jeffrey Dral (29) werd op zijn 16de misbruikt door een homostel dat bevriend was met zijn ouders:
‘Dat je niet langer hoeft te bewijzen dat er sprake is van dwang, vind ik heel belangrijk. Ik zou onder deze nieuwe wet eerder naar de politie zijn gestapt. Vanaf mijn 16de ben ik een jaar lang misbruikt, ik heb er pas zes jaar later over durven praten. Daarna heeft het zeven jaar geduurd voordat ik het van me kon afschrijven in een boek, Liegen zul je.
‘Het misbruik gebeurde heel geleidelijk. Een van mijn kunstschaatstrainers vroeg ineens naar mijn geaardheid, daarmee begon het. Ik wist wel dat mensen geen dingen mochten doen die ik niet wil, maar ik had de verkeerde voorbeelden voor ogen. Verkrachting associeerde ik bijvoorbeeld met het clichébeeld van iemand die met agressie en geweld tegen de grond wordt gedrukt. Zo was het bij mij niet, maar er zijn wel veel dingen tegen mijn zin gebeurd.
‘Het misbruik overviel me. Ik raakte mijn gevoel, mijn kompas kwijt. Ik ging ook mijn eigen grens verleggen. Dat was een overlevingsmechanisme, weet ik nu, maar zo raakte ik mijn recht om consent te hebben kwijt. Ik heb nu een fijne relatie, maar nog steeds sla ik soms dicht en poppen de gedachten aan vroeger op. Mijn vriend staat me toe dat bespreekbaar te maken, op alle denkbare momenten. Ook dat hoort bij consent.’
Thomas Garrod-Pullar (33), oprichter MenAsWell, stichting tegen seksueel geweld tegen mannen, trans- en non-binaire personen in Nederland:
‘Pas toen ik verkracht was en aangifte wilde doen, kwam ik erachter dat Nederland wat consent betreft jaren achterloopt op mijn geboorteland Engeland. Wederzijdse instemming moet er zijn, dat idee was normaal voor me toen ik seksueel actief werd. Mijn aangifte liep op niets uit, het was mijn woord tegen het zijne. De politie hield nog een leeg blad omhoog met zijn naam, om duidelijk te maken dat hij geen strafblad had. Alsof dat relevant is.
Na een nacht stappen in De School (een inmiddels ter ziele gegane Amsterdamse club, red.) vroeg een man me mee naar zijn appartement. Prima, maar niet voor seks, zei ik nog. Eenmaal binnen spoot hij GHB in mijn mond. Toen ik wakker werd, lag ik in bed. Hij heeft me nog lang gestalkt, kwam vaak dicht achter me staan als hij me zag. Ik heb hem een keer door de beveiliging van een festival laten verwijderen. Zo’n man is een seksueel roofdier, maar er zijn er veel meer die per ongeluk een grens overgaan. Daar moeten we onszelf beter over voorlichten als gemeenschap.
Het is belangrijk dat we weten wat consent is en wat normaal is en wat niet. Het is fijn dat Nederland eindelijk het voorbeeld volgt van veel andere Europese landen. Maar ik ben benieuwd hoe de wet in de praktijk uitpakt, zeker bij zaken waarin drugs in het spel zijn.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant