Home

Voor meer ‘esprit de corps’ kan het ambtenarenkorps een voorbeeld nemen aan de advocatuur

Een aanklager eist recht, een advocaat verdedigt recht en een rechter spreekt recht. Zo is de rolverdeling in een strafproces. Wie strafprocessen uitsluitend kent uit mediaberichten zou kunnen denken dat de drie togaberoepen voortdurend met elkaar overhoop liggen. Waarbij met name aanklagers en advocaten elkaar hevig bevechten om hun gelijk te halen bij de rechter. In het gros van de zaken die ik als aanklager behandel, ervaar ik het tegendeel.

Daarin overheerst professionele welwillendheid en gemeenzaamheid. Vanuit een onbewust leidend plichtsbesef dat we als juridische togadragers allemaal dienaren van het recht zijn. Het gaat dan niet zozeer om gelijk krijgen, maar meer om het recht zijn loop te laten hebben. Dat dat niet altijd eenvoudig is, heb ik vroeger ook als advocaat ondervonden.

Over de auteur

Martin Lambregts is officier van justitie bij het Functioneel Parket, een landelijk onderdeel van het Openbaar Ministerie gespecialiseerd in fraudezaken. Deze week vervangt hij Thomas van der Meer.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel. Lees hier onze richtlijnen.

Ik stond voornamelijk mensen bij die in conflict waren met de overheid, waaronder het Openbaar Ministerie. Daardoor heb ik de asymmetrische machtsverhouding tussen overheid en burger ervaren. En hoe moeilijk het kan zijn om tot de overheid door te dringen. Contact leggen met een behandelend ambtenaar vergde soms veel uithoudingsvermogen. Aan het verkrijgen van dossierstukken ging dikwijls een tour de force vooraf. Zaken sleepten zich jarenlang voort, terwijl cliënten ondertussen in onzekerheid verkeerden.

Deze eerdere beroepservaringen als advocaat herhaal ik als les voor mijzelf als ambtenaar. Na zowel binnen als buiten de overheidsmuren te hebben gewerkt, in de advocatuur en de ambtenarij, denk ik dat de 150 duizend rijksambtenaren in ons land veel kunnen leren van de ruim 18 duizend advocaten die Nederland telt.

Spaarzaam omgaan met de tijd bijvoorbeeld. Elke minuut die een advocaat in rekening brengt aan een cliënt moet immers worden verantwoord. Een ambtenaar houdt qua overheidsgeld weliswaar de hand op de knip, maar heeft wat overheidstijd betreft een gat in zijn hand. Er wordt vaak, vaak lang en vaak in grote groepen vergaderd.

Van Jan Schaefer, de PvdA-wethouder die meer dan tienduizend woningen liet bijbouwen in Amsterdam, is de gevleugelde uitspraak ‘in gelul kun je niet wonen’. Bezuinigingen op de ambtenarij, zoals het aanstaande kabinet wil, zouden dan ook beter gericht kunnen worden op het aantal vergaderuren dan op het aantal ambtenaren.

Advocaten zijn trouw aan hun vak. Ze doen aan permanente educatie en blijven in contact met cliënten. Ook als ze dat combineren met het aansturen van een groot advocatenkantoor. De meewerkend voorman, zoals in het Rijnlands model: in de advocatuur weet men niet beter.

Ambtenaren echter trekken zich in de loop van hun carrière dikwijls terug op bestuurlijke taken. Het eigenlijke werk, de basis, noemen ze vervolgens met nauwelijks verholen dédain het ‘primaire proces’. Alsof het gaat om een zeurende maagzweer waarvan ze eindelijk zijn verlost.

Terecht wees Merel van Vroonhoven recent in deze krant op het advies van de commissie Versterken Weerbaarheid Democratische Rechtsorde (VWDR): maak van praktijkcontact een basisvereiste van ambtelijk vakmanschap. Hoeveel ambtenaren hebben zelf nog rechtstreeks contact met een burger over diens dossier? Te weinig. Hoeveel ambtenaren staan stil bij hun ambtelijk vakmanschap? Te weinig.

Advocaten daarentegen worden tijdens hun opleiding doordrongen van de kernwaarden van de advocatuur. Ze ontwikkelen hun beroepseer. Een advocaat is een rots in de juridische branding, een vuurtoren waarop rechtzoekenden kunnen koersen. Daarmee vergeleken vind ik de aandacht hiervoor binnen de ambtenarij magertjes. Volgens de mode is er veel opleidingsaandacht voor persoonlijk leiderschap. En ambtelijk vakmanschap dan? Sorry, verkeerde loket.

Neemt u zelf de proef op de som. Vraag een advocaat en een ambtenaar ieder naar hun beroepseed. Een beetje confrère schudt de zijne zo uit de mouw van zijn toga. De gemiddelde ambtenaar zal in zijn hemd staan. Daarom verdient de vorig jaar op initiatief van VVD-Kamerlid en voormalig advocaat Ulysse Ellian gewijzigde ambtseed voor rijksambtenaren meer aandacht. De nieuwe ambtseed benadrukt dat rijksambtenaren werken in het algemeen belang voor onze samenleving. Kennelijk was dat geen vanzelfsprekendheid meer.

Ja, voor meer esprit de corps kan het ambtenarenkorps een voorbeeld nemen aan de advocatuur. En het zou helpen als meer advocaten de overstap maken. Ik kan het aanraden.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next