Steeds meer tennissers dragen op de baan hun pet achterstevoren. Ook op Wimbledon, het prestigieuze tennistoernooi dat deze week van start gaat, zal het omgekeerde petje te zien zijn. Het is een raadselachtige trend, want tennissers winnen er geen grandslamtitels mee. Wat bezielt de spelers?
Op de groene trainingsbanen van Wimbledon veroorloven zelfs de beste tennissers zich weleens een frivoliteit: ze dragen een petje achterstevoren. Op wedstrijdgras weten ze wel beter. Ze spelen blootshoofds, met de zonneklep naar voren, of met een bandana; alsof ze aanvoelen dat een omgedraaide pet niet past bij de tradities van Wimbledon en de ernst waarmee ze hun vak uitoefenen.
Die klassieke opvatting staat onder druk. Steeds meer spelers uit de top-100 betreden de baan met omgekeerde pet. Liefst twintig tennissers dragen hun hoofddeksel meestal met de zonneklep naar achteren, onder wie (voormalige) spelers uit de top-10 als Holger Rune en Grigor Dimitrov. Van de vier beste Nederlandse spelers kiezen er drie vrijwel altijd voor die optie: Tallon Griekspoor, Jesper de Jong en Gijs Brouwer.
Over de auteur
Mark van Driel schrijft al ruim twintig jaar voor de Volkskrant over olympische sporten als tennis, schaatsen en atletiek.
Het is een opmerkelijke trend onder tennissers die verder weinig gemeen hebben. Spelers van alle leeftijden uit allerlei landen doen het; van Amerika tot Bulgarije en van Argentinië tot Denemarken. Ze dragen de klep buiten en binnen in de nek, op elke ondergrond en bij elk weertype, hoe weinig praktisch nut dat ook heeft. De pet houdt hooguit lang haar een beetje op de plaats en neemt wat voorhoofdzweet op.
Wat het nog vreemder maakt: de stijlkeuze levert geen grandslamsucces op. Nog nooit won een speler Wimbledon met zijn pet achterstevoren. Twee van de laatste drie finalisten verloren de finale zelfs terwijl zij hun pet verkeerd om droegen: de Italiaan Mario Berrettini en Australiër Nick Kyrgios. Ook op andere grandslamtoernooien brengt het weinig geluk. Lleyton Hewitt is deze eeuw de enige speler die zo een hoofdprijs won: de US Open in 2001. Op Roland Garros was Ivan Lendl de eerste en de laatste: in 1989.
Dat geringe succes staat in schril contrast tot de prestaties van topspelers zonder pet (Stefan Edberg, Boris Becker, Pete Sampras, Novak Djokovic), met zorgvuldig omgebonden bandana (Roger Federer, Rafael Nadal), of zelfs met een ouderwetse zweetband (Björn Borg, John McEnroe). Ook de normale pet vormt geen beletsel. Al in 1907 veroverde de eerste speler Wimbledon met de klep naar voren: de Australiër Norman Brooks vulde zijn ensemble van lange broek, witte spencer en houten racket aan met een platte pet van tweed, een grove wollen stof. Deze eeuw hebben Andy Murray en Djokovic belangrijke titels gewonnen met een linnen petje op.
De populariteit van de omgedraaide pet bij tennissers komt aan de late kant. Al in de jaren tachtig draaiden honkballers en basketballers in navolging van rappers hun pet om, uit baldadigheid, om rebels te ogen, of simpelweg omdat het modieus werd. De beroemde evolutiebioloog Richard Dawkins, auteur van The Selfish Gene gebruikte de trend zelfs als voorbeeld voor de door hem geïntroduceerde term ‘meme’: menselijk gedrag dat door imitatie razendsnel wordt verspreid.
Wat bezielt deze mannen? (Vrouwen wagen zich zelden aan de omgedraaide pet, vermoedelijk omdat de ruimte achterop de pet precies genoeg ruimte laat voor de paardenstaart.)
‘Ik vind de klep naar voren gewoon irritant’, zegt voormalig top-100 speler Thiemo de Bakker. Hij won in 2006 met omgedraaide pet de juniorentitel op Wimbledon, maar kwam in het hoofdprogramma nooit verder dan de derde ronde. Hij houdt als 35-jarige eredivisiespeler nog steeds vast aan de gewoonte waarmee hij als jongetje begon, ondanks zijn beperkte succes. ‘Ik heb echt weleens een potje gespeeld zonder pet en ook een tijdje een hoofdband gedragen. Dit voelt gewoon relaxed. Maar buiten de baan staat de pet echt naar voren hoor.’
Bij veel spelers is de gewoonte in de juniorentijd ontstaan. Zelfs Federer droeg bij zijn grandslamdebuut op Roland Garros, als 17-jarig talent, een groot deel van de (verloren) wedstrijd zijn pet omgedraaid. Hij liet die gewoonte snel achter zich.
‘Het geeft een bepaalde boost, het is iets stoerder dan de pet gewoon dragen’, meent sportpsycholoog en eredivisietennisser Yoran Verschoor. ‘Met borst vooruit, kin omhoog: het voelt alsof je kansen groter zijn. Het gaat in topsport om procenten verschil. Als iets je meer zelfvertrouwen geeft, of een gevoel van bravoure, kun je er misschien 1 procent groei uit halen.’
Wat volgens Verschoor ook meespeelt: tennissers zijn ‘gewoontedieren’. Ze zijn op zoek naar houvast en vinden die in patronen en rituelen, van een vast aantal keren de bal laten stuiteren voor het opslaan tot na een bepaald aantal games een nieuw racket uit de tas halen. Vrijwel elke speler doet wat, al gaat niet iedereen zo ver als Nadal, die een heel arsenaal aan vaste bewegingen heeft.
De bekendste: Nadal plukt voor zijn service aan zijn broek en T-shirt, hij zet zijn drankflesjes heel precies neer en stapt buiten de rally’s bij voorkeur niet op de lijnen. Minder bekend: tijdens trainingen draagt hij een omgedraaide pet, op de baan alleen een bandana. ‘Het zijn gewoontes die rust brengen in onzekerheid’, meent Verschoor. ‘Bepaalde routines geven een speler het gevoel: ik ben er klaar voor.’
Bij sommige toptennissers lijkt de omgedraaide pet een diepere betekenis te hebben, bedoeld of onbedoeld. Het past bij hun opstandige karakter, bij hun ambivalente houding ten opzichte van de behoudende tenniscultuur. Het lijkt juist bij de beste tennissers te spelen: Hewitt, Kyrgios en het huidige Deense toptalent Rune hebben gemeen dat ze dwars van aard zijn, baldadig en soms ronduit bozig. Ze zetten zich af tegen de gemeenschap waarvan ze deel uitmaken. Ze lokken soms bewust ruzies uit en lijken geregeld meer te strijden tegen zichzelf en hun omgeving dan hun tegenstander.
Vooral het gedrag van Kyrgios, die ook buiten de baan zijn pet achterstevoren draagt, grenst soms aan zelfdestructie. Hij traint nauwelijks en vertrouwt op zijn uitzonderlijke talent. Twee jaar geleden speelde hij op Wimbledon de finale tegen Djokovic. Hoewel hij zonder pet tweemaal eerder van de nummer 1 wist te winnen, koos hij in de finale voor zijn favoriete stijl. Hij verloor prompt in drie sets.
Thiemo de Bakker heeft zelf meermaals in interviews erkend dat hij als veelbelovend talent overhoop lag met zichzelf. Hij heeft te weinig uit zijn loopbaan gehaald omdat hij niet serieus voor de sport leefde, net als Kyrgios. Maar of die pet daar een uiting van was? ‘Het is interessant om over na te denken, maar ik kan me niet voorstellen dat het invloed had op mijn presteren. Ik had gewoon van jongs af aan die pet op.’
Ook sportpsycholoog Verschoor is sceptisch over een verband. Hij kan zich niet voorstellen dat twintig van de honderd beste spelers met zichzelf overhoop liggen. Hij wijst op de charmante Bulgaar Dimitrov, die op latere leeftijd met omgedraaide pet is gaan spelen en de top-10 weer kortstondig bereikte. ‘Denk aan Dimitrov, die fungeert als rolmodel. Ik zie eerder een link met de bravoure die zo’n pet oplevert.’
Kleding kan het zelfvertrouwen opkrikken, menen Verschoor en de toonaangevende fabrikanten die topspelers sponsoren. Zij lijken uit te gaan van een variant op het adagium dat kleren de man maken: kleren maken ook de tenniskampioen.
Zowel de oude generatie winnaars (Djokovic, Nadal en Federer) als de nieuwe lichting (Carlos Alcaraz, Jannik Sinner) betreedt het wedstrijdtoneel altijd tot in de puntjes gekleed. Nike, Adidas, Lacoste: ze laten niets aan het toeval over. Elk grandslamtoernooi krijgen ze nieuwe outfits, soms zelfs aparte sets voor dag- en avondsessies. De kleuren van hun schoenen, tenue en hoofddeksel zijn zorgvuldig op elkaar afgestemd. De topspelers hullen zich in een harnas van zelfvertrouwen.
Dat geloof in de kracht van kleding kan ook averechts werken. In de Netflix-documentaire Break Point is het Deense talent Rune te zien, die zichzelf omschrijft als de ‘next big thing’. Hij probeert een bandana in de stijl van Federer en Nadal. Niet gek, concludeert hij, maar hij piekert er niet over om afstand te doen van de omgedraaide pet.
Het heeft Rune weinig goeds gebracht: ondanks al zijn bravoure is hij uit de top-10 gezakt. Hij heeft het nog steeds niet verder gebracht dan de kwartfinale van een grandslamtoernooi, terwijl generatiegenoten Alcaraz (blootshoofds) en Sinner (pet naar voren) daar wel in slaagden. Ook ontsloeg Rune kort achter elkaar twee toonaangevende coaches die een garantie zijn voor grandslamsucces: Severin Lüthi, de oud-coach van Federer, en Becker, de oud-coach van Djokovic.
Zorgt de pet dan toch voor kortsluiting in het hoofd? Hoe onwaarschijnlijk dat ook klinkt, de kans is levensgroot dat ook de 137ste editie van Wimbledon verstoken blijft van een kampioen die zijn petje achterstevoren draagt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant