De nieuwe zedenwet is voor slachtoffers van seksueel geweld een steun in de rug. Zo hoeft er geen sprake meer te zijn van dwang om een verkrachting te bewijzen. Maar dat bewijzen kan toch lastig blijven. Vier vragen over de wet die vandaag ingaat.
Wat verandert er in de nieuwe wet?
Cruciaal is dat slachtoffers van aanranding of verkrachting niet meer hoeven te bewijzen dat er sprake was van dwang, geweld of bedreiging. Mede daarom doet nu slechts 1 procent van de slachtoffers van seksueel geweld aangifte, aldus Fonds Slachtofferhulp.
De initiatiefnemer voor seks krijgt onder de nieuwe wet een veel grotere verantwoordelijkheid. Hij (of zij) moet bij de ander checken of diegene net zo achter het seksuele contact staat. Desnoods door er expliciet naar te vragen.
Over de auteur
Mark Misérus is nieuwsverslaggever van de Volkskrant, met als specialisme onderwijs.
‘Als iemand ook maar enigszins twijfelt of de ander het ook wil en doorzet zonder dit na te gaan, kan hij al een strafbaar feit plegen’, zei advocaat Anne Bleeker eerder in deze krant. Er moet sprake zijn van consent: instemming.
Dwang kan onder de nieuwe wet wel leiden tot een zwaardere straf, maar is geen vereiste meer om iemand voor verkrachting of aanranding veroordeeld te krijgen. De wet leidt mede daardoor vermoedelijk tot een toename van het aantal aangiften. Een verkrachting kan bovendien niet meer verjaren.
Seksuele intimidatie, zowel online als op straat, wordt voortaan strafbaar gesteld. Het kabinet wil harder optreden tegen situaties waarin vrouwen een blokje om moeten lopen of zich anders gaan kleden om grensoverschrijdende opmerkingen of gebaren te vermijden. Wie voor seksuele intimidatie wordt opgepakt, riskeert 3 maanden gevangenisstraf of een geldboete tot 10 duizend euro.
Waarom is de wet aangepast?
De vorige wet was verouderd en er was in de loop der tijd zoveel aan toegevoegd dat advocaten en officieren van justitie er vaak lastig mee konden werken, zegt advocaat Ivonne Leenhouwers.
Maar bovenal heerst er tegenwoordig een andere maatschappelijke opvatting over welk seksueel gedrag grensoverschrijdend is en moet worden bestraft. ‘De sociale norm is dat het onacceptabel is wanneer seksueel contact niet berust op vrijwilligheid en gelijkwaardigheid, óók als er geen dwang aan te pas komt’, schrijft de overheid in een toelichting op de wet.
Het expertisecentrum seksualiteit Rutgers noemt de wet een stap in de goede richting, maar vindt dat er veel meer moet gebeuren om jonge mensen tegen seksueel geweld te beschermen. Volgens Rutgers heeft 54 procent van de jonge vrouwen (13 tot 25 jaar) en 23 procent van de jonge mannen te maken gehad met fysieke overschrijding van hun seksuele grenzen, van ongewenste aanrakingen tot allerlei vormen van seks tegen de wil.
Slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag, zeker online, werden onvoldoende beschermd met de oude wet. Dat is per 1 juli anders. De nieuwe wet stelt meer vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag strafbaar. Het is bijvoorbeeld vanaf nu verboden om kinderen onder de 16 jaar online seksueel te benaderen.
Wat betekent de nieuwe wet in de praktijk?
Dat de initiatiefnemer van een vrijpartij moet nagaan of er sprake is van consent. ‘Als initiatiefnemer heb je een extra zorgplicht’, zegt advocaat Leenhouwers, die uitsluitend verdachten in zedenzaken bijstaat.
Volgens Fonds Slachtofferhulp Nederland ‘bevriest’ 70 procent van de vrouwen tijdens een verkrachting, waardoor zij zich verbaal of fysiek niet meer kunnen verweren. Van consent kan volgens de wet evenmin sprake zijn als iemand bijvoorbeeld slaapt of in een roes verkeert door alcohol of drugs.
De wet maakt vanaf nu een onderscheid tussen ‘schuld’ en ‘opzet’. Bij schuldaanranding of -verkrachting had de initiator van de seks ‘ernstige reden om te vermoeden’ dat de ander niet wilde, maar heeft hij de signalen verkeerd ingeschat. Iemand die weet dat de ander geen seks wil en toch doorzet, maakt zich schuldig aan opzetaanranding of -verkrachting. Dat wordt zwaarder bestraft dan schuld.
Wordt het nu makkelijker om verkrachting of aanranding te bewijzen?
De overheid waarschuwt voor te hoge verwachtingen: het bewijzen van een seksueel misdrijf kan onverminderd lastig blijven. Meestal draait het om situaties waarbij twee personen betrokken zijn, slachtoffers doen vaak pas na lange tijd aangifte. Appberichten en camerabeelden kunnen dan de doorslag geven.
In Nieuwsuur zei Ingrid Eisma van expertisecentrum Fier onlangs dat ‘elk detail moet kloppen’ wanneer je als slachtoffer naar de politie stapt en dat een verkeerd detail ‘direct tegen je gebruikt kan worden’. Zo is het echt niet, reageert Leenhouwers.
Ze wijst op meerdere uitspraken waarin de rechtbank constateerde dat verklaringen van slachtoffers op detailniveau van elkaar afweken, maar als geheel consistent genoeg waren. ‘Er is altijd veel begrip voor de positie van slachtoffers en het komt regelmatig voor dat er inconsistenties zijn. Het menselijk geheugen is nu eenmaal niet perfect.’
Al wil dat niet zeggen dat het voor rechters dankzij de nieuwe wet gemakkelijker wordt om een oordeel te vellen over seksuele misdrijven. Leenhouwers: ‘Beide versies van het verhaal kunnen waar zijn. Dat blijft voor de rechter net zo ingewikkeld als nu.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant