Home

Nederland is harmonieus en uitgelaten Oranje, totdat we eruit liggen

Vrijwel meteen nadat het rustsignaal heeft geklonken, begint het reclameblok. We zitten met zijn vieren op de bank, wat zelden het geval is. Maar er is voetbal en dus zijn er chips en pizza en ijs, en ook best wel wat Wesley Sneijder. Hij staat op een podium, samen met een andere man die ook Wesly heet, alleen dan dus zonder e. Wesley draagt een zwarte polo met daarover een flinterdun, niet bepaald duurzaam ogend oranje hemdje dat je bij een supermarktketen kunt kopen.

Wes en Wes zingen gebroederlijk een aangepaste versie van Ich bin wie du en het publiek, helemaal uitgedost in het oranje en rood-wit-blauw, host, klapt en danst mee, zwaait met vlaggen, er blinken oranje lampjes. Iedereen is vrolijk en uitbundig en gezellig en gemoedelijk. Als de reclame is afgelopen kijkt mijn vrouw me aan. ‘Bestaan er mensen die echt zo zijn?’

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Voordat ik kan antwoorden, antwoordt ze zichzelf. ‘Ja natuurlijk.’ Sterker nog, die mensen denken waarschijnlijk precies het omgekeerde: bestaan er mensen die niet zijn zoals wij? Welnee, Ich bin wie du. Kom, lekker hossen. Kijk, daar heb je Wesley Sneijder, hé Wes!

Enkele ogenblikken later, in een reclame voor een andere supermarktketen, rijdt Frank Lammers in een oude camper naar Duitsland, waar hij, gestoken in een oranje spencer van de supermarkt, gezelschap krijgt van tientallen, misschien wel honderden andere Oranjefans. Hij zingt mee met het liedje Het wordt prachtig, net als in 1988 en doet dat – hoe kan het ook anders – terwijl hij vlees grilt op de barbecue. Ook hier is het allemaal weer één groot uitzinnig feest. Lammers verkeert overigens in het goede gezelschap van Hans van Breukelen, Wim Kieft en Berry van Aerle, die gearmd, lachend en hossend de reclame afsluiten.

Weer kijkt mijn vrouw me aan, ditmaal zonder iets te zeggen. Ik beantwoord haar door mijn schouders op te halen. Zie je nou, zeggen mijn schouders, dit is Nederland. Nederland is Jumbo, Nederland is Plus, Nederland is Wesley Sneijder op een podium. Nederland is Frank Lammers op de camping. Nederland is harmonieus en uitgelaten oranje, totdat we eruit liggen. Dan gaan we gewoon weer verder met elkaar de tent uit te vechten.

Onze oudste dochter ziet hoe mijn vrouw en ik naar elkaar kijken. ‘Wat?’, vraagt ze. ‘Vinden jullie dit niet leuk?’ In plaats van antwoord te geven, stelt mijn vrouw haar een wedervraag. ‘Had jij graag bij dat feestje willen zijn?’ ‘Nope’, antwoordt ze (volgens mij heb ik haar nooit eerder nope horen zeggen). ‘En jij wel, mam?’, vraagt de jongste. ‘Nee’, zegt mijn vrouw met zachte, maar zeer besliste stem. ‘Ik houd er niet van me oranje aan te kleden. Ik houd niet van hossende massa’s op de camping. En ik houd niet van barbecueën.’

Ik kijk haar aan. Hoef niets te zeggen. Ze weet wat ik denk. Ich bin wie du.

Source: Volkskrant

Previous

Next