De Portugees António Costa volgt Charles Michel op als nieuwe voorzitter van de Europese Raad, terwijl hij vorig jaar nog aftrad vanwege een corruptiezaak. Wat is er in de tussentijd gebeurd?
De politieke carrière van António Costa (62) leek op 7 november 2023 in duizend stukjes uiteen te spatten. Costa, premier van Portugal sinds 2015, kondigde die dag zijn vertrek aan nadat zijn naam was genoemd in een grootschalig onderzoek naar politieke corruptie. Zelfs zijn ambtswoning in Lissabon werd door de politie doorzocht. De normaal zo goedlachse premier trok met een zwaar gemoed de deur achter zich dicht.
Ruim een halfjaar later is alles anders. Donderdag werd bekend dat Costa de volgende voorzitter van de Europese Raad, en dus de ‘EU-president’, moet worden. In de stoelendans om de topposities in Brussel schoven de sociaaldemocraten, de tweede fractie in het Europees Parlement, de Portugees bijna als vanzelfsprekend naar voren als opvolger van de Belg Charles Michel, die op 30 november afzwaait.
Van de hel is Costa plots in de politieke hemel beland – en dat terwijl het corruptieonderzoek in Portugal nog in volle gang is. Hoe is dat mogelijk?
Over de auteur
Dion Mebius is correspondent Spanje, Portugal en Marokko voor de Volkskrant. Hij woont in Madrid.
Voor het antwoord moeten we beginnen bij de openingsscène van deze politieke soap: het onderzoek. Dat werd door de openbaar aanklager gestart nadat er vragen waren gerezen rond concessies voor vier infrastructurele projecten: twee lithiummijnen, een fabriek voor groene waterstof en een datacenter in het Zuid-Portugese Sines.
Volgens de aanklager speelden prominente politici en ambtenaren een kwalijke rol bij die concessies, die zouden zijn gegund aan bedrijven van bevriende ondernemers. Van wat tot nu toe naar buiten is gekomen, lijkt justitie Costa vooral in het vizier te hebben gekregen in de kwestie rond het datacenter in Sines. Onder zijn leiding zou de sociaaldemocratische regering de aanbesteding voor het nieuwe datacenter hebben afgestemd met Start Campus, het bedrijf dat de concessie uiteindelijk in de wacht sleepte.
Voor Costa zou dat neerkomen op een ambtsmisdrijf. Al gauw bleek echter dat het Openbaar Ministerie enkele grote missers had begaan. De pijnlijkste is zonder twijfel de verwarring rond een afgeluisterd telefoongesprek. Daarin pocht een consultant van Start Campus, tevens een goede vriend van de premier, over zijn invloed op ‘António Costa’. Bij nader inzien doelde hij echter niet op de premier, maar op de minister van Economie, António Costa Silva.
De ex-premier hoort ook niet bij de acht politici, ambtenaren en zakenmensen die formeel als verdachte zijn aangemerkt. Costa werd in mei wel gehoord door de onderzoekers, maar als getuige, niet als verdachte. Door het uitblijven van een formele aanklacht is het sentiment rond het vertrek van Costa gekanteld in Portugal, waar steeds meer kiezers zich afvragen of hun regeringsleider na acht jaar trouwe dienst geen groot onrecht is aangedaan.
Ook in Brussel heerst de gedachte dat de soep lang niet zo heet wordt gegeten als ze in november werd opgediend. Wat de EU-leiders in dat gevoel sterkt, is het optreden van de nieuwe centrumrechtse regering van Portugal. Premier Luís Montenegro, die Costa na verkiezingen in april opvolgde, grijpt het corruptieonderzoek niet aan om zijn linkse tegenstanders maximaal te beschadigen.
Integendeel, de nieuwe premier voerde volop campagne om zijn voorganger benoemd te krijgen als EU-president, ‘in het belang van het land en van Europa’. ‘Ik heb in geen enkele sociaal-democraat in Europa méér vertrouwen om die functie te vervullen’, zei Montenegro vorige week in Parijs, waar hij Emmanuel Macron hetzelfde op het hart drukte.
Dat Macron altijd uitstekend overweg heeft gekund met Costa maakte de Franse president mogelijk extra ontvankelijk voor de sussende woorden uit Lissabon. Ook bij andere regeringsleiders maakte de pragmatische en aimabele Portugees zich de afgelopen jaren geliefd, al was hij dan soms wat lang van stof.
Die positieve reputatie heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de beslissing van de EU-leiders om Costa het voordeel van de twijfel te geven. Een andere sociaal-democraat van vergelijkbare statuur (maar zonder juridisch smetje) was simpelweg niet voorhanden.
Nu hij als een feniks uit zijn as is herrezen, zal Costa hopen dat de zweem van corruptie hem niet zijn volledige termijn – 2,5 jaar, met uitzicht op verlenging – blijft achtervolgen: dat de Portugese justitie notoir langzaam te werk gaat, weet hij als ex-premier als geen ander.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant