Niet zelf steeds proberen wetten en verdragen te ontwijken is óók een optie voor een overheid die de rechtszaken beu is.
Toen de Haagse rechtbank negen jaar geleden in het beroemde Urgenda-vonnis verordonneerde dat de staat zich meer moest inspannen om de klimaatdoelen te halen, was het Binnenhof te klein. ‘Een politiek vonnis’, klonk het van vele kanten. Wie het las, moest constateren dat de rechtbank slechts wees op de afspraken. Het waren onze eigen parlementen en kabinetten die het VN-klimaatverdrag en de klimaatprotocollen ondertekenden, totdat de kabinetten Rutte I en II opeens de doelstellingen verlaagden. In de rechtbank wist de staat niet duidelijk te maken waarom snellere reductie van de broeikasgasuitstoot niet meer nodig zou zijn. Het enige bezwaar was dat het zo moeilijk was. Dat vond de rechtbank niet overtuigend. De Hoge Raad later ook niet.
De zaak is van belang omdat ‘Urgenda’ nog altijd wordt aangehaald als hét voorbeeld van de juridisering van de samenleving. Met stip op twee staat de stikstofuitspraak van de Raad van State uit 2019, die de overheid maande zich aan haar eigen milieuafspraken te houden. Ook toen kregen de rechters de schuld. De meest dominante politieke vraag sindsdien is niet hoe Nederland zich aan de eigen afspraken kan gaan houden, maar hoe we er misschien toch nog onderuit kunnen komen.
Zo schiet het niet op, stelt de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur nu vast: de ‘juridisering’ van de samenleving is niet de schuld van rechters maar van bestuurders die opportunistische regels maken, moeilijke beslissingen voor zich uit schuiven, de uiterste grenzen van internationale verdragen opzoeken en hun eigen wetten vervolgens ook nog slecht handhaven. Dat is vragen om rechtszaken.
Dat de juridisering intussen een probleem is, staat buiten kijf. Er komt geen project meer van de grond zonder dat er op z’n minst jarenlange vertraging aan voorafgaat door alle bezwaarprocedures. Dat is echt niet alleen de schuld van de milieubeweging die strijdt tegen fabrieken en intensieve veehouderijen, want ook de plannen voor windmolens en zonneparken sneuvelen bij bosjes.
De Raad komt de politiek een stukje tegemoet: het is geen gek idee om, zoals het nieuwe kabinet zich heeft voorgenomen, eens te kijken of het aantal bezwaar- en beroepsmogelijkheden kan worden ingeperkt of te voorkomen dat bezwaarmakers alle juridische wegen tegelijk kunnen bewandelen. Ook de overbelasting van de rechterlijke macht is immers een snelgroeiend probleem.
Verder adviseert de Raad de overheid om de juridische en de handhavende afdelingen te versterken om te voorkomen dat er tegenstrijdig beleid wordt gemaakt en te garanderen dat staand beleid ook wordt uitgevoerd. Daar is niets op tegen, behalve dan dat de mensen die in de publieke sector willen werken niet voor het oprapen liggen én het nieuwe kabinet juist minder ambtenaren wil.
De andere, eenvoudigere optie, zo merkt de Raad fijntjes op, is beleid voortaan gewoon toetsen aan Europese richtlijnen en internationale verdragen en daarbij te kiezen voor een ‘robuuste invulling’ op nationaal niveau en dus niet steeds uit te gaan van de absolute minimumeisen.
Dat is een aanbeveling om in gedachte te houden bij elke bewindspersoon van het kabinet-Schoof die vanaf dinsdag klaagt over bemoeizuchtige rechters.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant