Home

De 24 uur hartenzeer van ‘The Second Woman’ geeft een onthullend inkijkje in de doorsnee mannenziel

Georgina Verbaan maakte het in 24 uur uit met honderd verschillende mannelijke tegenspelers, veelal amateurs. Wat leverde dat op? Zegt deze break-upmarathon over misschien iets over maatschappelijke rolpatronen? Dat onderzocht The Second Woman, afgelopen weekend op het Holland Festival.

Het is half drie ’s nachts en Georgina Verbaan gooit noedels over de tafel. Ze heeft dat nu al zo’n vijftig keer gedaan, in allerlei variaties, en zal dit ook de hele nacht nog blijven doen. Ze smijt ze in een gezicht, giet ze in een kraag, kiepert ze over een kale schedel, smeert ze in een nek. Dan doet ze met de man in kwestie een ‘slordige dans’, en wijst hem vervolgens de deur: honderd keer, 24 uur lang. Zo speelde Verbaan afgelopen weekend de marathonperformance The Second Woman op het Holland Festival: een olympische prestatie.

The Second Woman (2017), van de Australische theatermakers Nat Randall en Anna Breckon, is gebaseerd op een scène uit de film Opening Night (1977) van John Cassavetes. Een man en een vrouw treffen elkaar in een roodgekleurde ruimte in een glazen doos. Zij wacht, hij keert terug na een ruzie, met noedels en spijt. Ze drinken, eten en kibbelen, een dans mondt uit in een worsteling, hij vertrekt.

Over de auteur

Herien Wensink is chef kunst van de Volkskrant. Ze schrijft over toneel, film, series en popcultuur.

In deze zich herhalende scène van ongeveer 10 minuten treft Verbaan (rode jurk, blonde Gena Rowlands-pruik) steeds een andere tegenspeler: honderd verschillende mannen, en een enkele vrouw of non-binair persoon – hoofdzakelijk amateurs die zichzelf hebben opgegeven. Soms is een dialoog in het Engels, een paar keer duikt een echte acteur op: Tijn Docter, Hajo Bruins of Alex Hendrickx.

Zes uur in de rij

Een variant van dit experimentele theaterstuk in Londen, met actrice Ruth Wilson, was in 2023 zo’n sensatie dat bezoekers ook midden in de nacht nog zes uur in de rij stonden om binnen te komen. Gastoptredens daar werden dan ook verzorgd door Idris Elba, Toby Jones en Andrew Scott.

De eerste man op de Amsterdamse editie, vrijdag om 16.04, is een wat verlegen bonenstaak. Zachte stem, trillende vingers; Verbaan helpt hem zorgzaam door de scène. De volgende is speelser, feller: Verbaan transformeert meteen, nu kan ze spélen. Het begin is voorzichtig, maar algauw komt ze los, is ze geestig, ad rem en gevat. Je ziet haar variëren op de voorgeschreven melodie: sommige ontmoetingen zijn koeltjes, andere sensueel; soms overheerst de irritatie, dan de hunkering.

In de eerste uren van The Second Woman is dat de grootste attractie en fascinatie: wat voor types krijgt Verbaan voorgeschoteld? Hoe reageert zij daarop? En wat gebeurt er tussen hen in die scène? Qua kijkervaring neigt het naar bingen: nog eentje! Maar wat dat uiteindelijk oplevert, blijkt pas na héél veel herhaling.

Verbaans tekst staat vast, de mannen mogen deels improviseren. Dat biedt gaandeweg een onthullend kijkje in de doorsnee mannenziel – al zijn er verzachtende omstandigheden, zoals zenuwen, en de lijn die het script uitzet. Op zeker moment beginnen zich patronen af te tekenen, bijvoorbeeld bij zijn spijtbetuiging. Alle mannen zeggen ‘Het spijt me, maar’, gevolgd door een verwijt aan haar, terwijl dat niet door de tekst wordt voorgeschreven.

‘Sorry, maar je gedroeg je verschrikkelijk.’ ‘Sorry, maar je maakte me gek.’ Eén gekwelde oudere heer presteert het om te zeggen: ‘Sorry dat ik je sloeg, maar als jij nou gewoon op tijd je pillen had genomen…’ Komt hier nu een gevaarlijk vrouwbeeld aan de oppervlakte, of veertig jaar huwelijksleed? In elk geval rijst het vermoeden dat Verbaan hier vaker dan eens dienst doet als hulpverlener.

Pitchen van een filmplan

In de avond komen er aanzienlijk meer biljartschedels en kegelbuiken langs, in vale spijkerbroek en ongestreken hemd, en bij de zoveelste morsige figuur komt allengs ook de wanhoop opzetten. En de vraag: wat doen die mannen hier? Gelukkig is daar ook Volkskrant-theaterrecensent Hein Janssen, die een lieve anekdote over een kitten in Italië toevoegt aan de scène. Eén man wijkt geheel af van het script en gebruikt het podium om een filmplan te pitchen. Verbaan werkt hem kordaat de deur uit.

Twaalf uur, één uur, half drie: moe lijkt Verbaan nauwelijks te worden. Misschien wordt haar tekstbehandeling iets routineuzer, maar haar fysieke impulsen worden juist gekker en geestiger. De ‘slordige dans’ is inmiddels het bizarre hoogtepunt van de scène; een absurdistische duo-clownsact. Om half drie ‘s nachts tilt Verbaan haar danspartner op, in plaats van andersom.

De volgende dag begint langzaam te dagen wat dit is: een acteurstest, therapiesessie, collectief ritueel, maar vooral: een sociologische studie naar rolpatronen en het bijbehorend repertoire. Voor man-vrouwverhoudingen hebben we een script in ons hoofd, en maar weinig deelnemers kunnen of durven daarvan af te wijken. Zo laat vrijwel iedereen Verbaan zelf de troep van de noedels opruimen. Staat in het script, maar toch.

Een paar uitzonderingen vallen op: op zaterdagmiddag suggereert een man dat Verbaan een humanoïde is, en zij voltooit de scène meesterlijk, als een robot met kortsluiting. Ontroerend is de inbreng van een vrouwelijke deelnemer, die er een breuk tussen moeder en dochter van maakt. En dan is het plots tijd voor de laatste, een Engelssprekende jongen die verzucht: ‘We hebben deze ruzie nu al honderd keer gehad.’

Nog één keer ruimt Verbaan de noedels op, en dan mag ze weg uit haar glazen cel, dit laboratorium voor genderonderzoek. Ze knippert tegen het licht en schiet vol bij de minutenlange staande ovatie. Met haar nemen alle medewerkers aan de productie applaus: ruim dertig vrouwen, en een enkele man.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next