De Hongaarse premier Viktor Orbán wil een nieuwe fractie vormen in het Europees Parlement. Met gelijkgestemde partijen uit Oostenrijk en Tsjechië gaat hij op zoek naar andere partijen die zich bij hun beweging willen aansluiten.
Het samenwerkingsverband moet Patriots for Europe gaan heten, zo kondigde Orbán aan tijdens een gezamenlijke persconferentie met de populistische Tsjechische oud-premier Andrej Babis en Herbert Kickl, partijleider van de extreem-rechtse Oostenrijkse partij FPÖ. In een manifest beloven de drie partijen zich in te zetten tegen ‘federalisme en Brusselse dictaten’.
Met Patriots for Europe willen Orbán en zijn bondgenoten ‘de grootste fractie van rechtse krachten in Europa’ vormen. Om een fractie te mogen oprichten in het Europees Parlement hebben zij vertegenwoordigers uit ten minste een kwart van de EU-lidstaten nodig. Dit betekent dat Orbán, Babis en Kickl partijen uit nog vier landen moeten overtuigen zich bij hun fractie aan te sluiten.
‘Vandaag is een historische dag, een nieuw tijdperk van Europese politiek’, aldus FPÖ-leider Kickl. Zijn partij werd op 6 juni voor het eerst de grootste bij de afgelopen Europese verkiezingen. Andere partijen zijn ‘per direct zeer welkom’ om zich bij de nieuwe alliantie aan te sluiten.
Over de auteur
Daan de Vries is algemeen verslaggever van de Volkskrant.
Op dit moment zijn de elf Europarlementariërs van Orbáns partij Fidesz en de zeven vertegenwoordigers van Babis’ Ano niet verbonden aan een Europese fractie. Fidesz stapte in 2021 uit de christen-democratische Europese Volkspartij, Ano verliet vorige week de liberale Renew-fractie. De Oostenrijkse FPÖ, goed voor zes Europarlementariërs, is nu nog lid van de radicaal-rechtse fractie Identiteit en Democratie (I&D).
Als Orbán, Babis en Kickl in hun opzet slagen, dan zal het Europees Parlement met Patriots for Europe een derde radicaal-rechtse fractie krijgen. De fractie zal moeten concurreren met I&D, met onder meer het Franse Rassemblement National en voorheen de PVV, en met de Europese Conservatieven en Hervormers, waarvan bijvoorbeeld het Poolse PiS en Fratelli d’Italia van de Italiaanse premier Giorgia Meloni lid zijn.
Orbán en zijn medestanders hebben het moment van de aankondiging niet toevallig gekozen: Hongarije neemt maandag het voorzitterschap over van de Raad van de Europese Unie van België.
De laatste jaren botste Hongarije geregeld met de rest van de EU, onder meer over de Europese steun aan Oekraïne en over de Hongaarse rechtstaat, die onder Orbán is uitgekleed. Donderdag keerde de Hongaarse premier zich nog als enige tegen de herbenoeming van Ursula von der Leyen als voorzitter van de Europese Commissie.
Onder de leus ‘Make Europe great again’ − een duidelijk toespeling op Donalds Trump ‘Make America great again’ − zegt Hongarije zich het komende halfjaar te willen inzetten tegen militaire steun aan Oekraïne, tegen migratie en voor ‘traditionele gezinswaarden’.
Dit programma hoopt Orbán kracht bij te zetten met de lancering van zijn nieuwe Europese alliantie. De komende weken zullen de drie oprichters proberen om partijen los te weken uit de twee radicaal-rechtse fracties. Ook zullen zij steun zoeken bij partijen die zich nog niet bij een Europese fractie hebben aangesloten.
Zo zou de Slowaakse partij Smer van premier Robert Fico een potentiële medestander kunnen zijn. Hoewel Fico in naam een sociaal-democraat is, vertoont zijn beleid sterke populistisch-nationalistische en niet-liberale trekken. Afgelopen najaar werd Fico’s partij geschorst door de Europese sociaal-democraten.
Source: Volkskrant