Handdoeken, matrasbeschermers en elektrische waaiers: deze vrouwen in de overgang brengen hun nachten vaak wakend door. ‘Soms zijn mijn kussen en beddengoed drijfnat.’ Zes slaapportretten van zes vrouwen.
‘In de piek van de overgang, toen ik bijna 50 was, sliep ik het slechtst. Met vriendinnen had ik het er laatst over: ‘Waarom hebben we niet een Whatsappgroep voor ’s nachts?’ Iedereen is toch wakker. Ik moet altijd rekening houden met dat ik ’s nachts een hitte-aanval krijg.
Ik slaap onder twee dekens – er moet een laag af kunnen en er weer op als ik het koud krijg. Constant ben ik in de weer met die dekens. Als het nog warmer wordt, haal ik het dekbed uit de hoes. Dan lig ik onder een laken, en voelt het fijn als ik een punt van het dekbed over mijn bekken leg. Ondertussen lig ik met mijn hoofd onder een T-shirt, anders wordt mijn gezicht koud. Ik ben voortdurend bezig met dat ik een beetje lekker lig. Mijn man Ron zegt altijd: ‘Je bent voor het slapen eerst een nest aan het bouwen.’
Jaloersmakend vind ik het, als ik zie hoe hij lekker in een pyjama ligt te slapen onder een dubbeldekbed. Terwijl ik soms naakt onder het dunste dekentje van Ikea lig, zo’n blauw dekentje dat verkoelend werkt. Een pyjama alleen al, ik moet er niet aan denken. Ron en ik hebben twee losse dekens. Als we in een hotel één dekbed hebben, voel ik lichte paniek. Hoe gaan we het doen? Dan ligt hij eronder en slaap ik met een badlaken.
Het gebruik van hormonen heb ik nooit overwogen, dat vond ik te heftig, wel heb ik destijds een Mirena-spiraal laten plaatsen – daardoor sliep ik al stukken beter. Het is een ontzettend geëmmer. Ach, de thermostaat van mijn lijf is dan wel stuk, maar ik ben tijdens de overgang niet depressief geworden, want dat komt ook voor. Ergens moet ik er ook om lachen dat mijn bed een complete oorlog is met handdoeken, dingetjes en datjes en dat ik eindeloos bezig ben met mijn proppen en lagen.’
‘Naast mijn bed staat een grote ventilator. Op mijn nachtkastje ligt zoveel mogelijk verkoeling: genoeg waaiers, ook een elektrische, zodat ik met mijn ogen dicht er een kan grijpen. In mijn bed ligt een extra dikke badhanddoek – de ene kant is katoen, de andere kant een handdoek. Ik lig op het katoenen gedeelte, het andere deel vangt het vocht op.
Binnen handbereik ligt ook een stapeltje microvezelhanddoeken, om me te kunnen afdrogen, maar ook om die dikke handdoek te kunnen verwisselen. Op mijn nachtkastje staat ook limonade en water, door het nachtzweten verlies ik veel vocht. Als ik wakker word van die nachtelijke opvliegers, neem ik een paar slokjes. Dat gebeurt meerdere keren per nacht.
Ik reis ook in mijn bed. Ik begin aan de ene kant. Als dat doorweekt is, schuif ik een stukje op naar de andere kant, naar het laatste droge stukje. Of het is dan ochtend, of ik ga eruit om iets eroverheen te leggen. In het begin, ik zit sinds mijn 45ste in de overgang, verschoonde ik ’s nachts nog het bed. Inmiddels haal ik ’s ochtends het natte spul eraf en doe ik het meteen in de was. Soms alleen het laken, soms met de matrasbeschermer. Op momenten ben ik wanhopig. Ik kan er niets aan doen, ik kan het niet voorkomen of tegenhouden.
Het is een algehele malaise, nog een wonder dat ik als politicus heb kunnen functioneren de afgelopen jaren. Ik deel actief over het feit dat ik in de overgang zit. Te pas en te onpas pak ik een waaier erbij. Vaak word ik raar aangekeken, maar ik wil het normaliseren. Natuurlijk had ik van de overgang gehoord, van af en toe zweten in je nek, maar de echte diepte ervan, daar was ik niet op voorbereid. Ik weet ook niet of dat kan, omdat het bij iedereen anders is.
Met vriendinnen vind ik het fijn om er ongegeneerd over te kunnen jammeren. Ik krijg weleens tips over hormoonpilletjes of supplementen. Ik experimenteer er liever niet in mijn eentje op los, maar ik geloof wel in bio-identieke hormonen en supplementen. Eén supplement slik ik speciaal voor de overgang en binnenkort heb ik mijn eerste afspraak bij de overgangskliniek.’
‘In 2019 kwam ik bij de gynaecoloog, ik was somber, had migraine en lag ’s nachts uren wakker. Ik dacht: er moet iets veranderen. Sindsdien gebruik ik bio-identieke hormonen. Daarmee krijg ik niet alle symptomen weg, maar het helpt wel, ik zweet bijvoorbeeld minder. Ik slaap nog steeds niet best.
Dat vind ik het ergste: het niet-slapen, terwijl de volgende dag gewoon weer alle verplichtingen beginnen. De impact van die nachten is enorm. ’s Avonds heb ik vaak downvliegers, ik heb het dan heel koud en word niet meer warm. Vooral mijn voeten zijn ijskoud. Als mijn vriend er is, kruip ik tegen hem aan. Hij heeft altijd een goede, lekkere temperatuur.
Mijn schoonzus had een elektrische deken, dat vond ik maar suf, maar nu heb ik er zelf een. Dan ga ik braden, zo noem ik dat, mezelf gaar stoven, zodat ik een beetje warm word. Dat ding moet dan wel weer uit, en na een paar uur word ik wakker en heb ik het bizar warm. Een ingewikkelde toestand is het. Twintig keer per nacht draai ik mijn kussen om, omdat het kussen warm is. Als ik ’s nachts plas, ook een overgangskwaal, trek ik mijn T-shirt weer uit en doe het dekbed opzij. Heel soms haal ik een koud washandje. Ik kan me bijna niet meer herinneren hoe het was voor de overgang, ik kan me niet meer voorstellen dat ik me helemaal goed voelde.
De gynaecoloog oppert soms dat ik moet gaan afbouwen met de hormonen, omdat ik ze volgens de richtlijnen maar vijf jaar zou mogen gebruiken. Maar helemaal stoppen? Dat vind ik een beetje eng. Hoe zal ik er dan aan toe zijn?’
‘Ik heb geen overgangsklachten, behalve dat ik slecht slaap. Dat begon toen ik een jaar of 50 was. Heel vaak word ik al om een uur of 4 wakker. Tegenwoordig kan ik niet inslapen, dan lig ik in bed en krijg ik onrustige benen, gaan ze kriebelen en kan ik niet meer stilliggen. Dan ga ik eruit en ga ik een halfuur beneden sudokuen. Heel vervelend, elke keer weer dat bed uit.
Mijn echtgenoot ligt dan al te slapen. Zodra zijn gezicht het kussen raakt, is-ie weg. Vaak lukt het na het sudokuen wel om te slapen, maar zeker niet altijd. Soms zijn er nachten dat ik op de klok elk kwartier voorbij zie gaan. Dan heb ik alleen maar heel korte slaapjes gehad. Voor mijn gevoel ben ik dan de hele nacht wakker, maar ik ga er dan maar van uit dat ik het niet merk als ik in slaap val en wakker word.
Sinds een jaar gebruik ik een drankje op basis van kruiden met een beetje doxylamine (een middel tegen ernstig zwangerschapsbraken, red.), het zou een soort slaapmiddel zijn. Een tip van een vriendin. In Nederland mag het niet worden verkocht. Van de doxylamine zou je bijwerkingen kunnen krijgen, maar daarvan heb ik geen last. Slaapmiddelen van de huisarts werken niet, maar door dit drankje gaat het iets beter.
Nog steeds ben ik altijd moe. Gelukkig heb ik als kunstenaar geen vermoeiende baan, geen baas die zegt dat ik moet doorwerken. Het belemmert me niet zoveel in mijn doen, maar het voelt gewoon niet lekker om altijd moe te zijn. Er zijn mensen die nog slechter slapen dan ik, dus ik denk ook weleens: bij mij valt het nog wel mee.’
‘Ik slaap niet meer onder een dekbed, maar onder een stapel fleecedekentjes. Als ik het ’s nachts warm krijg, gaan er een, twee of drie dekentjes af. Laagjes zijn handig, dat kan ik beter reguleren – voorheen moest dat hele dekbed eraf. Ik heb ook zo’n driehoekig memory foam-kussentje. Ik ben een zijslaper. Dat kussentje doe ik tussen mijn benen, zodat mijn benen geen contact met elkaar maken en er wat lucht tussen zit. Anders plakt het zo, vooral als ik een opvlieger heb. Rond mijn 48ste kwam ik in de overgang. Ik heb stemmingswisselingen, dat vind ik logisch, maar van niet-slapen word je doodmoe. ’s Nachts breekt het zweet me uit, soms zijn mijn kussen en beddengoed drijfnat. Gloeiend heet heb ik het dan. Normaal heb ik het altijd koud, maar op zo’n moment kookt mijn lichaam over. Hoewel het niet stinkt, vind ik het smerig. Ik schaam me ook, terwijl ik er niets aan kan doen.
Mijn 82-jarige moeder heeft het nog steeds. Als dat mijn voorland is, gaat het nog wel even zo door. Ik ben bang dat ik het van haar heb geërfd. Ik ben jaloers op vriendinnen die zeggen: ‘O, ik heb nergens last van, of bij mij duurde het een jaartje.’ Een tijdje heb ik hormoontabletjes geslikt. Dat hielp, maar de huisarts zei dat ik dat niet te lang moest slikken, het zou de kans op borstkanker verhogen. Om te zorgen dat ik langer doorslaap, slik ik slaapmedicatie. Temazepam, valeriaan, Valdispert Nacht en een vriendin neemt af en toe uit Japan kleine chocolaatjes mee waar gaba (gamma-aminoboterzuur, red.) in zit, een rustgevend iets. Ja, het is een hele handvol, maar slapen is van essentieel belang.’
‘Op mijn 28ste kreeg ik de diagnose vervroegde overgang. Ik had al langer klachten, zoals slecht slapen, migraine, vermoeidheid en stemmingswisselingen, maar ik was bijna 30; ik linkte dat niet aan de overgang. Toen mijn oudste zus moeite had met kinderen krijgen, kwam ze erachter dat ze vervroegd in de overgang zat. Ik besloot me ook te laten testen, met het idee: dan ben ik er vroeg bij en kan ik nog eicellen laten invriezen. Maar ik was al te laat, er waren geen opties meer om kinderen te krijgen. Hoe lief mijn vriendinnen ook zijn, het is confronterend dat zij slapeloze nachten hebben door de baby en ik door de overgang. Zeven jaar lang is slapen een drama – en dat is nog een understatement. Ik kon niet in slaap komen, werd steeds wakker, sliep licht, was heel onrustig. Als ik mijn vriend alleen al hoorde ademen, ging ik soms op de bank liggen.
Sinds drie maanden gaat het inslapen en doorslapen beter. Dat komt doordat ik sinds november aan de bio-identieke hormonen zit. De slaapkwaliteit is alleen nog niet super en ik heb het nog steeds warm. De ramen moeten altijd open, ook in de winter. Mijn vriend heeft het dan koud, maar die moet dan maar een trui aantrekken. Ik leg vaak koude washandjes op mijn warme hoofd. Wel heb ik behoefte aan een dekentje over me heen, niet over mijn hele lichaam, maar een beetje over mijn buik. Met mijn benen lig ik vaak buiten het dekbed. In de zomer heb ik een koelmat en leg ik flessen water uit de diepvries om me heen. Ik liep al bij de gynaecoloog, door de overgang heb ik beginnende botontkalking. Ze raadde hormonen aan, maar daar was ik eerst een beetje op tegen. Synthetische hormonen had ik weleens geprobeerd, en daardoor was ik niet meer mezelf; ik had extreme stemmingswisselingen. Uiteindelijk koos ik voor bio-identieke hormonen – wat een goede keuze is dat geweest. Ik heb veel meer energie.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant